Historische Brigade Koninklijke Marechaussee

Historische Brigade Koninklijke Marechaussee Wij beelden de K.Marechaussee en het Korps Politietroepen uit, van 1919-1940 en 1945-1965.

"Waarom hebt u uw burgemeester niet verdedigd?"Schoonebeek, 29 juli 1943Het is een warme zomerochtend. Voor het gemeente...
11/06/2026

"Waarom hebt u uw burgemeester niet verdedigd?"

Schoonebeek, 29 juli 1943

Het is een warme zomerochtend. Voor het gemeentehuis van Schoonebeek stopt een motorfiets met twee onbekende mannen. Ze rijden een paar keer heen en weer door het dorp en gaan vervolgens rustig op het terras van café Dorgelo zitten. Een kop koffie. Niets bijzonders, zo lijkt het.

Maar niet iedereen vertrouwt het.

NSB-burgemeester Geert Bisschop en zijn vertrouweling Oostindiën staan in Schoonebeek berucht om hun jacht op onderduikers. Door hun toedoen zijn al vele inwoners opgepakt. Angst heerst op de boerderijen van het dorp. Wie zal de volgende zijn? Het verzet heeft besloten dat er moet worden ingegrepen.

Oostindiën kijkt vanuit het gemeentehuis naar de twee mannen.

"Die vertrouw ik niet."

Bisschop geeft daarop een bevel aan opperwachtmeester Johannes Kippers:

"Haal die mannen hierheen."

Kippers voert zijn opdracht uit. Na een kort gesprek lopen de twee onbekenden zonder tegenstribbelen met hem mee naar de burgemeesterskamer.

Eenmaal binnen vraagt Kippers:

"Nog meer van uw orders?"

"Nee, ga je gang maar."

Kippers verlaat de kamer.

Tien seconden later breekt de hel los.

Schoten galmen door het gemeentehuis. Kruitdamp trekt onder de deur door. Oostindiën vlucht gewond de gang op, achtervolgd door een schietende verzetsman. Burgemeester Bisschop zakt dodelijk getroffen achter zijn bureau in elkaar. Ook Oostindiën overleeft het niet. Een ambtenaar die op het lawaai afkomt, wordt door een verdwaalde kogel getroffen en sterft eveneens.

De daders ontsnappen.

Diezelfde middag arriveert de Sicherheitsdienst.

De Duitse rechercheurs schreeuwen, schelden en eisen antwoorden.

"Waarom hebben jullie je burgemeester niet verdedigd?"

"Jullie hebben je gedragen als laffe zwijnen!"

Hun woede richt zich vooral op één man:

Opperwachtmeester Johannes Kippers.

Hij was immers in de buurt geweest. Hij droeg een wapen. En hij had niet voorkomen wat er was gebeurd.

Kippers wordt gearresteerd.

Voor de bezetter is dat voldoende.

Of hij werkelijk iets wist. Of hij sympathie had voor het verzet. Of hij eenvoudigweg geen kans had gehad om in te grijpen. Het doet er niet meer toe. Zijn lot is bezegeld.

Maanden later volgt de ultieme prijs.

Op 14 april 1944 wordt Johannes Kippers door de Duitsers gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Hij laat een vrouw en kinderen achter. Na de oorlog wordt zijn lichaam teruggevonden en krijgt hij alsnog een waardige begrafenis. In het gemeentehuis van Schoonebeek wordt een gedenkplaat aangebracht ter nagedachtenis aan de gevallen veldwachter.

Het verhaal van Johannes Kippers herinnert ons eraan dat de geschiedenis van politie en marechaussee in oorlogstijd niet zwart-wit is.

Sommigen kozen voor samenwerking.

Anderen kwamen in een onmogelijke positie terecht.

En sommigen betaalden uiteindelijk met hun leven.

Opperwachtmeester (veldwachter) Johannes Kippers behoorde tot die laatste groep.

Hilvarenbeek 1938: kermisvreugde eindigt in dramaDe jaarlijkse kermis in Hilvarenbeek trok in juni 1938 honderden bezoek...
09/06/2026

Hilvarenbeek 1938: kermisvreugde eindigt in drama

De jaarlijkse kermis in Hilvarenbeek trok in juni 1938 honderden bezoekers uit de wijde omgeving. Wat een feestelijke avond had moeten worden, veranderde echter in een van de meest ingrijpende openbare-orde-incidenten uit de vooroorlogse geschiedenis van de Koninklijke Marechaussee.

