Wanrode's Heem

Wanrode's Heem Wanroij van verleden tot heden, foto's, films, documenten, verhalen en gebeurtenissen. Heemkundevereniging Wanrode’s Heem is opgericht in 2002. Lid worden?

Op de pagina van heemkundevereniging Wanrode's Heem uit Wanroij vindt u allerlei foto's verhalen en gebeurtenissen uit Wanroij. Onze vereniging telt circa 35 tot 40 leden. Heeft u interesse in heemkunde in Wanroij? U kunt voor vragen of aanmeldingen terecht bij de ledenadministratie (penningmeester) van Wanrode’s Heem. Stuur een e-mail naar [email protected] en stel uw vraag of geef uzelf op

als lid. De contributie bedraagt € 20,– per jaar en ieder lid is vrij in de mate waarin meegedaan wordt aan onze activiteiten en projecten. Ook is een familielidmaatschap mogelijk voor € 25,–.

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.DE...
04/08/2026

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 15 (VAN 20)
EEN DAGENLANGE VAART

14 November Kalm was de grote waterspiegel, ongemerkt ging het voort tot we na de middag om ongeveer 5 uur de berg Sinaï (in Arabië) passeerden, waar Mozes de stenen tafelen uit Gods Hand mocht ontvangen. Zoiets maakt toch indruk op je; al waren we er ook 15 uren vandaan, toch was de berg zeer goed te zien en Pater Bruns verzocht me even de verrekijker te nemen, om te zien of de stukken van de neergegooide tafels daar nog waren blijven liggen. Die was goed!
15 November
Ongeveer half 9 in de morgen bereikten we de Rode Zee die ons weer aan de geschiedenis van Mozes deed denken. Daar is me nogal wat water verzet moeten worden, om een heel leger droogvoets over de bodem der Zee te kunnen laten trekken. Voor de mens iets onmogelijk, van God is alles mogelijk. Het water der zee is niet rood, maar diepblauw, vele sponsen drijven op de waterspiegel. De temperatuur begint hier warm te worden, de Indische hitte begint je hiertegen te waaien en zo gebeurde het, dat op deze gedenkwaardige dag de hele bemanning van het schip en ook de passagiers in `t Indisch costuum verschenen, de heren helemaal in `t wit, de dames in dunne gekleurde jurken. Ook wij veranderen onze klederdracht en kwamen maar wat fijn in het wit voor de dag. Dat was pas luchtig! Natuurlijk moest nu de weegschaal voor de dag komen en een voor een moesten we verschijnen voor een groot publiek van goedige, lachende mensen, die elk persoonlijk getuige wilden zijn van onze lichamelijke welstand of achteruitgang. Nou, de 2 Zusterkes stonden helemaal niet achteraan, ik bereikte zelfs het respectabele gewicht van 156 pond, dat me op dit ogenblik NOG toekomt.
16 November
Heel kalm ging de reis verder. Voor het eerst zagen we grote scholen bruinvissen en dolfijnen. Voor de rest zou de verdere reis wel wat eentonig worden, want pas op 24 November zouden we voor het eerst een landingsplaats bereiken. Daar zouden dagen voorbijgaan dat je niets zou zien dan water en lucht en daar is men nogal eens gauw op uitgekeken. Toch werd het helemaal niet vervelend voor ons, want alles werd in `t werk gesteld om voor de passagiers zoveel mogelijk afwisseling te brengen. Voor de heren werd een echt tennisveld opgezet waar het benedendek, dat juist boven de grote laadruimten ligt, plaats genoeg voor geeft. Wat hebben ze genoten, elke dag van dit leuke spel, ook de 4 Paters in hun tenniscostuum deden zo echt mee. De dames en ook de nonnetjes vermaakten zich met sjoelbakken, ook een vermakelijk spel, waarbij je tamelijk rustig kunt blijven. Daarbij hadden wij missionarissen, een mooie gelegenheid om Engels te studeren, die taal immers zou onze spreektaal worden zodra we in Manila waren, dus moest dat vast aangeleerd worden. Hulp kregen we genoeg van een Amerikaanse Mevrouw (Canida) en de Mevrouw uit Brussel, die beiden goed in `t Engels thuis waren. Zo gingen de dagen van ons tot 24 November heel kalm voorbij. Nu en dan passeerden we een eiland, waar soms alleen maar een vuurtoren stond. Op 23 November kwamen we langs Minekoy met een pracht van palmbomen en dadelstruiken. Nog een dag en in de avond van 24 November stoomden we, Colombo binnen op het eiland Ceylon.

