16/01/2026
VRIJSPRAAK in zaak Pieter Wittenberg
Mytilini, Le**os donderdag 15 januari 2026
Vrijspraak voor Pieter Wittenberg en mede-gedaagden in humanitaire
strafzaak.
De rechtbank in Mytilini op Le**os heeft vandaag Pieter Wittenberg (78) en de 23
andere gedaagden vrijgesproken in de strafzaak die sinds 2018 tegen hen liep. De
rechtbank oordeelde dat de aanklachten geen stand houden en dat niet is bewezen
dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Tijdens de zitting kreeg het Openbaar Ministerie het woord om het standpunt uiteen
te zetten. De officier van justitie stelde vast dat, ook bij beoordeling van alle
soortgelijke feiten in onderlinge samenhang, niet kan worden bewezen dat sprake
was van een criminele organisatie, gezamenlijke spionageactiviteiten op Grieks
grondgebied of andere strafbare samenwerking. Tijd, plaats, rolverdeling en concrete
uitvoering bleken onvoldoende duidelijk en niet aantoonbaar.
Volgens het Openbaar Ministerie betrof het handelen van de betrokkenen in essentie
het observeren, lokaliseren en volgen van boten met vluchtelingen op zee, met als
doel mensen in nood op te wachten, hulp te verlenen en hen vervolgens te
registreren en over te dragen aan de autoriteiten. Daarbij werd gebruikgemaakt van
visuele waarnemingen vanaf Le**os en open communicatiemiddelen, waarbij
informatie werd gedeeld om reddingsacties mogelijk te maken. Deze werkwijze vond
plaats in nauwe samenhang met, en vaak parallel aan, de activiteiten van de Griekse
kustwacht en Frontex.
Het Openbaar Ministerie benadrukte dat de informatie die door NGO-leden werd
ontvangen en gedeeld, afkomstig was uit open kanalen, waaronder meldingen via de
Griekse kustwacht, en dat niet is bewezen dat deze informatie gericht of exclusief
aan een specifieke groep werd verstrekt. Ook bleek uit het dossier dat bestuursleden
van de betrokken NGO’s geen kennis hadden van operationele reddingsactiviteiten
op zee.
Op basis van deze overwegingen concludeerde het Openbaar Ministerie dat de
beschuldigingen niet bewezen kunnen worden en verzocht het om alle verdachten
onschuldig te verklaren.
De rechtbank heeft dit standpunt gevolgd en sprak alle gedaagden vrij. Daarmee
komt een einde aan een jarenlang juridisch traject met grote persoonlijke en
professionele gevolgen voor alle betrokkenen. De uitspraak onderstreept dat
humanitaire hulpverlening en het redden van mensenlevens niet strafbaar is.
In zijn pleidooi benadrukte een van de advocaten het fundamentele belang van
zorgvuldigheid en rechtsstatelijkheid in deze zaak. Hij stelde dat alle advocaten
volledig de gelegenheid moeten krijgen om hun standpunten uiteen te zetten voordat
het Hof tot een oordeel komt. Volgens de verdediging overstijgt deze zaak het
individuele niveau. De zaak is niet alleen van betekenis voor Griekenland, maar ook
voor Europa en de rest van de wereld. Hier wordt mede bepaald hoe moet worden
omgegaan met humanitaire hulpverleners en met mensen op de vlucht. De advocaat
onderstreepte daarbij expliciet het politieke karakter van de zaak en stelde dat niet
de reddingsacties, maar juist de pushbacks als de werkelijke criminele handelingen
moeten worden beschouwd. Juist in Griekenland, waar de grondslag van de
rechtsstaat ligt, is deze uitspraak volgens de verdediging cruciaal om democratische
waarden te beschermen en verdere ondermijning daarvan te voorkomen.