Op de avond van 14 juni werd de marechaussee opgeroepen naar een café waar enkele bezoekers zich agressief en ordeverstorend gedroegen. Voor de aanwezige marechaussees was het een situatie die zij maar al te goed kenden. In een tijd waarin de marechaussee op het platteland vaak met slechts enkele manschappen verantwoordelijk was voor de openbare orde, werd regelmatig een beroep gedaan op hun optreden tijdens drukbezochte evenementen zoals kermissen.

Aanvankelijk probeerden de marechaussees de betrokken personen op vreedzame wijze tot bedaren te brengen en uit het café te verwijderen. De situatie escaleerde echter toen een opperwachtmeester werd aangevallen. Wat volgde was een chaotische vechtpartij waarbij de marechaussees zich plotseling tegenover een agressieve menigte zagen staan.

Toen een van de relschoppers erin slaagde een sabel van een marechaussee te bemachtigen en daarmee de ordehandhavers bedreigde, ontstond een uiterst gevaarlijke situatie. De marechaussees stonden voor een moeilijke keuze. Zij hadden niet alleen hun eigen veiligheid te waarborgen, maar ook die van omstanders die zich midden in de kermisdrukte bevonden.

In de daaropvolgende seconden werden schoten gelost. De afloop was tragisch. Een man kwam om het leven, meerdere personen raakten gewond en ook een marechaussee liep zware verwondingen op. Voor alle betrokkenen liet de gebeurtenis diepe sporen na.

De schietpartij van Hilvarenbeek laat zien onder welke omstandigheden de marechaussee in het Nederland van de jaren dertig haar taak uitvoerde. Zonder moderne communicatiemiddelen, zonder beschermende uitrusting en vaak met beperkte ondersteuning moesten marechaussees optreden in situaties die in een oogwenk levensbedreigend konden worden. Van hen werd verwacht dat zij met vastberadenheid de openbare orde handhaafden, zelfs wanneer zij numeriek in de minderheid waren.

Hoewel de gebeurtenissen van die avond tragisch afliepen, getuigt het optreden van de marechaussees van de verantwoordelijkheid die zij droegen voor rust, veiligheid en gezag. De kermis van Hilvarenbeek in 1938 vormt daarmee niet alleen een dramatisch hoofdstuk uit de lokale geschiedenis, maar ook een indringend voorbeeld van de risico's waarmee marechaussees in hun dagelijkse dienst werden geconfronteerd.

De verdwenen rang van brigadierWie oude foto's van de Koninklijke Marechaussee van rond 1900 bekijkt, zal een opmerkelij...
05/06/2026

De verdwenen rang van brigadier

Wie oude foto's van de Koninklijke Marechaussee van rond 1900 bekijkt, zal een opmerkelijk verschijnsel ontdekken. De gewone marechaussee droeg op zijn mouw de chevrons van een korporaal, terwijl hij officieel nog helemaal geen korporaal was.

Dat lijkt vreemd, maar had alles te maken met de bijzondere positie van de Marechaussee binnen de Nederlandse krijgsmacht.

Van een marechaussee werd veel meer zelfstandigheid verwacht dan van een gewone soldaat. Hij verrichtte politiediensten, hield toezicht op de openbare orde en trad vaak zelfstandig op namens de overheid. Om deze hogere status zichtbaar te maken, kreeg de marechaussee rangonderscheidingstekens die overeenkwamen met die van een korporaal bij andere wapens.

Daardoor ontstond echter een probleem. Binnen de Marechaussee bestond namelijk ook de rang van brigadier, die gelijk stond aan een korporaal. Wanneer iedere marechaussee al korporaalsstrepen droeg, moest er een manier worden gevonden om het verschil tussen beide rangen zichtbaar te houden.

De oplossing was bijzonder. De brigadier ging onderscheidingstekens dragen die overeenkwamen met die van een hogere rang. Hierdoor ontstond een soort "opschuiving" binnen het gehele rangstelsel van de Marechaussee. Ook de wachtmeesters en opperwachtmeesters gingen rangonderscheidingstekens dragen die hoger waren dan die van hun tegenhangers bij andere onderdelen van de landmacht.