Volgende week in deel 16 ‘Colombo’

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.DE...
28/07/2026

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 14 (VAN 20)
PORT SAID

Ja, ons plan was ook werkelijk een uitstapje te maken naar Port Said want de boot bleef de hele dag liggen. Zogezegd, zo gedaan. Eerst in een roeibootje gestapt met een zwarte roeier voorop en daar ging het schommelend en kantelend naar de wal. Een leuk gezicht, 2 nonnetjes en 2 bruine Paters in dat wiegelend bootje! Eerst bezochten we een paar winkels, werkelijk zo prachtig, dat ze niet voor de Hollandse hoefden onder te doen. Op de wegen alweer hetzelfde gezanik van de vele venters, die je doodeenvoudig aan de mouw of kap trokken om toch maar opgemerkt te worden. Ze liepen gewoon een heel eind met ons mee, zeker vol hoop dat we ten langen laatste zouden bezwijken. Toen we een eind de stad in waren, bemerkten we dat het al echt op z`n Oosters begon te worden. Hoe smerig zagen die straten eruit, wat een krotten van huizen, wat door en door vuile mensen, waarvan sommigen geen enkel fatsoenlijk kledingstuk aan hadden, och och wat een boeltje. Toch hebben al die tobbers nog veel plezier in hun leven, want allen keken even blij. We hebben onze ogen haast uitgekeken op alles, wat we daar te zien kregen. Ons doel was ook een kerk te bezoeken, en daar de afstand tot de dichtstbijzijnde kerk nogal groot was zouden we een “calissa” nemen, een soort rijtuigje, die overal in de straten met 10-tallen klaar staan om reizigers te vervoeren. De koetsier, een vurige oosterling, vroeg een kwartje heen en terug, maar nauwelijks waren we ingestapt, of hij moest 2 kwartjes hebben. Wij eruit en we zouden te voet gaan, maar nauwelijks waren we aan de kant van de weg, of daar stond hij weer met z`n karretje, nam opnieuw de rit aan voor 1 kwartje en daar reden we heen. Wat hadden we een schik met die Arabische koetsier die maar raasde en tierde, dat het eigenlijk veel te weinig was. Wij dachten zeker, hij laat ons halverwege staan, maar gelukkig het viel mee en we hadden maar wat lol in ons leuk vervoermiddel. We bereikten een Katholieke kerk, wat bleek te zijn een Kathedraal van den Bisschop van Port Said. Voor `t eerst zagen we in de stad hoe alle waren als gereedschappen, waschgoed, enz. op `t hoofd werd gedragen, wat voor ons een bijzonderheid was. Ook de echte sierlijke Arabische vrouwen, geheel in zwarte sluiers gehuld, zodat niemand ooit iets van hun gezichten kan zien, trokken onze aandacht. Langs de wegen stonden vele Arabieren met hun bidsnoer in de hand, luidop te bidden tot Alla, hun God. Bij zonsondergang vielen zij plat ter aarde met het gezicht naar Mecca gekeerd, om Alla weer hulde te brengen en tevens uit eerbied voor Mohamed, hun grote profeet, die Mecca tot woonplaats had. Ik dacht, `t is toch wel een beschamend voorbeeld voor ons Katholieken, die zich soms schamen openlijk voor hun geloof uit te komen. Zeer voldaan over ons uitstapje kwamen we weer terug op de boot, en verlustigden we ons nog eens aan alles, wat we in onze eerste havenstad gezien hadden. `s Avonds lichtte onze “Serooskerke” het anker om de reis te beginnen door het Suezkanaal, dat de verbinding bewerkt van de Middellandse Zee met de Zode Zee. Nog even een blik op de stad, op het schone standbeeld van Ferdinand de Lesseps, die dit kanaal heeft laten graven, waarvan de onkosten nog niet gedekt zijn. Vandaar dat elke boot die dit kanaal passeert telkens de capitale som van F 13000,- belasting moet betalen, wat haast onbegrijpelijk en toch werkelijkheid is. Het was werkelijk een mooie uittocht uit de haven van Port Said en ‘s nachts trokken we met onze loods aan boord, het kanaal van Suez door, waarvan we dus maar weinig gezien hebben. Wel jammer he? We hadden zo graag de kamelen en dromedarissen bewonderd, die soms in grote kuddes langs de zee trekken. ‘s Morgens ongeveer 7 uur bereikten we het stadje Suez, waar we bij het passeren van de R.K.-kerk juist het Angelus hoorden luiden. Het deed ons denken aan onze Angelusklokken in Holland, die nu ook onze dierbaren uitnodigden tot gebed. Uit de verte gaf de stad een mooie aanblik, maar voort ging de boot tusschen de grote woestijn de Sahara aan de ene zijde en Arabië aan de andere kant, we waren nu het kanaal door en kwamen in de Golf van Suez.

