04/05/2026
"Their name liveth for evermore"
4 mei 2026 - Op Vlieland worden vanavond in de kerk weer de namen genoemd van de mannen die begraven liggen op het oorlogsgravengedeelte van het kerkhof en bloemen gelegd op hun graven. De meesten zijn vliegeniers die omgekomen zijn toen hun toestel in de Noordzee of Waddenzee crashte. De meeste jonge mannen op Vlieland begraven zijn Britten maar ook van verder overzee uit landen als Canada, Australië.
Om een gezicht te geven aan deze mannen hier een beeld van de 26 jarige Percy Ford.
Graf 38 – Percy George Ford, Pilot Officer , Wireless operator/ Air gunner – R.C.A.F – 407 Squadron
In de namiddag van zaterdag 27 juni 1942 werd marechaussee wachtmeester Benjamin van Dalen door de Duitse bezettingsmacht geïnformeerd dat er een op het strand gevonden stoffelijk overschot naar het lijkhuisje op het kerkhof was overgebracht.
Van Dalen begaf zich vervolgens naar het kerkhof waar hij ook de huisarts Van Terwisga aantrof die de schouwing verrichte. Het bleek dat het enkel nog de romp van een mens was dat zich in verregaande staat van ontbinding bevond dat was aangebracht.
Om de romp zaten nog de resten van een bovenbroek, die door van Dalen werden herkend als een uniform van de Engelsche Weermacht.
In een van zakken van deze broek werd een blanco chequeboek gevonden met daarop vermeld; Lloyds Bank Limited, Cox and Kings Branche, 6 Pall Mall S.W 1. De bladen waren genummerd L.378.642 met volgende en voorafgaande nummers.
Van Dalen nam een pagina uit het chequeboek, dat hij aan de burgemeester overdroeg. Het stoffelijk overschot werd daarop in graf 38 als onbekende begraven.
Toen na de oorlog een Engelse identificatie eenheid op Vlieland neerstreek om onderzoek te doen naar de onbekenden, kwam ook het proces-verbaal dat wachtmeester van Dalen maakte naar aanleiding van de schouwing van het stoffelijk overschot begraven in graf 38 naar voren.
Het was vanwege de notitie van Van Dalen over het chequeboek en de nummers dat de stoffelijke resten geïdentificeerd konden worden.
Het chequeboek bleek toebehoord te zijn geweest aan de 26-jarige pilot Officer Percy George Ford uit Castor, Alberta, Canada.
Percy Ford was de marconist/boordschutter in Hudson AM 371 toen het toestel op 15 december 1941 om 16.05 uur opsteeg van RAF basis North Coates voor een anti shipping missie ten noorden van Terschelling. Het was zijn derde en tevens laatste missie Zijn mede-bemanningsleden waren: piloot Leonard Almquist, Pilot Officer James A. Bitcon en Sergeant Wilfred Turley
Van de vier bemanningsleden werden alleen de lichamen van Percy Ford en Wilfred Turley gevonden.
Het stoffelijk overschot van Percy Ford spoelde op 27 juni 1942 aan op het strand van Vlieland, na 195 dagen, ruim een half jaar na de crash.
Boordmarconist Wilfred Turley, 21 jaar oud, afkomstig uit Montreal, Quebec, Canada, spoelde aan tegen de Groninger kust en ligt begraven in Usquert.
De 22-jarige Pilot Officer James Bitcon uit Vancouver, Canada raakte vermist tijdens zijn 18-de missie. Zijn naam staat genoemd op het Runnymede Memorial.
De piloot Pilot Officer Leonard William Almquist, geboren in Rockford, Illinois in de Verenigde Staten was 21 jaar oud en vloog ook zijn 18-de missie.
Zijn lichaam is nooit teruggevonden en zijn naam staat genoemd op het Runnymede Memorial.