12/06/2026
Deze morgen geen wekker. Was ook niet nodig. De purser klopte op de deur.
Tijd voor het ontbijt. Eerst even opfrissen en dan lekker eten. Er was voldoende en aangezien George en ik vroeg waren, was alles vers en warm. Daarna terug naar de hut en de ligstoel genomen om te gaan zonnen aan dek. Korte broek en handdoek. Puzzelboek erbij en de dag kon beginnen. Het was nog lekker weer. De zon deed goed haar best om ons te frituren.
Na enkele uren werd de zee wat ruwer. Maar het ging nog steeds goed. Ik had mijn dekstoel even onder de hoede van Jim gelaten om even wat pilsjes in de bar te gaan halen. En Engelse drop. Dat had ik nu beter niet kunnen doen. Engelse drop, bier en een steeds ruwer wordende Middellandse zee werkte niet goed samen met mijn maag.
Ik werd na een poosje behoorlijk misselijk en besloot dan ook maar om mijn pas ingeladen Engelse drop samen met het bier te lossen. Ook even kijken waar de wind vanaf komt en dan laten gaan die handel. Alles werd weer enigszins normaal. Tijd om gaan te verkassen naar mijn hut. Ligstoel mee gesleurd en op mijn bedje gaan liggen.
Het wilde maar niet lukken om in slaap te vallen en na een bepaalde tijd voelde ik me weer slechter worden. De zee hielp ook een handje mee. Het werd een kleine storm. Alles is toch weer goed gekomen en tegen de avond was ik weer opgeknapt en kon ik me weer aan dek begeven. Ik heb maar niet meer gegeten en al zeker geen bier meer gedronken. Tja, ik kwam erachter dat de zon ook niet altijd voor mij schijnt. We hebben nog even over mijn capriolen nagelachen met Jim en George. De zee was rustiger geworden en ook de temperatuur was goed. Tijd voor de laatste nacht aan boord. Morgen zijn we in Volos.
Donderdag 1-6.
Om 09.00 uur ben ik opgestaan. De pillen hadden niet veel geholpen. Nog steeds een barstende koppijn. Dat zal vandaag wel over gaan. Ik besloot om niet te gaan eten. Wel heb ik melk gedronken. Ik dacht dat ik zeker de hele melkvoorraad van een koe heb op gedronken. Het hielp trouwens wel hoor. De melk neutraliseerde de alcohol in ieder geval bij mij en ik heb er baat bij gehad. Daarna ben ik maar weer eens in de zon gaan liggen. De zee was als een spiegel zo glad. Maar dat het ook wel eens anders kon zijn had ik dus gemerkt. Als de vrachtauto’s niet goed vast waren gezet, de boot verkeerd geladen was, of als de ballastpompen niet naar behoren werkte, dan had je kans dat er heel andere dingen gebeurden. Zoals met de ferryboot Zenobia.
Ik zat toen gelukkig niet op deze boot, maar het was wel een behoorlijke ramp.
De passagiers waaronder de chauffeurs hebben gelukkig voldoende de tijd gehad om in de reddingssloepen te kunnen gaan, maar de Zenobia en de gehele lading plus de tientallen vrachtwagens zijn naar de zeebodem gegaan. Waaronder ook een Scania vrachtwagen van Maastrans uit Veen.
Aan boord van de Falstar heb je de mogelijkheid om een telefoon gesprek aan naar Holland aan te vragen bij de telegrafist. Dat heb ik gedaan. We waren in de buurt van Rhodos en ik had mijn gesprek met de zaak in Rotterdam. Er werd me verteld dat er bij aankomst in Volos een telex met het terug laad adres zou klaar liggen. Okay ik wacht maar af wat het zal zijn. Nu was het weer tijd om gaan te zonnen. Daarna tijd voor de lunch. Niet teveel eten dacht ik. Het is dan ook allemaal gelukt en het smaakte me ook alweer. Daarna ben ik even naar beneden gegaan om mijn spullen alvast in de cabine te leggen. Mijn vrachtwagen stond nog goed in de kettingen. Banden, motorolie, koelvloeistof e.d. gecontroleerd. Alles in orde.