Reactie van Pieter Wittenberg:
Persbericht: VRIJSPRAAK in zaak Pieter Wittenberg
Mytilini, Le**os donderdag 15 januari 2026
Vrijspraak voor Pieter Wittenberg en mede-gedaagden in humanitaire
strafzaak
De rechtbank in Mytilini op Le**os heeft vandaag Pieter Wittenberg (78) en de 23
andere gedaagden vrijgesproken in de strafzaak die sinds 2018 tegen hen liep. De
rechtbank oordeelde dat de aanklachten geen stand houden en dat niet is bewezen
dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Tijdens de zitting kreeg het Openbaar Ministerie het woord om het standpunt uiteen
te zetten. De officier van justitie stelde vast dat, ook bij beoordeling van alle
soortgelijke feiten in onderlinge samenhang, niet kan worden bewezen dat sprake
was van een criminele organisatie, gezamenlijke spionageactiviteiten op Grieks
grondgebied of andere strafbare samenwerking. Tijd, plaats, rolverdeling en concrete
uitvoering bleken onvoldoende duidelijk en niet aantoonbaar.
Volgens het Openbaar Ministerie betrof het handelen van de betrokkenen in essentie
het observeren, lokaliseren en volgen van boten met vluchtelingen op zee, met als
doel mensen in nood op te wachten, hulp te verlenen en hen vervolgens te
registreren en over te dragen aan de autoriteiten. Daarbij werd gebruikgemaakt van
visuele waarnemingen vanaf Le**os en open communicatiemiddelen, waarbij
informatie werd gedeeld om reddingsacties mogelijk te maken. Deze werkwijze vond
plaats in nauwe samenhang met, en vaak parallel aan, de activiteiten van de Griekse
kustwacht en Frontex.
Het Openbaar Ministerie benadrukte dat de informatie die door NGO-leden werd
ontvangen en gedeeld, afkomstig was uit open kanalen, waaronder meldingen via de
Griekse kustwacht, en dat niet is bewezen dat deze informatie gericht of exclusief
aan een specifieke groep werd verstrekt. Ook bleek uit het dossier dat bestuursleden
van de betrokken NGO’s geen kennis hadden van operationele reddingsactiviteiten
op zee.
Op basis van deze overwegingen concludeerde het Openbaar Ministerie dat de
beschuldigingen niet bewezen kunnen worden en verzocht het om alle verdachten
onschuldig te verklaren.
De rechtbank heeft dit standpunt gevolgd en sprak alle gedaagden vrij. Daarmee
komt een einde aan een jarenlang juridisch traject met grote persoonlijke en
professionele gevolgen voor alle betrokkenen. De uitspraak onderstreept dat
humanitaire hulpverlening en het redden van mensenlevens niet strafbaar is.
In zijn pleidooi benadrukte een van de advocaten het fundamentele belang van
zorgvuldigheid en rechtsstatelijkheid in deze zaak. Hij stelde dat alle advocaten
volledig de gelegenheid moeten krijgen om hun standpunten uiteen te zetten voordat
het Hof tot een oordeel komt. Volgens de verdediging overstijgt deze zaak het
individuele niveau. De zaak is niet alleen van betekenis voor Griekenland, maar ook
voor Europa en de rest van de wereld. Hier wordt mede bepaald hoe moet worden
omgegaan met humanitaire hulpverleners en met mensen op de vlucht. De advocaat
onderstreepte daarbij expliciet het politieke karakter van de zaak en stelde dat niet
de reddingsacties, maar juist de pushbacks als de werkelijke criminele handelingen
moeten worden beschouwd. Juist in Griekenland, waar de grondslag van de
rechtsstaat ligt, is deze uitspraak volgens de verdediging cruciaal om democratische
waarden te beschermen en verdere ondermijning daarvan te voorkomen.
Reactie van Pieter Wittenberg:
“Ik ben ongelooflijk opgelucht, voor mezelf maar vooral ook voor de mensen die mij
dierbaar zijn. Na al die jaren van vervolging voelt deze vrijspraak als ademhalen na
een lange duik. Ik heb altijd gehandeld vanuit mijn geweten en vanuit mijn plicht als
mens en als zeeman: mensen in nood helpen. Dat dit ooit tot een strafzaak zou
leiden, had ik nooit kunnen bedenken. "Ik ben dankbaar dat de rechtbank heeft
bevestigd dat mensen helpen geen misdaad is, maar de schade die deze jarenlange
vervolging heeft aangericht voor mensen op de vlucht is onverteerbaar. Het feit dat
dit alles niet nodig was en dat de levens van vele mensen 2988 dagen gegijzeld zijn
geweest door onbehoorlijke rechtsgang is een pijnlijke constatering en moeilijk te
verteren. "En dat maakt dat ik me leeg voel in plaats van euforisch en blij."