Stichting Historisch Oudorp

Stichting Historisch Oudorp De Stichting Historisch Oudorp heeft als doel de geschiedenis van het dorp te onderzoeken en de resultaten daarvan vast te leggen.

Elk jaar wordt een kroniek gepubliceerd. Nieuws op geschiedkundig gebied wordt op de website en op facebook gepresenteerd. De Stichting Historisch Oudorp geeft jaarlijks een kroniek uit, verzorgt historische wandelingen en lezingen.

Vorige week donderdag 27 augustus 2026 overleed op 97 jarige leeftijd de heer Jacob Jan Vethaak. Veel oud-leerlingen zul...
04/09/2026

Vorige week donderdag 27 augustus 2026 overleed op 97 jarige leeftijd de heer Jacob Jan Vethaak. Veel oud-leerlingen zullen hem nog kennen als leraar aan de Gemeentelijke ULO/MAVO (later Bram Daaldermavo) in Alkmaar. Zijn favoriete vakken daar waren Duits en geschiedenis.

Vandaag gaan we verder met zijn jeugdherinneringen.
141. Terug bladeren in de Kroniek van 2018: Mijn herinneringen aan de Kanaaldijk, tegenwoordig Randersdijk geheten. (deel 2)

We gaan verder met herinneringen van voor 1952. Bij de oude Friesebrug stond het haringstalletje van Maarten Krook. Ik kocht daar haringen voor vijf cent per stuk. Aan de overkant stond ’s zomers een ijshuisje. Het goedkoopste ijsje kostte dan twee cent. Als je er een beetje limonade bij wou, betaalde je drie cent. Kom daar nu nog eens om!

Ik had een ‘rijk’ leven. Afgezien van de autoped met luchtbanden die ik al had, kreeg ik op negenjarige leeftijd de grote Bosatlas en een dik boek over onze vaderlandse geschiedenis.
Ik speelde vaak met Marietje de Boer, die bijna even oud was als ik. We hoepelden en knikkerden vaak op ’t Kaaitje. Dat was een pad achter het rijtje van zes huizen Haar ouders hadden het café waar de autobussen richting West-Friesland konden parkeren. Ik ben zelfs een keer, samen met Marietje, stiekem op de step naar de boerderij van mijn grootmoeder in Ursem gegaan. Mijn vader heeft ons daar weer opgehaald. Ik kan me niet herinneren dat we straf hebben gekregen.

Aan de vriendschap met Marietje kwam in 1938 abrupt een einde. Op de terugweg uit school (de toenmalige Nicolaas Beetsschool in de Snaarmanslaan – in het gebouw van de huidige Belloschool) kreeg Marietje hevige buikpijn. Ze kon niet verder lopen. Ik ben toen naar huis gehold om hulp te halen. De gealarmeerde huisarts zag daarna niet dat de situatie heel ernstig was. Te laat stuurde hij haar naar het Centraal Ziekenhuis. Daar overleed zij aan buikvliesontsteking. Marietje werd slechts negen jaar.

In de nacht van 10 mei 1940 stonden mijn vader en ik op de Friesebrug. Daar hoorden we het bombardement op het vliegveld Bergen. In de lucht zagen we witte wolkjes van het afweergeschut: oorlog met Duitsland!

In de jaren veertig van de vorige eeuw waren er nog echte winters. Dan werd er geschaatst op de sloten van de Oudorperpolder, het hele gebied tussen de Munnikenweg, de Nieuwe Schermerweg, het Ooievaarsnest en Oudorp. Zo kon je vanaf de Kanaaldijk tot achter de rooms-katholieke kerk in Oudorp komen.

Midden in de oorlog moest ik brood halen bij bakker Groen aan de Kooltuin in Alkmaar. Op de terugweg wilde ik de kortere route over het bevroren kanaal nemen. Ik stapte bij de Friesebrug op het ijs en zakte daar prompt doorheen. Op de brug liep een man die niet op mijn geroep af kwam. Hij liep door richting Frieseweg. Zo was ik op mijzelf aangewezen en dat lukte. Zonder brood kwam ik thuis. Daar werd ik van droge kleren voorzien en naar bed gestuurd.