Terug naar mijn hut voor een do**he. De komende dagen zal ik misschien weinig do**he te zien krijgen. Pas in Oostenrijk weer als het mee zit. Maar goed dat is iets voor later. Griekenland begon aan de horizon op te doemen en laat in de middag kwamen we in Volos aan. Okay naar beneden dan maar. Spankettingen van de vrachtwagen los gemaakt en deze ver weg van mijn banden gelegd. Voordat je het weet heb je een flinke scheur in een van je banden.
Het was tijd om van boord te rijden. Normaal mag eerst de beneden verdieping en dan gaat de lift de bovendek verdieping leeg maken. Dit keer ging het iets anders eerst gingen de Scandinaviërs en de anderen die beneden op het dek stonden van de boot en toen die eraf waren werd de lift en helling naar beneden gelaten en eerst het bovendek gelost. Ik geloof dat de laadmeester revanche wilde halen op de Alpenturken. Tja, hoe noem je dat? Boontje komt om zijn loontje. Ze waren behoorlijk boos op de laadmeester. Okay wij waren van de boot en moesten ons opstellen op de ontvangstplaats van de douane. Controle op smokkelwaar. Jawel, sigaretten uit Saoedi-Arabië.
Bijvoorbeeld Marlboro. Die kosten per slof Fl. 7.80.- En die kun je goed verstoppen op de juiste plaats. En iedere chauffeur heeft zo zijn geheimpjes. Wie nam er teveel sigaretten mee? Niemand toch? Of zag ik dat verkeerd? De expediteur kwam al aanlopen en had de telex voor mij. Na een begroeting kreeg ik mijn instructies en kon ik het haven gebied verlaten. Eerst nog goedendag zeggen tegen mijn Engelse vrienden Jim en George. Tot een volgende keer. Eerst een nieuwe tachoschijf in de klok gelegd. De oude tachoschijf was behoorlijk zwart geworden. Ik laat die tachoschijf altijd blanco. Geen naam of andere getallen invullen als je de boot opgaat tot je weer terug bent in de bewoonde wereld. Griekenland hoort bij de Europese Unie. En de Joegoslaven hebben ook een eigen gedachte over de tachoschijf.
Ik moest in de buurt van Drama 2 blokjes marmer laden. Zou een gewicht van 23 ton zijn. Voor België. Dat betekende wel dat ik de huif helemaal moet afkappen. Gelukkig is het niet nat en dat maakt veel uit. Ik ben richting Drama gereden. Vandaag heb ik het niet meer gehaald. De weg was prima. Toch moet je in Griekenland opletten. Je denkt een prima weg te hebben maar de weg kan af en toe spekglad zijn. Er ligt vaak geen stroeve toplaag op het asfalt. Dus voordat je het weet kun je een flinke schuiver maken.
Je moet dus alert blijven. Bij Drama in de buurt moest ik de bergen in en besloot dat morgen bij daglicht te doen. Kom je niet voor verrassingen te staan. Dus even wat eten, sigaretje roken en naar bed.
Vrijdag 2-6.