Op oude foto's kan dit soms voor verwarring zorgen. Een brigadier lijkt dan op het eerste gezicht een wachtmeester, terwijl een wachtmeester weer de onderscheidingstekens van een nog hogere rang lijkt te dragen. Zonder kennis van de toenmalige voorschriften is het daardoor gemakkelijk om een rang verkeerd te interpreteren.

In de loop van de twintigste eeuw veranderde deze situatie. De marechaussee kreeg officieel een hogere rangpositie binnen de krijgsmacht, waardoor de eerder gebruikte korporaalsstrepen niet langer een symbolische verhoging waren, maar daadwerkelijk bij zijn rang gingen horen. Daarmee verdween de noodzaak voor het kunstmatig opschuiven van de rangonderscheidingstekens.

Een van de gevolgen was dat de rang brigadier, ooit de korporaalsrang van de Koninklijke Marechaussee, uit het rangstelsel verdween. De rangreeks werd vervolgens vereenvoudigd tot marechaussee, wachtmeester, opperwachtmeester en de hogere onderofficiersrangen.

Het is een klein maar fascinerend hoofdstuk uit de geschiedenis van de Koninklijke Marechaussee. Een hoofdstuk dat laat zien hoe belangrijk rangonderscheidingstekens waren, niet alleen om gezag aan te geven, maar ook om de bijzondere positie van het korps binnen de Nederlandse krijgsmacht zichtbaar te maken.

Voor meer gedetailleerde informatie over dit onderwerp, lees De Klaroen, Jaar editie 2022.

Van artillerist tot politie-militair: uniformen en bevorderingen in het jonge Korps PolitietroepenToen het Korps Politie...
02/06/2026

Van artillerist tot politie-militair: uniformen en bevorderingen in het jonge Korps Politietroepen

Toen het Korps Politietroepen in 1919 werd opgericht, bestond het nieuwe korps niet uit nieuw geworven militairen. De eerste politietroepen kwamen uit verschillende onderdelen van de landmacht, zoals de infanterie, artillerie en genie. Dat was direct zichtbaar aan hun uiterlijk.

In de beginjaren droegen veel militairen namelijk nog het uniform van hun oorspronkelijke onderdeel. De bekende gekleurde biezen op de broek verraadden vaak waar een man oorspronkelijk vandaan kwam. Een voormalig infanterist zag er anders uit dan een oud-artillerist, terwijl zij inmiddels hetzelfde werk deden binnen het Korps Politietroepen.
Alleen de enkele nestel verbond deze militairen.

Pas geleidelijk ontstond een eigen uniformering. Het korps kreeg een meer uniforme uitstraling en de oude wapenkleuren verdwenen. Later verschenen de karakteristieke zwarte biezen, die jarenlang met het Korps Politietroepen verbonden zouden blijven. Daarmee groeide langzaam een eigen korpsidentiteit, los van de onderdelen waaruit de manschappen oorspronkelijk afkomstig waren.

Ook de rangonderscheidingstekens ontwikkelden zich in die richting. Deze werden uiteindelijk gelijk aan die van de Koninklijke Marechaussee. Dat was niet vreemd, want het Korps Politietroepen was oorspronkelijk opgericht als hulpkorps van de Marechaussee en voerde vergelijkbare politietaken uit.

Opvallend genoeg werden de rangbenamingen niet overgenomen. Waar de Marechaussee sprak van wachtmeesters en opperwachtmeesters, bleef het Korps Politietroepen de benamingen gebruiken die binnen de landmacht gebruikelijk waren. Een sergeant bleef dus sergeant en een sergeant-majoor bleef sergeant-majoor.

Niet alleen de uniformen, maar ook de loopbaan van een politie-militair kende in de beginjaren de nodige uitdagingen. Omdat veel manschappen administratief nog verbonden waren aan hun oorspronkelijke wapen, verliepen bevorderingen niet altijd eenvoudig.

Een korporaal die wilde opklimmen, moest soms examen afleggen volgens de eisen van zijn oude onderdeel. Zo kon een politie-militair die jarenlang politiediensten had verricht, alsnog worden beoordeeld op artilleriekennis wanneer hij oorspronkelijk uit de artillerie afkomstig was. Voor velen was dat een lastige opgave. De dagelijkse werkzaamheden binnen het Korps Politietroepen verschilden immers sterk van de taken die zij jaren eerder bij hun oorspronkelijke onderdeel hadden uitgevoerd.

