10/04/2026
Meerjarenplan
Het begint met koffie. Slappe koffie, alsof iemand al bij voorbaat rekening houdt met compromissen.
‘U begrijpt toch wel,’ zegt Caroline van der Plas, terwijl ze haar kopje neerzet zonder te drinken, ‘dat dit niet kan.’
De directeur van het Voedingscentrum knikt langzaam. ‘Wat kan er niet?’
‘Die Schijf. Minder vlees. Meer planten. U zet zo een hele sector buitenspel.’
De directeur schuift een papier naar voren. Een cirkel, keurig ingedeeld. Groenten, granen, peulvruchten. ‘We hebben gekeken naar wat gezond is.’
‘Voor wie?’ vraagt Caroline.
‘Voor mensen.’
Er valt een korte stilte. Buiten fietst iemand langs, een tas vol boodschappen aan het stuur. Niemand die het gesprek hoort.
‘Maar boeren dan?’ zegt ze. ‘Die kunnen hier toch niet zomaar in mee?’
De directeur denkt even na. ‘Dus u stelt voor dat we het advies aanpassen?’
‘Nou ja,’ zegt ze, ‘iets minder streng misschien. Iets meer ruimte voor vlees. Gewoon, realistisch.’
‘Realistisch,’ herhaalt hij. ‘Dus als iets ongezond is, maken we het minder ongezond op papier?’
‘Voor de balans,’ zegt Caroline.
De directeur leunt achterover. ‘Dat is interessant. Doen we dat ook met roken? Of met drugs? Dat we zeggen: een beetje minder slecht, want anders is het zo lastig voor de handel?’
Ze kijkt hem aan. Even maar. Alsof ze twijfelt of dit een grap is.
‘Dat is iets anders,’ zegt ze dan.
‘Waarom?’
Geen antwoord. Alleen het geluid van een lepeltje dat tegen porselein tikt.
‘Wij worden betaald,’ zegt de directeur rustig, ‘om te zeggen wat goed is voor het lichaam. Niet om systemen in stand te houden.’
Caroline schuift haar stoel iets naar achteren. ‘U maakt het wel heel zwart wit.’
‘Nee,’ zegt hij. ‘Juist niet. Ik probeer het helder te houden.’
Weer stilte. De koffie is inmiddels koud.
‘Dus u gaat niets aanpassen?’ vraagt ze.
De directeur schudt zijn hoofd. ‘Nee. Maar misschien moeten we iets anders aanpassen.’
‘Wat dan?’
Hij kijkt naar de cirkel op tafel. Naar de verdeling, de eenvoud ervan. ‘De wereld eromheen.’
Caroline staat op. Ze pakt haar tas, aarzelt nog even. ‘Dat klinkt mooi,’ zegt ze. ‘Maar daar win je geen verkiezingen mee.’
‘Misschien niet,’ zegt de directeur. ‘Maar wel jaren.’
Ze loopt weg zonder haar koffie op te drinken. De directeur blijft zitten. Hij draait het papier een kwartslag, alsof het dan iets nieuws zegt.
Maar het blijft hetzelfde. Gewoon gezond verstand.