Zo, ik schrok me vanmorgen te pletter. Die opgedraaide ijzeren haan wekte me om 06.00 uur. En ik had geen pest zin om uit mijn slaapzak te komen. Ik ben nog even blijven liggen. Een half uurtje later had ik de moed om uit de veren te kruipen. Er moest gewerkt worden. Ik heb snel een kattenwasje genomen. Straks was ik toch weer zo vuil als een mijnwerker en dan had ik mijn eigen do**he om me op te frissen. Maar ik moest de route naar de marmergroeve zien te vinden. Het binnenland in rijden waar geen wegbewijzering staat. Maar ik had mazzel. De eerste en beste persoon die ik zag klampte ik aan en vroeg de route naar de laadplaats. De persoon in kwestie werkte daar zelf en ik heb zijn fiets in mijn trailer geladen en we gingen op weg. Na een half uurtje rijden kwamen we in de marmer groeve aan. De weg er naar toe was allesbehalve goed te berijden. Gaten en een smalle weg. Je moet hier geen tegenligger treffen, want dan had er eentje een probleem. Ik was er en moest de huif afbreken. Een hels karwei, maar het was niet anders. Die blokken marmer kunnen er niet zomaar ingeschoven worden. Maar ik kreeg al snel hulp van twee werknemers van het bedrijf. Toen was het snel gebeurd. Dat zul je in Nederland niet snel meemaken dat er meegeholpen wordt om de huif af te breken. Ik kreeg 2 leuke blokjes marmer op mijn trailer nadat eerst de nodige maatregelen getroffen waren wat betreft balken voor het vastzetten van het marmer. De kleinste blok voorop de trailer en de grootste blok verdelen op de achterassen. Heb ik straks geen last met het te zwaar zijn van het hele spul. Toen alles erop stond heb ik de blokken vastgezet met spanbanden en kettingen. Vijf sjorringen per blok plus een goede kopsjorring voor ieder blok. Dat moest voldoende zijn. Als de lading eenmaal aan het schuiven zou gaan was er niets meer aan te houden. En dat wilde ik voorkomen. Dus rekening houden met het bochtenwerk en niet al te abrupt remmen. Maar de huif moest ook weer opgebouwd worden. Dezelfde mannen hielpen me met deze klus. Maar goed ook, want het was gaan regenen en werd het een vieze bedoeling.
Okay, het was gebeurd. Ik kon gaan do**hen. Daarna ben ik gaan rijden.
Het begeleiding document dat had ik gekregen had, werd bij expediteur Skiadas in Thessaloniki in orde gemaakt. Waarom eigenlijk niet in Volos Ik kwam erachter dat ik nog niets gegeten had en besloot dat maar eens eerst te doen. Na een restaurant gevonden te hebben, heb ik lekker van mijn avondeten genoten. Rundvleessoep, een onduidelijke herkomst van het vlees met aardappelen met salade en fruit na. Het was toch heerlijk.
Daarna ben ik naar Thessaloniki gereden om de vrachtwagen zo dicht bij de douane neer te zetten. Er waren tot zover geen bekenden te zien. Of ze lagen al te slapen, of zaten nog ergens in een kroeg in het haven gebied achter een pot bier. Nou, ik was in ieder geval goed moe. Het was tijd voor mij om gaan te slapen en morgen de documenten zoals het Carnet TIR en begeleidende papieren op te laten maken. Ik heb mijn ijzeren haan op 07.00 uur gezet. Welterusten.
Zaterdag 3-6.
Zo vandaag wakker geworden in een zee van herrie rondom mijn vrachtauto. Dus snel uit mijn cabine en na een kattenwasje, een paar crackers met ham en een fles melk ben ik naar het kantoor van onze expediteur Skiadas gewandeld. En jawel hij was er al. Alle documenten afgegeven die ik nodig had voor in België te komen.
Ik moest om 11.30 uur terug bij mijn vrachtauto zijn, want dan zou mijn wagen verzegeld worden door de douane. Okay geen probleem ik op tijd weer terug zijn. Ondertussen kon ik nog heel wat andere dingen doen. Boodschappen doen en even rondstruinen door de winkelstraten van Thessaloniki. Eens kijken of ik nog een cadeau kon vinden voor het thuisfront. Dat is me gelukt. Ik was op tijd terug bij mijn vrachtauto en inderdaad de douane kwam op het afgesproken tijdstip samen met de expediteur. De TIR lijn en platen werden verzegeld. Documenten waren al klaar. Alleen nog Skiadas betalen voor de bewezen diensten en ik was gereed om te vertrekken. Het is maar een klein stuk van Thessaloniki naar de Joegoslavische grens. Maar eerst nog even een bezoekje afleggen bij het tankstation Mobil. En tevens even een hapje eten. Okay toen verder onderweg naar de Griekse douane. Altijd weer plezierig om te zien hoe snel die werken. Ik was dan ook binnen 10 minuten weer buiten. Carnet TIR, de Carnet de passages (triptieks) voor de trekker en trailer en andere documenten waren snel afgestempeld. Okay, een stukje richting verderop voor de Joegoslavische douane is een taxfree shop. Even naar binnen voor een paar flessen Ouzo in te slaan. Een goede kennis van me wilde graag enkele flessen van dat spul hebben.
Het werden twee dozen a zes flessen en die moesten goed opgeborgen worden zodat ik bij de volgende grensovergangen geen problemen ga krijgen. Maar ik had een goede plaats waar niet snel iets gezocht gaat worden. Waar? Dat zal geen enkele chauffeur vertellen. Het ging weer verder richting de Joegoslaaf. Het was weer lang wachten, maar uiteindelijk was ik dan toch aan de b***t. Je kunt je eigen wel op zitten jutten maar dat helpt geen zak. De vergunning en andere documenten werden afgestempeld. Wegenbelasting moest ook nog betaald worden. En dat was 3975 Dinar. Toch weer een kleine Fl. 300.- voor zo’n 1100 kilometer veelal slechte weg naar Oostenrijk. Bij de paspoort controle krijg je ook nog regelmatig cabine controle. Mijn dozen Ouzo hadden een speciale plaats en die werden niet gevonden. Meestal is het te doen om iets van de chauffeur los te krijgen. Maar dat was ik was het niet van plan. Ik hoef zo’n biggenkop en z’n gezin toch niet te onderhouden.
Alles werd goed bevonden en ik kon beginnen aan mijn reis richting Oostenrijk. Die zou via Niš, daarna richting Belgrado, Zagreb, naar de grensplaats Gora Radgona – Bad Radkersburg gaan.
Ik was benieuwd of ik door zou kunnen rijden over de Autoput. Het viel me reuze mee. Het was niet druk. Ondertussen was het alweer avond en donker geworden.
Het eerste stuk rij je door veel tunnels langs de Monravi rivier die daar vlak langs de weg stroomt. Zoals gezegd het was goed te rijden en het was gelukkig droog. Dat scheelt zeker hier op deze wegen. Het wil wel eens goed glad zijn. Ook in de zomer. Ik was nog niet moe. Dus door gereden zover als het kon. Het was ondertussen middernacht geworden en kwam in de buurt van de stad Niš.
Zondag 4-6.
Ik voelde me nog genoeg fit om door te rijden richting Belgrado.
Alles wat ik nu kon rijden op een zeer rustige Autoput was meegenomen. Vandaag zal het wel weer een drukte van belang worden als de Joego’s op familie bezoek gaan of ergens langs de Autoput gaan picknicken. Doorgaan dus. De radio met de cassettespeler maakte overuren. Goede muziek uit de 60tiger jaren op de cassettebandjes. En iets harder want dan bleef je goed wakker.
