04/08/2026
VERVOLG REISVERSLAG VAN WANROIJSE ZUSTER WILLEMINO.
ZIJ MAAKT IN 1938 EEN BEWOGEN REIS NAAR DE MISSIE IN DE FILIPIJNEN.
DEEL 15 (VAN 20)
EEN DAGENLANGE VAART
14 November Kalm was de grote waterspiegel, ongemerkt ging het voort tot we na de middag om ongeveer 5 uur de berg Sinaï (in Arabië) passeerden, waar Mozes de stenen tafelen uit Gods Hand mocht ontvangen. Zoiets maakt toch indruk op je; al waren we er ook 15 uren vandaan, toch was de berg zeer goed te zien en Pater Bruns verzocht me even de verrekijker te nemen, om te zien of de stukken van de neergegooide tafels daar nog waren blijven liggen. Die was goed!
15 November
Ongeveer half 9 in de morgen bereikten we de Rode Zee die ons weer aan de geschiedenis van Mozes deed denken. Daar is me nogal wat water verzet moeten worden, om een heel leger droogvoets over de bodem der Zee te kunnen laten trekken. Voor de mens iets onmogelijk, van God is alles mogelijk. Het water der zee is niet rood, maar diepblauw, vele sponsen drijven op de waterspiegel. De temperatuur begint hier warm te worden, de Indische hitte begint je hiertegen te waaien en zo gebeurde het, dat op deze gedenkwaardige dag de hele bemanning van het schip en ook de passagiers in `t Indisch costuum verschenen, de heren helemaal in `t wit, de dames in dunne gekleurde jurken. Ook wij veranderen onze klederdracht en kwamen maar wat fijn in het wit voor de dag. Dat was pas luchtig! Natuurlijk moest nu de weegschaal voor de dag komen en een voor een moesten we verschijnen voor een groot publiek van goedige, lachende mensen, die elk persoonlijk getuige wilden zijn van onze lichamelijke welstand of achteruitgang. Nou, de 2 Zusterkes stonden helemaal niet achteraan, ik bereikte zelfs het respectabele gewicht van 156 pond, dat me op dit ogenblik NOG toekomt.
16 November
Heel kalm ging de reis verder. Voor het eerst zagen we grote scholen bruinvissen en dolfijnen. Voor de rest zou de verdere reis wel wat eentonig worden, want pas op 24 November zouden we voor het eerst een landingsplaats bereiken. Daar zouden dagen voorbijgaan dat je niets zou zien dan water en lucht en daar is men nogal eens gauw op uitgekeken. Toch werd het helemaal niet vervelend voor ons, want alles werd in `t werk gesteld om voor de passagiers zoveel mogelijk afwisseling te brengen. Voor de heren werd een echt tennisveld opgezet waar het benedendek, dat juist boven de grote laadruimten ligt, plaats genoeg voor geeft. Wat hebben ze genoten, elke dag van dit leuke spel, ook de 4 Paters in hun tenniscostuum deden zo echt mee. De dames en ook de nonnetjes vermaakten zich met sjoelbakken, ook een vermakelijk spel, waarbij je tamelijk rustig kunt blijven. Daarbij hadden wij missionarissen, een mooie gelegenheid om Engels te studeren, die taal immers zou onze spreektaal worden zodra we in Manila waren, dus moest dat vast aangeleerd worden. Hulp kregen we genoeg van een Amerikaanse Mevrouw (Canida) en de Mevrouw uit Brussel, die beiden goed in `t Engels thuis waren. Zo gingen de dagen van ons tot 24 November heel kalm voorbij. Nu en dan passeerden we een eiland, waar soms alleen maar een vuurtoren stond. Op 23 November kwamen we langs Minekoy met een pracht van palmbomen en dadelstruiken. Nog een dag en in de avond van 24 November stoomden we, Colombo binnen op het eiland Ceylon.
Volgende week in deel 16 ‘Colombo’