03/11/2026
De slagtanden bij Afrikaanse olifanten
Olifanten zijn vooral bekend vanwege hun ivoren slagtanden. Ivoor bestaat uit dentine en verschilt niet van gewone tanden. Het ruitvormige patroon van de slagtand van de olifant, gezien vanuit een dwarsdoorsnede, geeft olifantenivoor een kenmerkende g***s. De bij de geboorte aanwezige slagtanden zijn melktanden, die na ongeveer een jaar oud (ongeveer 5 cm lang) uitvallen wanneer ze worden vervangen door permanente slagtanden. De permanente slagtanden beginnen rond de leeftijd van 2-3 jaar zichtbaar te worden en blijven de rest van hun leven groeien. De groeisnelheid van slagtanden is ongeveer 10-15 cm per jaar. De slagtanden slijten jaarlijks door intensief gebruik.
Ongeveer een kwart van de slagtand zit verborgen in de kom. Dat is waarom de slagtanden van de olifant niet zomaar kunnen worden verwijderd, om stropers af te weren. Er zit nog steeds een grote hoeveelheid ivoor vast in het hoofd en aan de schedel. De eigenlijke basis van de slagtand is hol en bevat de pulpaholte. De slagtand groeit uit de basis terwijl vers dentine langzaam over het oppervlak van de pulpaholte wordt afgezet. Interessant genoeg begint deze holte zich bij vrouwelijke olifanten te vullen naarmate ze ouder worden.
Olifanten gebruiken de rechter of juist de linker slagtand meer dan de andere, net zoals mensen links- of rechtshandig zijn. De slagtand die het meest wordt gebruikt is doorgaans korter en ronder. Olifanten gebruiken hun slagtanden o.a. om in droogstaande rivierbeddingen te graven naar water, om de harde bast van bomen af te schrapen, om bomen om te duwen en takken af te breken. De zwaarste slagtand ooit woog 117 kg. De langste slagtand ooit gemeten was 3,26 meter lang.
Bij de Afrikaanse olifant hebben zowel mannetjes als vrouwtjes slagtanden, maar bij mannelijke olifanten zijn ze dikker en zwaarder dan bij vrouwelijke olifanten.
Als gevolg van intensieve stroperij worden er meer olifanten zonder slagtanden geboren. Deze erfelijke aandoening veroorzaakt grote verschillen in de spieren en vorm van de nek en het hoofd. Ook is de houding van het hoofd anders en zijn de botten aan de achterkant van de schedel minder ontwikkeld.