Ik vorderde gestaag want er was bijna geen verkeer op de Autoput. Soms moet je even een kleine pauze inlassen om koffie te zetten en even sanitair bezig te zijn. Maar daarna ging het alweer snel door richting Belgrado. Vandaag was het zondag en dat betekende dat er een vrachtwagen rijverbod was van 15.00 tot 20.00 uur. Zogenaamd om het vakantie en recreatie verkeer een vrije doorgang te verlenen. Aan m’n hoela. Als er iemand een last is op deze wegen in Joegoslavië, dan zijn het de Joegoslavische kamikaze chauffeurs zelf. Maar goed laat ik daar niet over gaan discussiëren, want dan krijg ik nog een lekke hartklep. Dus voor mij betekende dat, doorrijden zover ik kon. Vergeet de toegestane rijtijden. Ik was Belgrado al goed genaderd toen er een auto van de politie voor me kwam rijden. Ik dacht, ik ben de pineut maar om een of andere reden gaf hij gas en verdween uit mijn zicht. Mazzel dus. Ik wilde doorrijden tot bij het National hotel in Belgrado. Ik begon aan de laatste klim voor de hoofdstad en naderde mijn tussenstop. Nog even de brug over de Donau en dan de afslag voor het National hotel. Daar aan gekomen heb ik mijn vrachtwagen netjes geparkeerd.
Al met al had ik een leuk aantal kilometers afgelegd. Maar moe was ik wel. Ik besloot om gaan te slapen. Ik vond dat ik zoiets wel verdiend had. Straks zien we wel verder.
Zo, het was alweer 16.00 uur en ik dacht eraan om maar eens naar het restaurant te gaan voor een hapje te eten. Het National hotel is altijd weer een plaats waar je bekenden tegenkomt. Ook deze keer waren er weer voldoende goede collega’s. Op de terug weg naar huis of onderweg naar het Midden-Oosten. Jim Leman de sympathieke Engelsman, of laat ik liever zeggen: “Welshman” was er ook. Hij was achter me aan gereden vanaf Griekenland. Dat wil zeggen hij zat enkele uren achter me. Omdat ik nog verder wilde rijden na het rijverbod heb ik me maar gehouden aan niet alcoholische dranken.
De menukaart van Hotel Restaurant National in Belgrado. De meeste gerechten waren niet te bestellen. De ingrediënten waren er gewoon niet. Maar och, improviseren dan maar. In het restaurant hebben de obers allemaal dezelfde naam. Althans voor de chauffeurs. We noemden ze allemaal "George" en de serveerster noemden we "Georgina".
Zo ongeveer tegen 19.30 uur ben ik terug gegaan naar de vrachtauto om deze te controleren en weer gevechtsklaar te maken voor het laatste stuk Joegoslavië. Belgrado, Zagreb en verder naar de grens. Nieuwe tachoschijf in de klok gedaan want bij het vliegveld staat een politie wachtpost en die mannen willen nog weleens controleren en zo hun eigen salaris aan te vullen. Ze proberen altijd wel wat te vinden. En om moeilijkheden te voorkomen werk je dan een beetje mee.
Niet harder rijden dan 70 kilometer per uur. Okay, het rijverbod was voorbij en om 20.15 uur ben ik gaan rijden. En inderdaad bij de controlepost aangekomen moest ik stoppen en na controle kon ik doorrijden. Alles in orde. Geen zakgeld aan die politieman hoeven te geven. Ik viel bijna uit mijn stoel Geen zakgeld voor die politieman? Waren er dan toch nog eerlijke politiemannen in Joegoslavië? Maar snel verder doorrijden dan maar voordat hij tot andere gedachten kwam. Rond 01.00 uur begon ik kleine oogjes te krijgen en om ongelukken te voorkomen dacht ik eraan om mijn vrachtwagen bij “De boompjes” te gaan parkeren en gaan te slapen. Dus nog even doorrijden.
Maandag 5-6.
En jawel, tegen 02.00 uur kwam ik aan bij die fameuze parkeerplaats.
Ik had ruimte voor mijn vrachtwagen en na deze te hebben geparkeerd ben ik maar eens te bed gegaan. Nou het duurde niet lang voordat ik wakker geklopt werd. Verdomme, wat nu aan de hand. Je had de kans om een flinke klap tegen je kanis te krijgen en als je dan weer bij kwam, was alles pleite in je cabine. Je geld, kleding enfin……alles. Dus kijk je eerst uit je raampje wie er is.