Volgende week in deel 15 ‘Een dagenlange vaart’

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO. ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.D...
21/07/2026

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 13 (VAN 20)
RUWE ZEE
Vrijdag 11 November,
In de vroege morgen merkten we al dat de boot zo schommelde, hij de grote, sterke reus onderging voor `t eerst de gevolgen van de werking der elementen. Dan moest het toch wel ernstig wezen. Tussen Italië en Port Said kan de Middellandse Zee soms hevig te keer gaan, de scheepsbemanning weet dat precies. De zee die tot nu toe rustig was geweest, begon onstuimig te worden, de golven werden groter en groter en hoopten zich samen tot grote vlokken schuim. Met geweldige kracht zwiepten ze tegen onze stoomer aan. Werd in `t begin nog weerstand geboden, later werd hij machteloos en balanceerde op de wateren als de kleine in de schommel. Nu eens stak de boot zijn kop hoog in de hoogte van hem dadelijk daarop weer te laten zakken, diep naar beneden, ook de linkse en rechtse bewegingen waren niet van de lucht, zodat we onmogelijk op onze benen konden blijven staan en maar heel wijselijk zochten we plaats op onze heerlijke dekstoelen. Maar jawel, daar kwamen de torenhoge golven over ons bovendek gespoeld, en als verdronken katjes zochten we onze toevlucht in de rooksalon. Met al dat geschommel van de boot, was `t ook bij de passagiers aan `t schommelen gegaan. `s Middags was het vrouwelijk geslacht al niet meer aan de lunch, alleen de twee zusterkes waren aanwezig, maar voor de maaltijd was afgelopen, waren ook de nonnetjes van tafel verdwenen, wel niet zo erg zeeziek maar uit voorzorg zie je. Je weet niet, wat het soms worden kon. De visjes waren er goed mee, ze kregen volop genoeg! Die geweldige storm duurde tot het eiland Candia of Kreta, of volgens het zeggen van de Kapitein “de deining van de zee”. De nacht was natuurlijk tamelijk onrustig, gelukkig dat het de volgende dag 12 November wat klammer werd, want we zouden voort heel gauw Port Said bereiken en jawel, daar kwamen we aan op Zondagmorgen 8.00 uur. 13 November; Port Said. Met wat blij gevoel werd uit de verte de bedrijvige stad aanschouwd. Statig dreef onze stoomer de haven binnen, maar bleef ongeveer 150 meter van de kust om daar te ankeren. Nauwelijks lagen we stil of daar kwamen ze aangeroeid, de negers met hun zwarte snoeten, de Arabieren in hun grote witte mantels met tulband op `t hoofd, allerlei slag en soort van mensen, twintig nee wel dertig roeibootjes flankeerden onze stoomer en nauwelijks was de trap van onze boot neergelaten of als katten vlogen die zwarte, gele of bruine mannekes naar boven om hun waar aan de man te brengen. Het was me een leven en lawaai van je welste: roepen, schreeuwen, tieren en lachen, alles door elkaar. De een had aanzichtkaarten, een ander sigaretten, een derde vijgen en met hun voorraad in de hand zeurden ze ons achterna de hele boot over, tot in de hut toe. We hadden werkelijk moeite om ze van ons af te houden, zo graag wilden ze een stuiver aan ons verdienen. Meteen sjouwden ook al een 50-tal negers de boot op, om te helpen bunkeren (de kolen inladen) en zodoende was het een drukte op ons schip, of we in de stad waren.
Volgende week in deel 14 ‘Port Said’

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO. ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.D...
16/07/2026

