19/08/2026
Openbaring 22:1-2 :
En hij toonde mij een rivier van levenswater, blinkend als kristal, die uitging vanuit de troon van God en van het Lam. In het midden van haar straat en aan beide zijden van de rivier was de boom van het leven, die twaalf vruchten draagt en elke maand zijn vrucht geeft (…).
Het unieke aspect van onze christelijke ervaring moet de troon zijn van Degene die voornam en van Degene die verloste. Dit betekent dat we de God die voornam en Christus die verloste als ons Hoofd, onze Heer en ons gezag aanvaarden. We moeten gewillig zijn om onszelf aan zo’n hoofdschap te onderwerpen. We introniseren Hem in ons wezen en in ons christelijke leven. We zijn hier niet om voor onszelf te leven. We leven en bestaan om Gods plan te voltooien, om voort te zetten wat Christus heeft volbracht. In ons dagelijks leven, in ons gezinsleven, in ons huwelijksleven, in ons zakelijk leven en in ons gemeenteleven moet Gods troon centraal staan.
We hebben allemaal ervaren dat wanneer we ons aan dit hoofdschap onderwerpen, we onmiddellijk de gewaarwording hebben dat iets van de volle rijkdom van God in ons stroomt.
Elke ochtend na het opstaan moeten we zeggen: “Heer, dank U voor een nieuwe dag waarop ik U als mijn Heer mag nemen. Ik onderwerp mezelf de hele dag onder Uw hoofdschap. Heer, richt Uw troon op in mijn leven. Richt Uw troon op in het midden van mijn wezen. Heer, breng mijn hele dag met mijn dagelijks leven onder Uw troon.”
Deze God die in ons is, is de bron van het leven. De troon van God en van het Lam moet het middelpunt van ons wezen zijn. Wie is onze Heer, ons Hoofd en ons gezag in ons dagelijkse leven?
(CWWL, 1984, deel 3, “God’s New Testament Economy,” blz. 460-463)