19/03/2026
De ontdekking,
Stemmen hoorde er altijd bij. Niet als vraag, maar als iets dat gedaan werd. Zoals opstaan, werken, doorgaan. Wie niet stemt, houdt zich stil.
Ik klaag niet. Ik schrijf. Bijna elke dag. Zinnen vinden hun plek, ergens tussen wat gebeurt en wat blijft hangen.
Die dag begon zoals andere dagen. Opruimen. De vloer vrijmaken, dingen rechtzetten. De kat die zich niets aantrekt van tijd. Licht door het raam. De was die draait. Kleine handelingen die nergens naartoe lijken te gaan, maar toch iets afronden.
Daarna het stemmen.
Zonder erbij stil te staan loop ik de kant op die ik ken. Alsof het lichaam al besloten heeft. Basisschool De Alm.
Toch even kijken. Een ander adres.
Don Sartostraat.
Ik draai om. Geen aarzeling.
Gewoon de andere kant op,
alsof het altijd zo geweest is.
De straat leeft zoals hij dat doet. Mensen buiten. Stoelen tegen de gevel. Blikken die blijven hangen op wat voorbijgaat. Ik loop ertussen, niet nieuw, maar ook niet helemaal van hier.
Ik ken de buurt nog van vroeger. De school. De straten. Het tempo. Er zit iets in dat blijft.
Ik verwacht een school. Het wordt iets anders.
Om de hoek, zonder dat het zich aankondigt, ligt wijkcentrum Spijkerbeemden. Een naam die ik niet ken. Een plek waar ik nooit eerder binnenliep.
Binnen is het niet stil. Tafels. Stoelen. Mensen die blijven, anderen die weer vertrekken. Het gebouw staat ergens tussen wat er was en wat er nu is.
Ik stem. Dat gaat snel. Handeling, geen moment.
Maar daarna blijf ik staan. Er is iets dat niet direct verdwijnt. Ik bestel een thee, en Ik ga zitten. Een leestafel , enthousiast pak ik een krant. Sla hem open zonder te zoeken en kom iets tegen.
Gastschrijvers gezocht. Ik lees het nog een keer.
Dit is waar ik over ga schrijven bedenk ik me.
Naast me komt iemand zitten. En stelt zich voor, Ingrid Nelen. Ze werkt hier. Dat is meteen zichtbaar. Mensen weten haar te vinden. Vragen, korte uitwisselingen, een hand op een schouder, weer door.
We raken in gesprek alsof er geen begin nodig is.
Ze kent mensen. In hoe ze kijkt, hoe ze luistert. Ik herken er iets in. Niet hetzelfde, wel dichtbij. Een raakvlak.
We werken niet op dezelfde plek.
Niet in dezelfde wereld.
Toch loopt het gesprek door.
Tussen alles wat beweegt.
De krant ligt open.
De woorden blijven liggen waar ze stonden.
En ergens daartussen, zonder nadruk,
blijft het besef hangen dat dit er al die tijd was.
Om de hoek.
Yvan Secci.