11/06/2026
"Waarom hebt u uw burgemeester niet verdedigd?"
Schoonebeek, 29 juli 1943
Het is een warme zomerochtend. Voor het gemeentehuis van Schoonebeek stopt een motorfiets met twee onbekende mannen. Ze rijden een paar keer heen en weer door het dorp en gaan vervolgens rustig op het terras van café Dorgelo zitten. Een kop koffie. Niets bijzonders, zo lijkt het.
Maar niet iedereen vertrouwt het.
NSB-burgemeester Geert Bisschop en zijn vertrouweling Oostindiën staan in Schoonebeek berucht om hun jacht op onderduikers. Door hun toedoen zijn al vele inwoners opgepakt. Angst heerst op de boerderijen van het dorp. Wie zal de volgende zijn? Het verzet heeft besloten dat er moet worden ingegrepen.
Oostindiën kijkt vanuit het gemeentehuis naar de twee mannen.
"Die vertrouw ik niet."
Bisschop geeft daarop een bevel aan opperwachtmeester Johannes Kippers:
"Haal die mannen hierheen."
Kippers voert zijn opdracht uit. Na een kort gesprek lopen de twee onbekenden zonder tegenstribbelen met hem mee naar de burgemeesterskamer.
Eenmaal binnen vraagt Kippers:
"Nog meer van uw orders?"
"Nee, ga je gang maar."
Kippers verlaat de kamer.
Tien seconden later breekt de hel los.
Schoten galmen door het gemeentehuis. Kruitdamp trekt onder de deur door. Oostindiën vlucht gewond de gang op, achtervolgd door een schietende verzetsman. Burgemeester Bisschop zakt dodelijk getroffen achter zijn bureau in elkaar. Ook Oostindiën overleeft het niet. Een ambtenaar die op het lawaai afkomt, wordt door een verdwaalde kogel getroffen en sterft eveneens.
De daders ontsnappen.
Diezelfde middag arriveert de Sicherheitsdienst.
De Duitse rechercheurs schreeuwen, schelden en eisen antwoorden.
"Waarom hebben jullie je burgemeester niet verdedigd?"
"Jullie hebben je gedragen als laffe zwijnen!"
Hun woede richt zich vooral op één man:
Opperwachtmeester Johannes Kippers.
Hij was immers in de buurt geweest. Hij droeg een wapen. En hij had niet voorkomen wat er was gebeurd.
Kippers wordt gearresteerd.
Voor de bezetter is dat voldoende.
Of hij werkelijk iets wist. Of hij sympathie had voor het verzet. Of hij eenvoudigweg geen kans had gehad om in te grijpen. Het doet er niet meer toe. Zijn lot is bezegeld.
Maanden later volgt de ultieme prijs.
Op 14 april 1944 wordt Johannes Kippers door de Duitsers gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Hij laat een vrouw en kinderen achter. Na de oorlog wordt zijn lichaam teruggevonden en krijgt hij alsnog een waardige begrafenis. In het gemeentehuis van Schoonebeek wordt een gedenkplaat aangebracht ter nagedachtenis aan de gevallen veldwachter.
Het verhaal van Johannes Kippers herinnert ons eraan dat de geschiedenis van politie en marechaussee in oorlogstijd niet zwart-wit is.
Sommigen kozen voor samenwerking.
Anderen kwamen in een onmogelijke positie terecht.
En sommigen betaalden uiteindelijk met hun leven.
Opperwachtmeester (veldwachter) Johannes Kippers behoorde tot die laatste groep.