Naarmate het korps zich verder ontwikkelde, kwam hierin verandering. Er ontstonden eigen opleidingen, eigen vakkennis en uiteindelijk ook een meer zelfstandige bevorderingsstructuur. Daarmee groeide het Korps Politietroepen uit van een verzameling militairen uit verschillende wapens tot een korps met een eigen karakter, eigen tradities en een eigen plaats binnen de Nederlandse krijgsmacht.

Juist in die ontwikkeling is mooi te zien hoe het Korps Politietroepen volwassen werd. Van mannen in uiteenlopende uniformen met verschillende achtergronden, naar één herkenbaar korps dat zijn eigen identiteit had gevonden.

Het Korps Politietroepen: ontstaan uit onrust en improvisatieToen Nederland in november 1918 de Eerste Wereldoorlog acht...
30/05/2026

Het Korps Politietroepen: ontstaan uit onrust en improvisatie

Toen Nederland in november 1918 de Eerste Wereldoorlog achter zich liet, leek het land op het eerste gezicht stabiel. Nederland was neutraal gebleven en had de verwoestingen van de oorlog weten te vermijden. Toch heerste er grote spanning. In Europa stortten oude regimes in, revoluties braken uit en ook in Nederland groeide de angst voor maatschappelijke onrust.

De mislukte revolutiepoging van SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra in november 1918 maakte diepe indruk op de regering. Men vreesde stakingen, opstanden en sociale ontwrichting. Tegelijkertijd bleek dat de bestaande politie- en veiligheidsdiensten onvoldoende capaciteit hadden om overal tegelijk op te treden. Vooral de Koninklijke Marechaussee, die verantwoordelijk was voor militaire politietaken en ordehandhaving, kampte met een tekort aan manschappen.
Maar zij wilden echter geen snelle uitbreiding met onervaren manschappen, omdat dit slecht zou zijn voor de kwaliteit.

In die gespannen omstandigheden besloot de regering een nieuw korps op te richten: het Korps Politietroepen.

Een hulpkorps van de Marechaussee

Het Korps Politietroepen werd officieel opgericht op 26 juni 1919. In de beginjaren was het korps nadrukkelijk bedoeld als hulpkorps van de Koninklijke Marechaussee. De nieuwe eenheid moest ondersteuning bieden bij:

handhaving van orde en rust,
bewaking van militaire objecten,
grensbewaking,
begeleiding van transporten,
en ondersteuning van de burgerlijke politie.

De invloed van de marechaussee was aanvankelijk groot. De organisatie van het korps was sterk gebaseerd op militaire politiediensten en ervaren marechaussees leverden een belangrijk deel van het kader. De politietroepen waren militairen, maar voerden taken uit die dicht tegen het politiewerk aan lagen.

Een korps opgebouwd met wat beschikbaar was

De oprichting van het Korps Politietroepen gebeurde met grote haast. Nederland wilde snel beschikken over een mobiel en betrouwbaar veiligheidskorps dat kon optreden bij binnenlandse onrust. Daardoor moest men improviseren met materieel en uniformen.

In de eerste jaren beschikten de Politietroepen nog niet over een eigen tenue. Veel manschappen droegen hun oude uniform afkomstig van hun voormalige onderdeel. Riemen, jassen en uitrusting kwamen vaak rechtstreeks uit militaire depots.
Slechts de enkele nestel gaf samenhang en herkenbaarheid.

Het meest opvallende onderdeel van hun uitrusting waren echter de Franse Adrianhelmen.

De Franse Adrianhelm

Tijdens de Eerste Wereldoorlog had Nederland verschillende typen stalen helmen onderzocht. Daarbij werden ook Franse Adrianhelmen aangeschaft. Deze helm (officieel de “Casque Adrian modèle 1915”) was beroemd geworden aan het Westfront en werd door miljoenen Franse soldaten gedragen.

De Nederlandse legerleiding vond de helm uiteindelijk minder geschikt als standaardhelm voor het Nederlandse leger. Toch verdwenen de Adrianhelmen niet uit beeld. De voorraden werden later gebruikt door onder andere de rijksveldwacht en het Korps Politietroepen.