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 12 (VAN 20) ‘NATUURGEWELD’
Donderdag 10 november,
Heel vroeg in de morgen werden we gewekt want de “Strombolie” was in zicht, u weet dat is een vulkaan bij de kust van Italië. Nog in nachtelijk gewaad vlogen we naar het dek, en ja daar zagen we de rosse vuurgloed van het op 3 km afstand liggende eiland. Met een verrekijker kon men duidelijk de vlammen onderscheiden die zich verspreidden over de hele zijde van den berg van beneden tot boven! Het was een schitterend schouwspel die grote vuurzee in de donkere morgen, terwijl de rossige wolken rondom de berg zo`n spookachtig aanzien gaven! En dan te denken, dat dit verschijnsel blijft duren jaren achtereen, dan staat men verwonderd voor de grote kracht der natuur. Het ontbijt werd die morgen wat vroeger genomen, want de hofmeester (dat is degene, die zorgt voor de maaltijden en verder voor het hele huishouden) heeft graag, dat we alles genieten, wat er genoten kan worden. Nu dan, ongeveer 9 uur zouden we door de straat van Messina varen die gelegen is tussen Italië en het eiland Sicilië. Allen waren blij nog eens weer land te zien, dat gaf weer afwisseling. Ongeveer op de helft van de zeestraat kwamen we door een draaikolk, een zeer eigenaardige beweging in het water, wat je aanstonds aan onze boot kon merken. Deze draaikolk heet “Charybdus”, en de steile rots aan de kant tegen de kust van Italië wordt “Scylla” genoemd. Hebt u niet ooit de uitdrukking gehoord; Van Scylla naar Charybdus varen d.w.z., van de ene moeilijkheid loskomen om weer in een andere te geraken? Wat later zagen we in de verte de vuurspuwende berg de Etna, wel 4000 meter hoog. Het was een grote rokende massa, maar vuur was er niet te zien, dus was hij ook niet gevaarlijk. Toch wel aardig, als je al die bergen en eilanden en zeeën in werkelijkheid voor je ziet, waarvoor je vroeger op de schoolbank je hebt afgesloft om al die moeilijke namen in je hersens te pompen. Tegen de avond van 10 November was al het vasteland voor ons oog verdwenen en zouden we tot 13 November niets aanschouwen dan lucht en water.

Volgende week in deel 13 ‘ruwe zee’

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO. ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.D...
07/07/2026

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 11 (VAN 20)
BELEVENISSEN AAN BOORD
9 November, We schrokken op van het geratel van de wekker, die zo vinnig kon aflopen. Vlug eruit en gauw alles in orde gebracht voor de H. missen, die in onze hut gelezen werden. Nu en dan wankelden we op onze benen, want de boot ging voort “at full speed”, en daar waren we nog niet aan gewoon. Dat werd al gauw beter. Na in de morgenuren door de diepblauwe zee gevaren te hebben, zagen we in de voormiddag een eiland opdiepen midden in de zee. Het was Monte-Christo (Christusberg) een bergachtig eiland voor de Italiaanse kust. Ik dacht dat het lag op een afstand van een kwartier, maar de Stuurman zei, dat het minstens 25 km, dus wel 5 uur van ons verwijderd lag. Vreemd, op zo`n onafzienbare ruimte kon men zo slecht afstand bepalen. Dezelfde dag werden alle reizigers bij den Kapitein geroepen, want er zou een sloep-oefening gehouden worden, nu er weer nieuwe reizigers aan boord gekomen waren. `t Was alleen een oefening met de kleine bootjes, vooral ook om precies te weten naar welke zijde van het schip je moet heensnellen, als er gevaar is, en welke sloep voor je bestemd is. Daar ging de sirene, 7 korte stoten en 1 lange, een bewijs dat het schip in gevaar was. Wij trokken zo vlug mogelijk het zwemvest aan (een soort corset met aan de voorzijde 4 grote kurkblokken, ook aan de achterkant), met zo`n zwemvest blijf je 24 uur onafgebroken drijven, is er dan nog geen hulp opgedaagd dan ga je de kelder in. Welnu dan, met dat leuke meubel om je bovenlichaam, gingen we vlug als hazen naar het benedendek, moesten daar langs een heel steil trapje weer opklimmen naar het sloepdek, waar de bemanning de voor ons bestemde sloep al te water had gelaten. Met een onhandig sprongetje ging het in de reddingsloep, we werden losgemaakt van de grote boot en daar ging het de grote zee op terwijl de “Serooskerke” al maar noodseinen uitgaf om hulp, met natuurlijk een teken erachter dat het maar proef was. Wel leuk zo`n sloepdemonstratie en het is opvallend hoe ordelijk alles gebeurt, wat grotendeels ligt aan de kalme bevelen van de Kapitein. Die dag gleed de boot heel kalm en rustig langs de Italiaanse kust, echter zo dat je het vaste land niet kon zien. Daarom groette ik in mijn geest de dierbare Pausstad Rome, toen we ongeveer op die hoogte waren. Woonde daar niet de zichtbare plaatsbekleder van Hem, voor wiens zaak wij ons zo graag wilden opofferen? Wat hebben we de eerste dag veel tijd doorgebracht op het passagiersdek en hangende over de verschansing getuurd naar de helderblauwe hemel boven ons en de meer donkere wateren beneden. Wat was ze prachtig de kalme zee met haar talloze kleine deinende golven die van heel ver kwamen aangerold, alsof ze nog een groet brachten van Europa. Vol dankbaarheid voor de schitterend geslaagde eerste dag op zee gingen we `s avonds naar onze hut, die onze boy zo netjes in orde had gebracht dat het handigste Hollandse dienstmeisje het niet beter zou kunnen. En dat allemaal met een Chinees gepikt.
Volgende week in deel 12 ‘natuurgeweld’

