05/02/2026
De toekomst en welvaart van Nederland zijn “onlosmakelijk verbonden met een sterk Europa," aldus de ondertekenaars van het regeerakkoord dat de basis is voor een minderheidskabinet in Nederland. Een uniek experiment in de nationale politieke cultuur krijgt versneld meer vorm en -straks via nieuwe regelgeving- inhoud: “Nederland moet de aanjager zijn van een geopolitieke en sterke Europese Unie die daadkrachtig optreedt. Geopolitiek besef moet doorklinken in alle beleidsterreinen. Door onze eenzijdige afhankelijkheden af te bouwen en te bouwen aan een Europese pijler binnen de NAVO kunnen we de VS en andere grootmachten geloofwaardig aanspreken wanneer hun handelen onze fundamentele waarden en belangen raken. Dit vereist investeringen in onze eigen veiligheid, een betere bescherming van onze innovatie, het stimuleren van opschaling binnen Europa, en het sluiten van nieuwe strategische samenwerkingen buiten Europa en de VS. Deze partnerschappen sluiten we op basis van gelijkwaardigheid en welbegrepen eigenbelang. Realisme betekent niet dat we onze idealen loslaten. We blijven pal staan voor onze vrije waarden. Nederland treedt de wereld hierbij met zelfvertrouwen tegemoet. Door nu fundamentele keuzes te maken beschermen we onze vrije manier van leven. Wij kiezen voor een weerbaar Nederland dat over de dijken kijkt en de regie over zijn eigen toekomst neemt.”
Een bestuurscentrum dat over de dam heen wil kijken zou eigenlijk onverbloemd ook een duidelijk pleidooi moeten houden voor de intrinsieke meerwaarde van de Nederlandse taal en cultuur binnen het kleurrijke Europese palet waar een natuurlijk spanningsveld is tussen eenheid en verscheidenheid. Juist taal maakt dit spanningsveld zichtbaar. Europa is geen continent met één dominante cultuurtaal, maar een heterogene gemeenschap die steunt op meertaligheid. In die context heeft de Nederlandse taal een betekenis die verder reikt dan nationale identiteit: zij vormt een wezenlijk onderdeel van het Europese project zelf waar verbondenheid en autonomie dikwijls op het scherp van de snede balanceren. Een noodzakelijke internationale verbondenheid die zich o.a. manifesteert in het nauwelijks verholen pleidooi van veel hoger onderwijs instellingen om de huishoudelijke route naar een grootschalige verengelsing van bacheloropleidingen ruim open te houden Onderwijsminister Dijkgraaf (D66) probeerde deze onstuimigheid van voornoemde instellingen enigszins te beteugelen. Hij verankerde eerder via de zogenaamde WIB (Wet Internationalisering in balans) de bepaling dat iedere bacheloropleiding in principe voor tweederde in het Nederlands moet worden aangereikt. Binnenkort geeft het nieuwe regeerakkoord (financieel noodlijdende) universiteiten en hogescholen handvatten om deze jonge wet (2024) in de praktijk vakkundig te ontmantelen om de eigen internationale wervingskracht te versterken.
En dus is het nu maar hopen dat de vernieuwde Tweede Kamer een scherp oog en oor houdt voor de letter en de geest van de WIB. Misschien is de tijd rijp voor een kwalitatief Nederlandse taal bachelortoets voor deze opleidingen, te delen met de volksvertegenwoordiging?
Die houdt regelmatig warme betogen voor nieuwe verbindingsmogelijkheden binnen een gefragmenteerde onzekere samenleving. Het multi-actieve gebruik van Nederlandse taal is, zo benadrukt het Sociaal en Cultureel Planbureau ( ) herhaaldelijk, een esseniële voorwaarde voor democratische deelname en sociale samenhang. Het Nederlands stelt burgers in staat om belangrijke maatschappelijke vraagstukken te begrijpen, te bevragen en te bekritiseren. Daarmee fungeert het als schakel tussen Europese besluitvorming en het nationale publieke debat. Zonder een sterke positie van het Nederlands in eigen land manifesteert Europa zich voor (te) veel burgers als een abstract en technocratisch bouwwerk, dat zich onttrekt aan democratische controle. Tegen deze achtergrond fungeert een ongebreidelde verengelsing van het hoger onderwijs eerder als een scheidings- dan een maatschappelijk verbindingselement. Internationalisering en academische uitwisseling blijven bijzonder waardevol, maar het SCP waarschuwt voor een eenzijdige verschuiving naar het Engels. Wanneer onderwijs en onderzoek structureel plaatsvinden in een niet-moedertaal, gaat niet alleen toegankelijkheid verloren, maar ook denkprecisie. Studenten en docenten formuleren complexiteit, twijfel en kritiek minder scherp, wat het academische debat verarmt. Bovendien vergroot verengelsing de afstand tussen de universiteiten en de geatomiseerde samenleving, omdat kennisproductie zich loszingt van de taal waarin de publieke samenspraak wordt gevoerd. En deze ontwikkeling raakt direct aan de Europese identiteit. Geeft zijn meertalige karakter op ten gunste van één dominante lingua franca, dan verliest het een belangrijk deel van de gewaardeerde (en door de nieuwe geostrategische ontwikkelingen) gerevalueerde Erasmiaanse culturele en intellectuele rijkdom (o.a. tolerantie). Talen herbergen eigen denktradities en perspectieven. Het Nederlands levert daarin een specifieke bijdrage, gevormd door zijn geschiedenis van handel, rechtstaat, polderen en kritisch burgerschap. Het SCP pleit daarom niet voor isolement, maar voor een bewuste versterking van het Nederlands als volwaardige onderwijs- en wetenschapstaal, naast het functionele gebruik van het Engels. Dat is een gedeeld welbegrepen eigenbelang.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Internationale Vereniging voor Neerlandistiek Vereniging ter bevordering van het gebruik van het bedreigde NL woord KANTL - Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren Taalunie