In die tijd vond ook een keer ‘een veldslag’ plaats tussen met stokken gewapende jongen uit het Rode Dorp en jongens van het Ooievaarsnest, waar ik me bij had aangesloten. Het treffen vond plaats op het grasveld voor de renteniershuizen aan de Kanaaldijk en eindigde onbeslist.

Van oorlogshandelingen heb ik heel weinig gemerkt, behalve die ene keer toen een Duitse kustvaarder juist voor ons huis in gevecht kwam met een Engels jachtvliegtuig. Na een korte schotenwisseling vervolgden beide hun weg, zonder veel schade aangericht te hebben.

Tijdens de oorlog werd ons huis te klein. Ik had intussen in 1936 een broertje gekregen en mijn grootmoeder moest tijdens de oorlog haar grote woning aan de Omval ontruimen. Ze moest plaats maken voor evacués uit Den Helder. We verhuisden uit het rijtje van zes huizen naar Kanaaldijk E2a. Dat is het eerste grote huis aan de huidige Randersdijk. Daar woonden we prettig, totdat de nieuwe Friesebrug in 1951-1952 werd aangelegd. Er kwam een hoog talud voor ons huis. Daardoor verdween ons uitzicht op het kanaal en het Victoriepark. Onze buren in huis E2b pasten zich aan. Zij gingen boven wonen en beneden slapen. Maar mijn vader koos er voor om naar Kanaaldijk E18 (nu nummer 19) te verhuizen. Daar heb ik een keer een auto door de lucht zien vliegen die veel te hard reed. Het gevolg was dat die auto in het kanaal belandde. Gelukkig zonk hij niet. Iemand sprong in een roeiboot en wist de man uit zijn benarde positie te redden.

In 1965 zijn we naar de Margrietlaan in Alkmaar-Zuid verhuisd. Ik denk nog vaak aan de vooroorlogse landelijke Kanaaldijk. Wat is er daarna door het moderne verkeer veel veranderd. Helaas is dit mooie stukje Oudorp/Alkmaar voorgoed verdwenen.

Met dank aan de heer D.Veel voor de prettige samenwerking en zijn positieve opmerkingen.
J.J. Vethaak

Als u het hele artikel van J.J. Vethaak wilt lezen, kunt u de Kroniek van 2018 nabestellen via [email protected]
Door een fout staat het artikel van de heer Vethaak niet in de inhoudsopgave van de Kroniek van 2018 vermeld. Maar het artikel zelf staat er op de bladzijden 29 t/m 31.

Als we nog eens kijken naar de Friesebrug uit 1920, dan zien we meteen dat de stad vanuit Oudorp met zo’n brug intussen ...
29/08/2026

Als we nog eens kijken naar de Friesebrug uit 1920, dan zien we meteen dat de stad vanuit Oudorp met zo’n brug intussen bijna onbereikbaar was geworden.

140a. Bij de oude FriesebrugAanvullend op het verhaal van de heer Vethaak voeg ik hier wat informatie ter verduidelijkin...
29/08/2026

140a. Bij de oude Friesebrug

Aanvullend op het verhaal van de heer Vethaak voeg ik hier wat informatie ter verduidelijking toe.

De Friesebrug is voor de Oudorpers altijd een belangrijke verbinding geweest om in Alkmaar te komen. Op de foto uit 1952 zie je de oude en de ‘nieuwe’ Friesebrug. Die oude Friesebrug op de foto was een dubbele draaibrug. Hij lag ter hoogte van het voormalige café Muizenvreugd bij de hoek van de Herenstraat. Die brug had maar één rijbaan. Minstens 25 keer per dag (soms wel meer dan 40 x) draaiden de brugwachters de brug handmatig open om schepen te laten passeren. De bijnaam van die brug werd ‘de brug der zuchten’, omdat er steeds vaker lange files ontstonden.

In 1952 kwam er een nieuwe, elektrisch beweegbare basculebrug. Die nieuwe brug kwam bijna honderd meter oostelijker te liggen, in de richting van het Victoriepark. Dat was een aanzienlijke verbetering. De nieuwe brug was 14 meter breed. Er kwamen nu twee rijbanen en aan weerskanten ook 3,5 meter voet- en rijwielpad. De nieuwe brug was hoger en kon ook veel sneller open. Voor de vijftiger jaren was dat een geweldige verbetering. (Met dank voor de info uit ‘Oneindig Noord-Holland’.)