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO. ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.D...
30/06/2026

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 10 (VAN 20)
DE EERSTE DAG AAN BOORD

Werkelijk, we voelden weer opnieuw het afscheid van onze dierbaren en met overvol gemoed bevolen we nogmaals de grote reis aan Maria, de Sterre der Zee, onder haar schutse en de zegen van Haar Goddelijke Zoon konden we vertrouwensvol de toekomst ingaan. Zo dikwijls nog lang tuurden we naar de duizenden schitterende lichtjes van Genua, van de stad die we de vorige dagen doorkruist hadden en die nu verder en verder aan ons oog ging verdwijnen. Vaarwel Europa, vaarwel al de dierbaren! Nu de stad zowat uit zicht was gingen we onze mooie geriefelijke hut nog eens opzoeken. We voelden ons daar werkelijk al gauw thuis, al zouden we daar al niet veel meer zijn dan om te slapen. Immers de maaltijden gebruikten we in de eetzaal, als zitkamer van de passagiers was de rooksalon, terwijl door al de reizigers de meeste tijd werd doorgebracht op het dek, de heerlijke buitenplaats aan de zijdes van de boot, waar de gemakkelijke ruststoelen je zo bekoorden om er heerlijk te genieten in Gods open natuur. Elke avond was het om zeven uur diner stipt op tijd en als de zware bel rinkelde liepen we als hazen.
Onze reisgenoten waren de twee bekende Paters Minderbroeders, 2 Ierse Paters, een familie uit Canada, vader moeder en zoon, die naar Hongkong gingen, dan nog een Heer en Mevrouw uit Brussel, die naar Java reisden, uiteindelijk een jongeheer uit Oostenrijk, die uit zijn betrekking was ontslagen, omdat hij katholiek was en nu in den vreemde z`n brood trachtte te verdienen. U weet dat onze boot eigenlijk een vrachtboot is, met accommodatie voor 12 passagiers. Maar WAT leuk woonden we in ons witte huis, midden op het schip en `t ging er zo gezellig toe. ‘s Morgens om half 9 was het gemeenschappelijke ontbijt, om 1 uur Lunch (dat is zo`n halve middagmaaltijd en half koffietafel) en om 7 uur `s avonds middagmaal. Tussen in stonden de boys (de Chinese loopjongens) aanhoudend klaar met kop koffie of thee, of fris drinken naar verkiezing. We hadden werkelijk alles volop en kwamen niets te kort. De Kapitein (mijn buurman aan tafel) de hoofdmachinist en de 1ste stuurman zaten altijd met ons aan tafel, wat heel gezellig was. Het waren allen officieren met de nodige strepen en sterren. Daar hoorden nog bij de vooraanstaande leden van de boot de 2de ,3de, en 4de machinist en de marconist. Deze laatste verzamelde elke dag de voornaamste radioberichten uit de hele wereld bijeen, en `s avonds was de bootkrant klaar. Toch wel aardig, dat je midden op de eindeloze zee, geheel los van de bewoonde aarde, toch steeds in verbinding kon blijven met het vaste land en het wel en wee der hele wereld kon beluisteren. Wat heb ik daar in het kantoor van de marconist, veel prettige uurtjes doorgebracht in grote bewondering voor het verregaande vernuft van den mens. Ja, op zo`n vrachtboot, mag je overal komen, vanaf de ladingruimte diep onder de boot, tot aan de commandobrug van den Kapitein. `t Is ook werkelijk interessant de hele inrichting en werkwijze van zo`n boot gade te slaan. Wat zit alles fijn in elkaar en wat grote verantwoording hebben de Kapitein, de1ste Machinist en 1ste Stuurman. De middellijn van de schoorsteen was ruim 3 meter, dus kon er nogal wat rook uitgevoerd worden. De vaart 14,5 knoop of 1852 meter = ongeveer 27 km per uur. De zware vrachtboten mogen niet sneller vooruit.