Daardoor liepen Nederlandse politietroepen in de beginjaren rond met duidelijk herkenbare Franse helmen, vaak nog in de oorspronkelijke blauwgrijze kleur. Het gaf het korps een opvallend uiterlijk dat sterk afweek van andere Nederlandse militaire eenheden.

Juist die geïmproviseerde uitrusting laat zien hoe pragmatisch het korps werd opgebouwd. Traditie speelde nauwelijks een rol; snelheid en inzetbaarheid waren belangrijker.

Militairen tussen burgers

Het Korps Politietroepen nam in de jaren twintig en dertig een bijzondere positie in binnen de Nederlandse veiligheidsstructuur. De manschappen werden geworven uit verschillende legeronderdelen en vielen onder het ministerie van Oorlog, maar hun werkzaamheden vonden vaak plaats midden tussen de militaire en burgerbevolking.

De Politietroepen werden ingezet bij:

stakingen,
demonstraties,
bewakingstaken,
ordeverstoringen,
en beveiliging van strategische objecten.

Daardoor bevonden zij zich voortdurend op het grensvlak van leger en politie.

Later nog meer over het Korps Politietroepen!

30/05/2026
24/05/2026
In het komende nummer van de De Klaroen duiken we in een bijna vergeten, maar indrukwekkend hoofdstuk uit de geschiedeni...
24/05/2026

In het komende nummer van de De Klaroen duiken we in een bijna vergeten, maar indrukwekkend hoofdstuk uit de geschiedenis van de Koninklijke Marechaussee.

In 1929 werd sergeant-majoor Lieuwe Vaas op Curaçao slachtoffer van een gewelddadige aanval door Venezolaanse rebellen. Hun doel: wapens buitmaken uit het politiebureau van Willemstad om een staatsgreep in Venezuela te ontketenen.

De aanval kostte Vaas en twee van zijn collega’s op brute wijze het leven. De coup mislukte uiteindelijk, maar de gebeurtenissen hadden grote gevolgen. Sindsdien stationeert Nederland permanent een marineschip in het Caribisch gebied.

Heeft u ooit eerder gehoord van sergeant-majoor Lieuwe Vaas of deze aanval op Curaçao? Laat het ons weten in de reacties.

Binnenkort leest u het volledige verhaal in De Klaroen van de Historische Brigade Koninklijke Marechaussee.

Einde van een Korps.Eind mei 1940 veranderde veel voor Nederland.Na de capitulatie begon de demobilisatie van het Nederl...
22/05/2026

Einde van een Korps.

Eind mei 1940 veranderde veel voor Nederland.

Na de capitulatie begon de demobilisatie van het Nederlandse leger.
Onderdelen verdwenen, werden opgeheven of verloren hun functie.

Ook het Korps Politietroepen werd ontbonden.
Een korps dat nauw verbonden was met de marechaussee en na de oorlog niet meer terugkeerde.

Binnen onze Brigade houden wij ook dit minder bekende onderdeel van de Nederlandse krijgsgeschiedenis levend.

Daarom draagt ons embleem bewust zowel:

De vlammende granaat van de marechaussee, als de haan van de Politietroepen.

Een herinnering aan beide tradities.

Soms zien we foto's die extra interessant zijn voor onze Brigade leden vanwege hun woonplaats.Enkele leden uit Drenthe v...
21/05/2026

Soms zien we foto's die extra interessant zijn voor onze Brigade leden vanwege hun woonplaats.

Enkele leden uit Drenthe vonden deze foto's met verhaal erg interessant:

Nicolaas Smits was in de jaren 40, Marechaussee in Assen en Veenhuizen.

In september 1942 kwam Smits in Zwartemeer terecht.

Tijdens de oorlog wou hij niet trouwen, dus trouwde hij met zijn verloofde, na de bevrijding.

Zijn verloofde droeg een bruidsjurk van een parachute die de collega's van Smits hadden gevonden.

Om in Amsterdam te kunnen trouwen kreeg zijn verloofde op 23 juli 1945 een reisvergunning van het Militair gezag in Emmen.

Bron: Ergens in Nederland

Adres

Kampen
8262DR

Telefoon

+31651298943

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Historische Brigade Koninklijke Marechaussee nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen