Het Halbe Zijlstra fonds heeft tot doel geld in te zamelen voor de Nederlandse kunst en cultuursector die op korte termijn vertrapt wordt omdat Staatssecretaris Zijlstra de bezuinigingen als een “Beeldenstorm” laat plaatsvinden. De gevolgen van de maatregelen zijn desastreus voor makers, producenten en kunstenaars maar ook het Nederlands publiek zelf. Volgens Stichting SEA leidt de bezuiniging tot
een verarming in de markt en een verzwakking van de Nederlandse internationale positie. Dat is niet alleen slecht voor marktwaarde van de Nederlandse kunstproducten uit alle disciplines, maar ook voor de commerciële beurzen, de musea en het galeriewezen. Daarom roept Stichting SEA, een initiatief van de kunstenaars Jan Willem van Rijnberk en Riet van Gerven, alle Nederlanders op om ons de cultuur niet te laten afnemen maar juist nu de keuze te maken zelf aan kunst en cultuur bij te dragen en er zelf in te investeren. Tegen de veel rondzingende trend in, erkennen Nederlanders volgens Stichting SEA dat het gemeenschappelijk cultuurgoed een belangrijke (internationale) leisurefunctie heeft en dat het een krachtig exportproduct is waar Nederlanders trots op zijn. Goed aangewend bezit kunst en cultuur een belangrijke economische kwaliteit, die onderscheidend vermogen aanbrengt. Stichting SEA wil met het Halbe Zijlstra Fonds het innovatieve gedeelte van het kunstenveld internationaal en spits verder in de markt brengen door experimentele makers, vernieuwende podia en eigenzinnige producties te ondersteunen. Volgens Van Rijnberk, die als kunstenaar en voormalig museumdirecteur die al langer voor diversificatie van geldstromen voor de cultuursector pleit, is het van groot belang dat er naast financiering van de overheid ook een door de Nederlandse bevolking gedragen fonds wordt gecreëerd waarmee het culturele stelsel tegen de versnippering en discontinuïteit in op een beleidsmatig wijze kan worden ondersteund. Zo kunnen alle Nederlanders bijdragen om de cultuurproductie op pijl te houden. Het experiment, de vernieuwing, de talentontwikkeling en internationale focus van ons culturele (export)product blijvend te stimuleren.