Volgende week in deel 11 ‘belevenissen aan boord’

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO. ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.D...
23/06/2026

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 9 (VAN 20)
DE STOOMFLUIT KLINKT
8 November;
`s Morgens waren we al vroeg op de been, want de hut waarin we zo heerlijk gerust en geslapen hadden, moest in de kortste keren omgezet worden in een kapelletje, 4 priesters die aan boord waren zouden in onze hut de H. mis opdragen en zodoende was er heel wat in gereedheid te brengen. Wat was het indrukwekkend die eerste H. mis op zee. Daar het juist de octaaf-dag was van Allerheiligen begon de H. mis met de on over treffelijke schone woorden, “Gaudeamus in Domino”, verheugt u in de Heer. Kon nu een mooiere wens geuit worden, op deze eerste morgen op zee, nu we ons zo echt konden verheugen in de grootheid en goedheid van den H. machtigen God, die de zee gebiedt niet buiten haar oevers te treden? Daar de “Serooskerke” pas `s avonds zou vertrekken zijn we nog even met ons reisgezelschap de andere kant van Genua uit getuft n.l. op Frankrijk aan. Opmerkelijk is het, als je door de straten der verschillende steden rijdt, hoe tal van opschriften den “Duce” ter ere op alle mogelijke muren en schuttingen zijn aangebracht. Doorgaans zijn het korte, krachtige gezegden uit ene of andere rede van Mussolini. Mag ik de lezer er een paar van laten horen? 1; Siam forti in terra e siam forti in mare, bisogna essere fortissinne nell aria. = Laat ons sterk zijn met ons landleger, laat ons sterk zijn met onze vloot, maar vooral laat ons sterk zijn in de lucht.
2; Ricodare et prepararsi , = Herinnering en voorbereiding. 3; Chi-non e fasesista per amor, e per forsa, = wie niet fascist is uit liefde, is het uit geweld. 4; Credere, obedire, combattere, = Geloof, gehoorzaamheid, strijd! 5; Duce, Genua madre della mare, vi saluta, = Duce, Genua de moeder der zee groet u. Toen wij aan onze bediende van het hotel de vraag stelden, of hij ook fascist was antwoorde hij lachend; wanneer je het niet uit liefde bent, dan ben je `t uit geweld!! Na een zeer voldaan uitstapje kwamen we om 6 uur na de middag op dinsdag 8 November, op de boot aan, en troffen daar ook de andere passagiers, want om 7 uur zou de grote reis beginnen. Toen we even een kijkje namen in de grote ladingsruimten van de boot, zagen we, tot onze grote vrees, hoe ijverig de Chinezen de laatste vrachten buskruit in het ruim brachten, wat bestemd was voor Japan. Verbeeld u, de Chinezen zelf moesten het dodelijke kruit helpen vervoeren naar hun vijandelijke land waar het gebruikt zou worden voor den val en ondergang van hun eigen landgenoten. Naast de fiere nationale driekleur, wapperde ook heel bescheiden de rode vlag, als teken, dat er kruit aan boord was. Och och, wat was er een drukte en beweging op de boot. Wat hadden we veel te zien en te horen van al dat gesjouw rondom ons, het deed ons werkelijk het gewichtige en ernstige van het ogenblik vergeten. Daar werd de blauwe vlag geheschen, de zoogenaamde “vertrekvlag”, een bewijs dat de boot voorgoed onder stoom ligt vertrekken gaat. Direct daarna komt de loodsvlag tevoorschijn, een bewijs dat de loods aan boord is. U moet weten, geen enkel schip mag de haven van Genua uitvaren, zonder loods. Daar klonken de eerste signalen van vertrek, ze sneden ons door hart en ziel, en we werden er stil van. Die stilte verspreidde zich over de hele bootbemanning. Een tweede signaal en allen die de reis NIET meemaakten moesten het schip verlaten. Ook de Eerw. Pater met zijn zuster, die ons vier volle dagen zo trouw hadden vergezeld, die zo goed voor ons zijn geweest en met wie we ons zo een voelden, ook zij verlieten langs de trap onze boot om nog aan de kant ons vertrek gade te slaan. Daar klonk het laatste signaal door de avondstilte, allen waren op hun post en langzaam, maar statig haast ongemerkt werd onze flinke zware boot de haven van Genua uitgeloodst, totdat hij buiten de haven op eigen kracht de reis kon voortzetten.

