07/08/2026
Herrdenking Inspecteur Herman Gooding:
Geachte nabestaanden van inspecteur Herman Eddy Gooding, leden van de DNA, minister van Justitie en Politie, buitenlandse vertegenwoordigers en alle aanwezigen, welkom., Vandaag staan wij hier om te herdenken. Herdenken is niet slechts een terugblik, het is een oproep tot gerechtigheid en herstel.
Wij herinneren ons dat inspecteur Herman Gooding, een man van integriteit en moed, op 5 augustus 1990 uit de militaire brigade naar Fort Zeelandia ging, op uitnodiging van de commandant van de Militaire Politie. Kort daarna werd hij vermoord, een daad die diepe wonden sloeg in onze samenleving en een blijvende schande betekende voor de rechtsstaat.
Wij wachten al zo lang. De pijn blijft leven, niet alleen bij de nabestaanden, maar in de hele samenleving. Tot op heden zien wij geen zichtbare stappen die ons meer hoop geven dan gisteren. Zolang de daders vrij kunnen rondlopen, blijft de schade aan onze rechtsstaat bestaan. Suriname moet dit herstellen.
Daarom doen wij vandaag een ernstig beroep op onze vertegenwoordigers in de DNA, maar ook op de regering. Het is bemoedigend dat de minister van Justitie en Politie hier aanwezig is. Uw aanwezigheid onderstreept dat gerechtigheid en veiligheid niet slechts een ideaal zijn, maar een verantwoordelijkheid van de staat. Wij rekenen erop dat u deze verantwoordelijkheid met ernst en daadkracht zult dragen.
Wij erkennen dat er stappen zijn gezet. Het politiebureau Nieuwe Haven werd vernoemd naar inspecteur Gooding, en de unit Cold Case kreeg de opdracht om de waarheid te achterhalen. Maar zelfs daar werd een dreigbrief ontvangen. Dat toont dat wij op de goede weg waren, maar het roept ook de vraag op: waar staan wij nu? En wij moeten eerlijk zeggen dat de communicatie van het Openbaar Ministerie naar de nabestaanden, de belanghebbenden en de samenleving te vaak stil blijft. Het recht vraagt niet alleen om onderzoek, maar ook om openheid en duidelijkheid.
De aanwezigheid van de vertegenwoordigers van Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten sterkt ons in dit streven. Zij tonen dat gerechtigheid en mensenrechten geen grenzen kennen. Suriname staat niet alleen: de wereld kijkt mee en verwacht dat wij onze plicht vervullen..
Zolang de mensenrechtenschendingen die sinds de vestiging van de Republiek hebben plaatsgevonden niet worden onderzocht en bestraft waar dat moet, zal het een blijvende schande zijn voor de Republiek Suriname.
Laat deze herdenking daarom niet alleen een moment van stilte zijn, maar een oproep tot actie. Voor de nabestaanden, voor de samenleving, en voor een toekomst waarin gerechtigheid en waarheid de fundamenten van onze rechtsstaat blijven.
Dank u.
Sunil Oemrawsingh
Stg 8 decemnber 1982