En intussen liggen er sinds 2008 twee bruggen naast elkaar. Daardoor stroomt het steeds drukker wordende verkeer nog beter door.

Op donderdag 27 augustus 2026 overleed op 97 jarige leeftijd de heer Jacob Jan Vethaak. Veel oud-leerlingen zullen hem n...
28/08/2026

Op donderdag 27 augustus 2026 overleed op 97 jarige leeftijd de heer Jacob Jan Vethaak. Veel oud-leerlingen zullen hem nog kennen als leraar aan de Gemeentelijke ULO/MAVO (later Bram Daaldermavo) in Alkmaar. Zijn favoriete vakken daar waren Duits en geschiedenis.

Om de heer Vethaak op passende wijze te herdenken volgen er vandaag jeugdherinneringen van hem.

140. Terug bladeren in de Kroniek van 2018: Mijn herinneringen aan de Kanaaldijk, tegenwoordig Randersdijk geheten. (deel 1)

In mijn geboortejaar, 1929, kochten mijn ouders het pand Kanaaldijk 5, één van de zes woningen achter een rij geschoren lindebomen. Mijn vader, Klaas Vethaak, was autobusondernemer. In die tijd vertrokken de autobussen naar West-Friesland vlakbij het huis waar we woonden. In de stallen van café De Boer (café Noord-Holland) kon mijn vader zijn bus parkeren. Later had hij twee bussen.

Op de foto ziet u de oude Friesebrug, met rechts de zes huizen achter de linden en links het café Noord-Holland van familie de Boer. De grens van de gemeente Oudorp liep door dat blok van zes huizen. De vier huizen die het dichtst bij de brug stonden hoorden bij Alkmaar en de laatste twee huizen stonden in Oudorp. De tuinen van die zes huizen (achter de woningen) lagen allemaal in Oudorp. Meer richting de latere Nieuwe Schermerweg stonden grotere huizen langs de Kanaaldijk. Die werden veelal door renteniers bewoond. Wij woonden eerst in één van de Alkmaarse huizen, maar zijn later verderop aan de dijk, op nummer 19 komen wonen.

De Kanaaldijk was in die tijd een smalle klinkerweg waar twee auto’s elkaar nauwelijks konden passeren. Maar dat was geen probleem, want er was in die tijd nog nauwelijks verkeer. De Nieuwe Schermerweg is pas in 1939 geopend. De Kanaaldijk liep tot in 1939 van de Friesebrug naar het Heiligland, bij de toenmalige vlotbrug daar.

In 1972 annexeerde de gemeente Alkmaar Oudorp en het zuidelijk deel van Koedijk. Omdat de naam Kanaaldijk ook in Koedijk al bestond, kreeg het Alkmaarse deel rechts van de Friesebrug een nieuwe naam. Vanaf die tijd sprak men daar over de Randersdijk. Die naam werd gekozen omdat er in het Ooievaarsnest een voetbalclub was die Randers heette. Die club heeft daar haar thuiswedstrijden tot 1954 gespeeld. (Meneer Vethaak is er meerdere jaren keeper geweest.)

In het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw verkocht mijn vader zijn autobusbedrijf aan de N.V. NACO. Daarbij bedong hij dat hij bij deze onderneming in dienst kon treden. Ook de NACO maakte gebruik van de stallen van café De Boer. Daar gingen we ’s morgens vroeg al naar toe om de motor van de bussen aan te slingeren. Ik zat dan achter het stuur om gas te geven en mijn vader moest slingeren. Als vader moe werd ruilden we van plaats. Net zo lang tot de motor aansloeg. Ik vond het een heel vermoeiende klus.

Het plein voor café De Boer was de vertrekplaats van de autobussen richting de Schermer en verder in West-Friesland. Zo werden de dorpen uit hun isolement verlost. Er waren meerdere kleine maatschappijtjes die bussen lieten rijden. De vertrektijden waren voor alle bussen gelijk, maar op een gegeven moment waren er ondernemers die eerder dan de vastgestelde tijd vertrokken. Zij hoopten op die manier klanten voor de neus van concurrenten weg te kapen. Dat gaf natuurlijk veel geruzie. Daarom stuurde de gemeente Alkmaar een politieagent die stipt op de vertrektijden moest letten.

Als u het hele artikel van J.J. Vethaak wilt lezen, kunt u de Kroniek van 2018 nabestellen via [email protected] U ziet dan ook meer foto's. Volgende week komen er nog meer jeugdherinneringen van hem.

Door een fout staat het artikel van de heer Vethaak niet in de inhoudsopgave van de Kroniek van 2018 vermeld. Maar het artikel zelf staat er op de bladzijden 29 t/m 31.

Deze foto hoort bij de enquête van Landschap Noord-Holland. Hieronder ziet u de link om mee te doen. Dat kan nog tot en ...
24/08/2026

Deze foto hoort bij de enquête van Landschap Noord-Holland. Hieronder ziet u de link om mee te doen. Dat kan nog tot en met 31 augustus a.s.

24/08/2026

Landschap Noord-Holland vraagt om uw mening:

Reageer op de Omgevingsvisie en dien een zienswijze in.

De provincie Noord-Holland neemt binnenkort een belangrijk besluit over de verdeling van de ruimte. In de Omgevingsvisie NH2050 (download pdf) wordt richting gegeven voor de komende 8 jaar, met bijvoorbeeld keuzes over nieuwe industriegebieden, bescherming van natuur en verdeling van het zoete water.

Iedere inwoner kan t/m 31 augustus reageren op het concept van dit plan; een belangrijke kans om invloed uit te oefenen op de kwaliteit van jouw woon- en leefomgeving in de toekomst.

Hoe kun je reageren?
Een zienswijze indienen is minder ingewikkeld dan je denkt. Een korte reactie invullen is zo gebeurd. Ter inspiratie hebben we onze eigen punten hieronder samengevat in een voorbeeldtekst, die je kunt kopiëren. Je kunt ook een uitgebreide zienswijze indienen, zie het voorbeeld dat we samen met natuurorganisaties hebben geschreven.

Des te meer natuurliefhebbers zich aansluiten bij onze punten, des te groter is de kans dat ze worden aangepast. Alvast hartelijk dank voor je betrokkenheid!

Als u de link hieronder aanklikt, kunt u uw zienswijze doorsturen.
Bij voorbaat dank!

139. Terug bladeren in de Kroniek van 2018: De Oudorpse leerfabriek (deel 2).De curator kreeg in 1925 geen doorstart van...
21/08/2026

139. Terug bladeren in de Kroniek van 2018: De Oudorpse leerfabriek (deel 2).

De curator kreeg in 1925 geen doorstart van de fabriek meer voor elkaar. Wel toonde de lederhandelaar A. Heertjes uit de Stationsstraat in Alkmaar belangstelling voor een deel van de fabriek. De gemeente Oudorp verleende hem een tijdelijke vergunning voor het gebruik van een ontvettingsinstallatie. Daarmee kon men oliën en vetten extraheren uit grond- en afvalstoffen.

Die oliën en vetten werden gebruikt om cosmetische artikelen samen te stellen en ook om er reukwater mee te maken.
Al in het najaar van 1926 werden de activiteiten overgenomen door oliefabriek Carl Loesch uit de Egmonderstraat in Alkmaar.

Succesvol was het bedrijf niet, want in 1928 werd het faillissement uitgesproken. Het gebouwencomplex werd vrijwel direct overgenomen door de Alkmaarse aannemer Johannes Gerritzoon Apeldoorn. Hij verbouwde een deel van het complex (met name de kantoren en de droogkamers) tot woningen. Met het fabrieksgebouw zelf kon hij niet zoveel, omdat de inventaris van de ter ziele gegane NV Oliefabriek Alkmaar er nog stond opgesteld. De curator was daar nog niet klaar mee. Op 20 augustus 1931 werd de inboedel in de fabriek geveild en toen was het einde van de leerfabriek definitief.

Het gebouw bleef daarna maar kort leeg staan. Automobiel- en motorherstelplaats Molenaar en Schot kwam er in, maar ook dat duurde niet lang. Fouragehandelaar N. Mul gebruikte het gebouw van de huidenbewerking voor opslag van veevoeders. Een flink deel van de fabriek bleef langer leeg staan, tot in 1937 de tabaksfabriek annex-kerverij van de heer J.R. Keuss er haar onderkomen in vond. Ook hij had weinig succes, mede doordat de import van tabak tijdens de Tweede Wereldoorlog stagneerde. Piet Kuilboer heeft aan het begin van de oorlog nog varkens gehouden in de oude leerfabriek. Maar na de oorlog werd niets meer over de activiteiten van Keuss en Kuilboer gehoord. De fabriek stond er weer troosteloos bij.

Tegen het eind van de jaren ’40 was een deel door timmerman Dries Rademaker uit Alkmaar in gebruik genomen als winterberging voor jachten. Hij pleegde er tevens onderhoud en reparatie aan. Dat beviel hem zo goed dat hij zich later ook toelegde op nieuwbouw van jachten. Voor de bouw van wedstrijdjachten van de Valkenklasse kreeg hij meerdere orders, tot zelfs uit Nieuw-Zeeland aan toe. Dries kon ook prachtig interieur voor cafés maken.

In die tijd was een deel van het terrein ook in gebruik bij de Alkmaarse metalenhandel van Beekum en Leeuwerke, als opslag en bewerking/sorteerplek van oude metalen en lompen. De eigenaren kregen in 1950 vergunning om er een gebouwtje bij te bouwen voor het sorteren van lompen. In 1959 werd de fabriek gehuurd door de bekende houtfirma G.A. Conijn, met een hoofdvestiging aan de Frieseweg. Bij Conijn begon men – net als Dries Rademaker – met de bouw van jachten, maar hier van de Flying Dutchmanklasse. Dit was zo’n succes dat men reeds binnen een jaar de oude fabriek aan de Breelaan verliet voor een nieuw (en veel groter) pand aan de Kwakelkade in Alkmaar.

Begin jaren zestig was er een volgende huurder, C. Stam. Hij verkocht auto’s. Ook vestigde de kitfabriek Hydra er zich. En de Oudorpse padvinderij had jarenlang haar onderkomen op de eerste verdieping. De middagen waren voor de welpen en de kabouters. De verkenners kwamen ’s avonds. Op andere avonden oefende de Oudorpse beatgroep SQ66 er. Hun voorman, Piet Dekker, woonde in één van de woningen naast de leerfabriek aan de kant van de Herenweg.

Als u het hele artikel van Amber Veel wilt lezen, en ook de andere illustraties wilt zien, kunt u de Kroniek van 2018 nabestellen via [email protected]

Als u de foto's aanklikt, ziet u ze groter.

We willen u graag wijzen op Open Monumentendag 2026.Deze wordt gehouden in het weekend van 12 en 13 september.De SHO is ...
16/08/2026

We willen u graag wijzen op Open Monumentendag 2026.

Deze wordt gehouden in het weekend van 12 en 13 september.
De SHO is ook betrokken bij een van de activiteiten.

Op zaterdag 12 september worden er ’s morgens vanaf het Witte Kerkje 4 wandelingen gelopen naar de Laurentiuskerk, om 10:00, 10:15, 10:30, 10:45, o.l.v. een gids.
Onderweg krijgt u uitleg van ons.

’s Middags gebeurt dat nogmaals om 13:00, 13:15, 13:30, 13:45.
De wandelingen duren tussen een uur en anderhalf uur.

We verzoeken u om zich vooraf bij ons op te geven.
Dat kan nu al op de website Stichting Historisch Oudorp via contact.

Deze twee illustraties horen bij het verhaal over de voormalige leerfabriek.
14/08/2026

Deze twee illustraties horen bij het verhaal over de voormalige leerfabriek.

138. Terug bladeren in de Kroniek van 2018: De Oudorpse leerfabriek 1920 – 1925Tussen 1884 en 1920 was er in Oudorp een ...
14/08/2026

138. Terug bladeren in de Kroniek van 2018: De Oudorpse leerfabriek 1920 – 1925

Tussen 1884 en 1920 was er in Oudorp een kaasfabriek op de hoek van de Breelaan en de Herenweg. Vanaf 1918 was die kaasmakerij eigenlijk al niet meer rendabel. Toch hebben de eigenaren van stoomzuivelfabriek Wilhelmina uit Bergen de bedrijfsvoering tot 1920 nog overgenomen. Toen werd de exploitatie stil gelegd.