Volgende week in deel 10 ‘de eerste dag aan boord’

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO. ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.D...
16/06/2026

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 8 (VAN 20)
AAN BOORD VAN DE ‘SEROOSKERKE’
7 November.
Al heel vroeg waren we uit de veren, want als Genua voorgoed ontwaakt, hoef je in een druk gedeelte der stad niet meer aan slapen te denken. Eerst ging het weer in diepe ernst naar de kerk, waar het geestelijke voedsel zo ruimschoots werd geschonken. Een eigenaardig gezicht in de kerk was het voorbijtrekken van al de scholieren, met boeken en schriften onder de arm. Van de kleine peuter der aanvangsklas tot de grootste jongeheer of juffrouw der middelbare school of universiteit, al wat katholiek is komt even de kerk in, al is het maar voor een enkel Weesgegroet, knielt en gaat door een andere deur weer uit. Er zit toch wel godsdienst in de Italianen, al gaat het er in de kerken heel anders toe dan in onze rustige Hollandse kerkgebouwen. Tijdens de H. missen is het aanhoudend kaarsen opsteken, van plats veranderen, de kerk verlaten, van een rustig gebed kan geen sprake zijn maar O.L.Heer kent de zijnen. Na het ontbijt ging onze tocht nog even naar de “Righi” maar deze keer met de tandradbaan de hoogte in. Aardig is dat je wordt eenvoudig zittende in de trein, omhooggetrokken, doordat de ene trein die naar beneden gaat de andere waarmee hij in verbinding staat, omhoogtrekt. Er moet dus steeds twee spoortreinen tegelijk in werking zijn. Hier en daar kunnen er halten gehouden worden, al hang je ook op de helft van de hoogte, dan grijpt een tand van de wagen in een holte in de grond en het hele gevaarte staat stil, de andere trein kan dan vanzelfsprekend ook niet meer vooruit. Werkelijk aardig om dat eens mee te maken. De terugweg naar beneden ging per lift, zodat we in een minimum van tijd van een hoogte van 300 meter recht door de grond heen weer in een straat van Genua terecht kwamen, en wel vlak voor ons eigen hotel. Het menselijke vernuft gaat ver, dat zagen we weer eens te meer.
Daar het kantoor van de Holland-Oost-Azië lijn in de morgen van 7 November telefoneerde dat de “Serooskerke” diezelfde dag in Genua zou aankomen, gingen we na de middag eens kijken naar de haven. En jawel daar lag hij de grote reus, die pas de schone stad was binnengevaren. De lengte van ons toekomstig zee-huis was 157 meter, de lading 10 miljoen kilo. Wat zouden we rustig kunnen varen met zulk een zwaar geladen schip, dat zich zo weinig bekommert om wind of stormvlagen. We stapten de lange smalle trap op om onze hut op te zoeken, waarin we ons voor vier weken zouden inburgeren. En jawel, spoedig vonden we ons kamertje ”Hut F”, dat voldoende ruimte gaf voor 2 personen. Vinden we gewoonlijk op de boten de bedden boven elkaar, onze beide ledikanten stonden heel geriefelijk naast elkaar, elk hadden we onze eigen vaste wastafel en eigen patrijspoort (= een rond venster dat je gewoon helemaal open kunt zetten, maar ook zo kunt sluiten, dat er geen druppeltje water door kan van de golven, die er vaak met groot geweld tegen beuken). Hè, wat was het een vreemd gevoel zo ineens van de grote wereld, waar we met onze beide voeten zo vast op de grond stonden, overgeplaatst te worden op de schuimende, deinende zee, wier aanblik de mens steeds stemt tot ernst, en tevens tot eerbied en ontzag voor Hem, die winden en zeeën gebiedt. Heel vlug stapelden we onze meegebrachte pakjes op in de ruime geriefelijke kasten en na een flink avondmaal en `t voleindigen van onze gebeden, kropen we al intijds onder de dekens. Dit was de eerste nacht op de boot en ik moet bekennen, we sliepen allebei als rozen.

Volgende week in deel 9 ‘de stoomfluit klinkt’

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO. ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.D...
09/06/2026

VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 7 (VAN 20) VERVOLG VERTIER IN GENUA
6 November `38, `t was zondag. Al vroeg in de morgen was er heel wat drukte in de grote havenstad en het was werkelijk interessant het ontwaken van Genua gade te slaan. Trams en auto`s snorden in volle vaart door de al maar door lichter wordende stad om de bewoners reeds in het vroege morgenuur naar de plaats hunner bestemming te brengen. De meesten gingen natuurlijk naar de kerk om als goed katholiek de wekelijkse plicht te volbrengen. Ons gezelschap n.l. 3 Paters, 2 Zusters en een dame wandelden naar de prachtigste kerk van Genua, n.l. de Annunciata-kerk. Dit gebouw is helemaal van marmer opgetrokken, in al de kleuren, die je maar uitdenken kunt met een koepelgewelf met gouden platen bedekt. In een woord schitterend! Al heel gauw telde ik een 25 altaren, elk zeker zo groot als het hoogaltaar in de Wanroijsche parochiekerk. We hebben in dit schone Godsgebouw een tweetal H. missen gehoord, met een stevige preek in het Italiaans. Ik zeg een stevige preek gezien de inspanningen en gewichtige gebaren van den predikant, voor de rest was alles voor ons onverstaanbaar. Ja werkelijk, als je zo de wijde wereld eens inkomt, zou je echt wensen de gave der talen te hebben om iedereen te kunnen verstaan, waarmee je in aanraking komt. Na de H. mis en een stevig ontbijt werd de dagorde weer bepaald en om half elf zou de eerste tocht beginnen langs de “Riviera”, dat is een lange rijweg langs de zeekust, de kant op Rome aan, met als schitterend punt “Rapallo”, dat vooral uitmunt door zijn schitterende ligging, vlak aan de Middellandse Zee en zijn bijzonder gunstig klimaat. De temperatuur was die dag juist 72 F., in de schaduw, toch was het er fris en behaaglijk. De velden stonden vol bomen met de heerlijkste sinaasappelen die we hier voor `t eerst zagen. `t Begon al voort een beetje op ons toekomstige land te lijken, al zou daar de temperatuur wel wat hoger zijn en de vruchtenweelde nog rijker. Verder en verder ging onze tocht de richting Rome in, maar op eerbiedige afstand van de Pausstad, keerden we weer terug naar onze havenstad. Even werd halt-gehouden het leuke stadje Porte Fino, ook weer aan zee gelegen, en daar moesten de 4 missionarissen vast een proef nemen van het “varen over de zee”. Een motorbootje werd gehuurd en met het hele gezelschap hebben we een vol uur op zee gevaren en nog waren we niet…. zeeziek!! Dat beloofde iets goeds voor de toekomst!! Heel voldaan kwamen we om 6 uur weer in het hotel, waar een smakelijke maaltijd klaar stond en we zetten ons aan tafel of we ook wel honderdduizend te verteren hadden. Heel gezellig en rustig hebben we de avond doorgebracht, n.l. de 2 missiepaters, pater Procureur uit Holland met zijn zusters uit Soest. Na het vertrek van onze “Serooskerke” gingen de Procureur en zijne zuster weer naar Holland.
Volgende week in deel 8 ‘aan boord van de ‘Serooskerke’

Adres

Lindenplein 17
Wanroij
5446AV

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Wanrode's Heem nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Organisatie

Stuur een bericht naar Wanrode's Heem:

Snelkoppelingen

Delen