21/05/2026
DE MENS TEN BEHOEVE VAN HET GROTE GEHEEL
Wat is mijn rol in het Grotere Geheel van het bestaan. Die vraag onderzoekt dr.ir. Gert Jan van der Steen in paragraaf 15.1 van het eerste deel van zijn boek 'De kosmische leer'. Ben ik slechts een toevallige schakel in een eindeloze keten van geb***tenissen, of heeft mijn leven een eigen, unieke betekenis? Van der Steen schrijft dat deze vraag in allerlei spirituele tradities steeds weer wordt gesteld, steeds als verlangen naar verbinding, verantwoordelijkheid en zingeving. Op vrijdagmiddag 22 mei 2026 verzorgt hij bij Pentagram boekwinkel in Haarlem een lezing over zijn boek 'De kosmische leer'.
In hedendaagse spiritualiteit wordt de mens vaak gezien als een energetisch wezen dat verbonden is met grotere bewustzijnsvelden, zoals het eenheidsveld, het universeel bewustzijn of een zielengroep. Persoonlijke groei is dan niet alleen iets individueels. Wanneer iemand innerlijk groeit, oude patronen oplost of bewuster gaat leven, werkt dat door in het collectieve veld. Zelfontwikkeling wordt zo ook een bijdrage aan het geheel.
De Kosmische Leer voegt hier volgens Van der Steen een belangrijk accent aan toe. Verbondenheid is niet alleen een gevoel of intuïtieve ervaring, maar heeft ook een ordening, een structuur en een wetmatigheid. Het is dus niet voldoende om liefde voor het geheel te voelen; de mens wordt uitgenodigd zich bewust af te stemmen op de diepere orde waar hij deel van uitmaakt. Dat maakt spiritualiteit volwassener: de mens is niet ondergeschikt aan het geheel, maar mededrager ervan.
De mens wordt beschreven als een tussenwezen: zowel materieel als geestelijk. Juist doordat hij kan reflecteren, kiezen en zich aanpassen, kan hij actief meewerken aan de ontwikkeling van het geheel. Gedachten, emoties, handelingen en intenties hebben invloed op het veld waarin hij leeft. Daarom is innerlijke discipline geen privéproject, maar een bijdrage aan het kosmische organisme. De mens kan een priester worden: iemand die door aandacht, afstemming en overgave een kanaal kan worden voor het hogere.
De praktische ontwikkeling van iemands rol in het Grote Geheel verloopt volgens de tekst in fasen: ontwaken, waarnemen, afstemmen, dienstbaar worden en integreren. Eerst groeit het besef dat je niet losstaat van alles. Daarna zie je dat je keuzes effect hebben. Vervolgens zoek je innerlijke ordening, stel je je talenten in dienst van het grotere verband, en ga je ervaren dat jouw unieke rol niet speciaal hoeft te zijn om essentieel te zijn.
De tegenkracht hiervan is afgescheidenheid: het gevoel dat je alleen staat, moet concurreren of enkel je eigen pad volgt. De Kosmisch Leer ziet dit niet als straf, maar als disharmonie die ontstaat wanneer een organisme zich afsluit. Toch heeft ook afgescheidenheid een functie: pas door het gemis aan verbinding ontstaat het verlangen naar een bewustere, rijpere eenheid.
De kern van de paragraaf is dat onze rol in het Grote Geheel niet vastligt en niet van buitenaf wordt opgelegd. Zij ontstaat door afstemming, deelname en trouw aan het leven zelf. De mens is geen marionet, maar ook geen solist. Hij is een medeschepper in een grotere muziek, die juist door zijn bewuste aanwezigheid tot klinken komt.
LEZING 'DE KOSMISCHE LEER' OP VRIJDAGMIDDAG 22 MEI:
https://www.pentagramboekwinkel.com/nl/evenementen/de-kosmische-leer-lezing-gert-jan-van-der-steen