04/09/2026
Vorige week donderdag 27 augustus 2026 overleed op 97 jarige leeftijd de heer Jacob Jan Vethaak. Veel oud-leerlingen zullen hem nog kennen als leraar aan de Gemeentelijke ULO/MAVO (later Bram Daaldermavo) in Alkmaar. Zijn favoriete vakken daar waren Duits en geschiedenis.
Vandaag gaan we verder met zijn jeugdherinneringen.
141. Terug bladeren in de Kroniek van 2018: Mijn herinneringen aan de Kanaaldijk, tegenwoordig Randersdijk geheten. (deel 2)
We gaan verder met herinneringen van voor 1952. Bij de oude Friesebrug stond het haringstalletje van Maarten Krook. Ik kocht daar haringen voor vijf cent per stuk. Aan de overkant stond ’s zomers een ijshuisje. Het goedkoopste ijsje kostte dan twee cent. Als je er een beetje limonade bij wou, betaalde je drie cent. Kom daar nu nog eens om!
Ik had een ‘rijk’ leven. Afgezien van de autoped met luchtbanden die ik al had, kreeg ik op negenjarige leeftijd de grote Bosatlas en een dik boek over onze vaderlandse geschiedenis.
Ik speelde vaak met Marietje de Boer, die bijna even oud was als ik. We hoepelden en knikkerden vaak op ’t Kaaitje. Dat was een pad achter het rijtje van zes huizen Haar ouders hadden het café waar de autobussen richting West-Friesland konden parkeren. Ik ben zelfs een keer, samen met Marietje, stiekem op de step naar de boerderij van mijn grootmoeder in Ursem gegaan. Mijn vader heeft ons daar weer opgehaald. Ik kan me niet herinneren dat we straf hebben gekregen.
Aan de vriendschap met Marietje kwam in 1938 abrupt een einde. Op de terugweg uit school (de toenmalige Nicolaas Beetsschool in de Snaarmanslaan – in het gebouw van de huidige Belloschool) kreeg Marietje hevige buikpijn. Ze kon niet verder lopen. Ik ben toen naar huis gehold om hulp te halen. De gealarmeerde huisarts zag daarna niet dat de situatie heel ernstig was. Te laat stuurde hij haar naar het Centraal Ziekenhuis. Daar overleed zij aan buikvliesontsteking. Marietje werd slechts negen jaar.
In de nacht van 10 mei 1940 stonden mijn vader en ik op de Friesebrug. Daar hoorden we het bombardement op het vliegveld Bergen. In de lucht zagen we witte wolkjes van het afweergeschut: oorlog met Duitsland!
In de jaren veertig van de vorige eeuw waren er nog echte winters. Dan werd er geschaatst op de sloten van de Oudorperpolder, het hele gebied tussen de Munnikenweg, de Nieuwe Schermerweg, het Ooievaarsnest en Oudorp. Zo kon je vanaf de Kanaaldijk tot achter de rooms-katholieke kerk in Oudorp komen.
Midden in de oorlog moest ik brood halen bij bakker Groen aan de Kooltuin in Alkmaar. Op de terugweg wilde ik de kortere route over het bevroren kanaal nemen. Ik stapte bij de Friesebrug op het ijs en zakte daar prompt doorheen. Op de brug liep een man die niet op mijn geroep af kwam. Hij liep door richting Frieseweg. Zo was ik op mijzelf aangewezen en dat lukte. Zonder brood kwam ik thuis. Daar werd ik van droge kleren voorzien en naar bed gestuurd.
In die tijd vond ook een keer ‘een veldslag’ plaats tussen met stokken gewapende jongen uit het Rode Dorp en jongens van het Ooievaarsnest, waar ik me bij had aangesloten. Het treffen vond plaats op het grasveld voor de renteniershuizen aan de Kanaaldijk en eindigde onbeslist.
Van oorlogshandelingen heb ik heel weinig gemerkt, behalve die ene keer toen een Duitse kustvaarder juist voor ons huis in gevecht kwam met een Engels jachtvliegtuig. Na een korte schotenwisseling vervolgden beide hun weg, zonder veel schade aangericht te hebben.
Tijdens de oorlog werd ons huis te klein. Ik had intussen in 1936 een broertje gekregen en mijn grootmoeder moest tijdens de oorlog haar grote woning aan de Omval ontruimen. Ze moest plaats maken voor evacués uit Den Helder. We verhuisden uit het rijtje van zes huizen naar Kanaaldijk E2a. Dat is het eerste grote huis aan de huidige Randersdijk. Daar woonden we prettig, totdat de nieuwe Friesebrug in 1951-1952 werd aangelegd. Er kwam een hoog talud voor ons huis. Daardoor verdween ons uitzicht op het kanaal en het Victoriepark. Onze buren in huis E2b pasten zich aan. Zij gingen boven wonen en beneden slapen. Maar mijn vader koos er voor om naar Kanaaldijk E18 (nu nummer 19) te verhuizen. Daar heb ik een keer een auto door de lucht zien vliegen die veel te hard reed. Het gevolg was dat die auto in het kanaal belandde. Gelukkig zonk hij niet. Iemand sprong in een roeiboot en wist de man uit zijn benarde positie te redden.
In 1965 zijn we naar de Margrietlaan in Alkmaar-Zuid verhuisd. Ik denk nog vaak aan de vooroorlogse landelijke Kanaaldijk. Wat is er daarna door het moderne verkeer veel veranderd. Helaas is dit mooie stukje Oudorp/Alkmaar voorgoed verdwenen.
Met dank aan de heer D.Veel voor de prettige samenwerking en zijn positieve opmerkingen.
J.J. Vethaak
Als u het hele artikel van J.J. Vethaak wilt lezen, kunt u de Kroniek van 2018 nabestellen via [email protected]
Door een fout staat het artikel van de heer Vethaak niet in de inhoudsopgave van de Kroniek van 2018 vermeld. Maar het artikel zelf staat er op de bladzijden 29 t/m 31.