Het kan goed een collega zijn die je hulp of iets dergelijks nodig heeft. Maar nee het was geen collega. Het was Gipsy en deze dame verzorgde de behoeftes van menig chauffeur die over de Autoput reden van en naar verre oorden. Eigenlijk een soort thuiswerkster kun je zeggen.
Het ene moment kom je ze vooraan in Joegoslavië tegen en de volgende keer in de buurt van Skopje. Maar Gipsy is niet de enige hoor. Misschien wel de enige die net zoveel mannen gehad heeft als er klinknagels in de Moerdijkbrug of duikboot zitten. Dus het was heel wijs om niet met haar de matras op te duiken voor een héél erg intiem gesprek want dan had je grote kans dat je e***l er na verloop van tijd vanzelf eraf viel net zoals de bladeren van een boom in de herfst.
Maar goed, ik heb ze even in mijn cabine gelaten en we hebben een beetje geouwehoerd over van alles en nog wat. Koffie gezet en wat gegeten. Maar mijn portomonaie was steeds verstopt. Daar heb ik een speciale plaats voor. Het was al vaak genoeg voorgekomen dat chauffeurs al hun geld kwijt waren aan een snelle dame. Ik vertrouw dat niet als ik even eruit moet om water te pakken.
Even naderhand werd er weer geklopt en een volgende thuiswerkster diende zich aan. Nee, dank je wel. Ik ben al voorzien. Deze keer was het Maria Artiesta. Ook zo’n sociaal werkster die overal langs de Autoput te vinden was. Deze Maria Artiesta is altijd zeer kleurig gekleed behalve bij sociale sessies van haar. Je zou haast denken als je haar ziet, dat er meer kleuren bestaan dan de kleuren in een regenboog. Maar goed, aan alles komt een einde. Ik wilde slapen. Dus heb ik Maria laten weten dat ik wilde slapen en zij vertrok dan ook zonder enig probleem uit mijn cabine. Tot een volgende keer zei ze en bedankte voor de koffie en een hapje. Nou dan, ik ging plat op mijn Volvo bedje. Dat is gelukt tot 10.00 uur. Daarna eruit en me gewassen. Vrachtwagen gecontroleerd en gestart en even zodanig geparkeerd dat ik hem in de gaten kon houden terwijl ik binnen zat te eten. Cabine afgesloten om naar het restaurant te gaan. Het zal niet de eerste keer zijn dat je cabine leeg is als je terugkomt van je ontbijtje. Ik heb hier eieren besteld met brood. Het smaakte me helemaal niet. De eieren hadden in plaats van een normale bakb***t, zwemles in olie gekregen. Wat een vetzooi was dat.
Ik heb dan ook dat zooitje niet helemaal opgegeten en na betaling ben ik in mijn cabine gestapt de motor gestart voor het laatste stuk naar de grens af te leggen. Maar ja, de Autoput was heel wat drukker wat verkeer betreft dan 's nachts. Veel afremmen en optrekken. En dan begin je zo’n beetje een hekel te krijgen aan die mafketels op de weg. Het zijn me toch een stuntels die Joego’s. De reis ging verder en verliep verder tot aan de grens zonder problemen. De weg van Zagreb naar Gornja Radgona is wel een 150 kilometer kronkelige weg. Maar ik rij liever deze weg dan aan te sluiten bij de Sentilj – Spielfeld grens. Hier is het veel te druk op de maandag. Op de bladzijden in mijn Carnet TIR had ik Gornja Radgona als grensplaats laten vermelden. Dat moet en je loopt dan niet de kans om naar een andere grens gestuurd te worden die vermeld staat in het Carnet TIR. Het was niet druk aan de grens en alles was dan ook binnen 2 uurtjes gebeurd. Zo ik kon naar mijn volgende stop gaan rijden. Dat was Rudy in Lebring. Maar er is wel een ander probleem.
De volgende keer meer. Nu even een pauze dames en heren.