13/07/2025
"Ongemakkelijk dichtbij"
Als vrijwilliger ben je soms een praatpaal. En heel soms... sta je daar met je mond vol tanden.
Ik liep de kamer binnen en voelde het meteen. Mevrouw keek me niet aan. De sfeer was gespannen, maar ik wist niet waarom. Zij stond erom bekend moeilijk contact te maken, dus ik hield het luchtig: wat vaat opruimen, bloemen verzorgen, deuren openzetten. Gewoon er zijn, zonder te veel druk.
Opeens zei ze: "Mijn broer is geweest."
Ik voelde mijn maag samenknijpen. Ik wist dat het tussen die twee niet goed zat.
"Zoals altijd een drama," zei ze. "Hij wil alle aandacht. Zelfs nu ik doodga, draait het nog om hem."
Ik slikte. Wat moest ik zeggen?
Ik probeerde iets: "Wilde u dat hij kwam?"
"Nee. Hij komt om zijn eigen verhaal te doen. Altijd al zo geweest."
En daar zat ik dan. Een buitenstaander, midden in een leven vol pijn, familiegeschiedenis en oude patronen. Ik voelde me machteloos en tegelijk te betrokken. Ik vroeg wat er zou gebeuren als ze zou zeggen dat ze haar broer niet meer wilde zien.
"Kan ik me niet voorstellen," zei ze. "Hij was altijd de baas."
Mijn hoofd tolde. Ik wilde haar steunen, maar wat wist ik nou van deze strijd? Van jarenlange scheve verhoudingen?
"Maar wat als u het tóch zegt?" vroeg ik.
Ze keek weg. En toen... pakte ze haar telefoon.
Later vroeg ik of het gelukt was met appen.
"Ja," zei ze. "Ik heb hem laten weten dat hij altijd welkom is."
Ik begreep het niet. Echt niet.
Waarom laat je je zelfs op je sterfbed zo behandelen?
Maar dat was mijn ongemak. Mijn onbegrip. Mijn behoefte om dingen ‘logisch’ te maken. Voor haar was dit waarschijnlijk de minst pijnlijke manier om met die verhouding om te gaan.
Ik voelde me klein, onhandig en een beetje dom. Maar misschien was mijn enige taak daar… gewoon blijven staan. Niet weglopen voor het ongemak.
Soms is dat al genoeg.