Leerfabrikant G.A. Freitag was na de Eerste Wereldoorlog op zoek naar een plek om een leerlooierij te kunnen starten. Omdat het drogen en looien van vellen vies werk was, mocht hij niet vlakbij de hoek Munnikenweg – Frieseweg beginnen. De omwonenden lieten burgemeester G. Bos weten dat zij bezwaar hadden tegen de kwalijk riekende dampen van het drogen, de stank van schoonschraapafval en de lozing van bloederig spoelwater op het slootje aldaar. De plek van de net verlaten kaasfabriek vlakbij de Halvemaansbrug bleek een geschiktere locatie. Gustav Aloysius Freitag kocht het perceel en de gebouwen om daar de nieuwe leerfabriek te vestigen.

Directeur Freitag ging voortvarend van start met de inrichting van het pand. Tevoren had hij bij kapitaalkrachtige Alkmaarders (de aandeelhouders) voldoende kapitaal opgehaald om de investering van de naamloze vennootschap te realiseren. De bestaande bebouwing werd uitgebreid met een complex van kantoren en werkplaatsen, en met een woonhuis aan de kant van de Breelaan.
Zo kwamen er een kerverij, vleescherij (ontvlezerij), looierij en een ververij, naast algemene ruimtes met werkplaatsen, magazijn, laboratorium, stookruimte en kantoren. Hiermee ging de productie van nappa, glacé en chairleder (stoelenleer) van start. Ook prepareerde men er schapenvachten.

In de jaren na de Eerste Wereldoorlog herpakte de economie zich. De afzetmogelijkheden dienden zich al snel aan voor de Oudorpse fabriek. Niet alleen voor de Nederlandse markt. Er kon ook naar het zich van de oorlog herstellende Duitsland geëxporteerd worden. In 1923 ging de productie verder omhoog. Er kwam een totaal nieuw ketelhuis naast de fabriek, pal achter het reeds bestaande PEN-huisje aan de Herenweg.

Burgemeester G. Bos was blij met de nieuwe werkgelegenheid in Oudorp. Maar de relatie tussen de werkenden en de deels Duitse leidinggevenden verliep niet altijd zonder problemen. Er vielen klappen over en weer, met veroordelingen bij de Alkmaarse rechtbank als gevolg. Johan Tamis pikte zijn ontslag niet en timmerde er op los bij zijn Duitse chef. Een andere chef sloeg werknemer Smit. En ook onderling vochten de Oudorpers soms met elkaar. Zo kwamen Jacob en Piet Venneker op een dag samen met Willem Stoop en Cees Berkhout op het fabrieksterrein verhaal halen bij wolwasser Gerrit de Goede. Die weinig zachtzinnige benadering leverde deze mannen een proces-verbaal op.

De bedrijfsvoering leed gelukkig niet onder deze schermutselingen. De fabriek draaide aardig. Er kwam zelfs een aanvraag om het complex te mogen uitbreiden met een kleedruimte, een schaftlokaal en een werkplaats. De verbazing was dus enorm toen eind juni 1925 het bericht kwam dat de leerfabriek failliet zou zijn. Niemand had dat verwacht en zeker de voornamelijk Alkmaarse aandeelhouders niet, die het voor die tijd gigantische bedrag van 700.000 gulden bij elkaar gebracht hadden. De officier van justitie vertrouwde het voor geen cent. Hij liet de directeur en zijn boekhouder arresteren. Curator Sluis deed nog een poging om beslag te leggen op een wagon huiden ter waarde van 200.000 gulden, maar deze bleek zich al in Duitsland te bevinden.

In deel 2 vertel ik u het verder ging met de fabriek.
Als u het hele artikel van Amber Veel wilt lezen, en ook de andere illustraties wilt zien, kunt u de Kroniek van 2018 nabestellen via [email protected]

Adres

Kasteellaan 5
Oudorp
1829BD

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Stichting Historisch Oudorp nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Organisatie

Stuur een bericht naar Stichting Historisch Oudorp:

Snelkoppelingen

Delen