Stichting Meer dan Babi Pangang

Stichting Meer dan Babi Pangang Meer dan Babi Pangang is een online platform wat bijdraagt aan het sterker zichtbaar maken van de Chi

Alex van Halen over familie, pijn en muziekEen jeugd vol lawaai en stilteWie Broers van Alex van Halen openslaat, verwac...
23/08/2026

Alex van Halen over familie, pijn en muziek

Een jeugd vol lawaai en stilte

Wie Broers van Alex van Halen openslaat, verwacht misschien een rockbiografie vol backstageverhalen en gitaarsolo’s. Wat hij krijgt, is iets veel persoonlijkers: een kroniek van geweld, migratie en muzikale overerving. De drummer van Van Halen, de band die vanaf 1978 de Amerikaanse rockscène op zijn kop zette, schrijft met een zeldzame openheid over zijn jeugd in Nederland en de Verenigde staten.

“De handjes zaten los in ons gezin,” schrijft hij. Wat volgt, is een onthutsend portret van een familie waarin liefde, angst en muziek onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Zijn vader, Jan van Halen, saxofonist bij de Luchtmachtkapel, was een man met talent én een kort lontje. Zijn moeder, de op Java geboren Eugenia van Beers, hield het gezin met harde hand bijeen. “Zij sloeg je met een pollepel,” noteert Alex droog. Het is die toon – half ironisch, half gelaten – die het boek draagt.

Lees meer via link in bio.

Drie tonen uit één akkoord – De broers Van Dongen over muziek, afkomst en herinneringFoto: Rob en Peter van Dongen met h...
22/08/2026

Drie tonen uit één akkoord – De broers Van Dongen over muziek, afkomst en herinnering

Foto: Rob en Peter van Dongen met hun moeder - eigen archief

In Bersama Magazine, Tjampoer-editie verscheen onlangs een opmerkelijk interview met drie broers die elk op hun eigen manier hun Indische afkomst, familiegeschiedenis en kunstenaarschap vormgaven: Arnold (1964) en de tweeling Rob en Peter van Dongen (1966). Het gesprek leest als een familiekroniek in drie stemmen, waarin muziek, identiteit en herinnering voortdurend door elkaar klinken.

De drie werden geboren in Amsterdam. Hun moeder, Peggy Anita Kneefel (1941), arriveerde in 1952 vanuit Makassar met haar moeder, Engelina Kneefel-Ong – oma Lien – en twee zusjes in Nederland. Hun grootvader, Henri Kneefel, was een KNIL-militair die tijdens de Japanse bezetting in kamp Teling bij Manado terechtkwam. “Hoewel hij was gewaarschuwd dat hij moest vluchten wanneer een Indonesische bewaker hem zou vragen een patjol, een spade, te halen – wat betekende dat je je eigen graf moest graven – deed hij dat niet,” vertelt Peter in het interview. “Hij werd op 16 augustus 1945 onthoofd door de Japanners.”

Lees meer via link in bio.

Boekbespreking: Doodsengel van Mick de VriesDe terugkeer van een vergeten schrijverEr zijn romans die pas decennia na ve...
21/08/2026

Boekbespreking: Doodsengel van Mick de Vries

De terugkeer van een vergeten schrijver

Er zijn romans die pas decennia na verschijnen hun ware betekenis krijgen. Doodsengel (1940) van arts en schrijver Mick de Vries is zo’n boek. De roman, lang vergeten en nu herontdekt door zijn dochter Xaviera Hollander en de onlangs overleden neerlandicus Peter van Zonneveld, laat zich lezen als een duister psychologisch experiment én als een scherpe schets van de koloniale samenleving in Nederlands-Indië.

De Vries (1902-1973) studeerde geneeskunde in Amsterdam, was bevriend met Simon Vestdijk en vertrok na zijn opleiding naar Soerabaja, waar hij directeur werd van een ziekenhuis. Zijn medische kennis en zijn observatievermogen bepalen het ritme van deze roman, die de grenzen aftast tussen zorg en vernietiging, empathie en macht.

Lees meer via link in bio.

De onzichtbare ruggengraat van Indonesië – De lange schaduw van de Chinezen in de archipelOorsprong van een diasporaDe a...
20/08/2026

De onzichtbare ruggengraat van Indonesië – De lange schaduw van de Chinezen in de archipel

Oorsprong van een diaspora

De aanwezigheid van Chinezen in de Indonesische archipel gaat eeuwen terug. Archeologische vondsten wijzen op handel en vestiging al tijdens de Mongoolse invallen in de twaalfde eeuw. Vanaf de vijftiende eeuw kwamen Chinese handelaars in grotere aantallen naar de eilanden, waar ze zich mengden met de lokale bevolking. Er ontstond een Peranakan-cultuur: een vermenging van Chinese, Maleise en Indonesische tradities. De klederdracht, taal en keuken werden onlosmakelijk onderdeel van de Indonesische cultuur.

Toen Jan Pieterszoon Coen in 1619 Batavia stichtte, wierf de VOC massaal Chinese arbeiders voor de aanleg van kanalen en gebouwen. Honger en armoede in de Chinese provincie Fujian zorgden in de decennia daarna voor een migratiestroom van mannen die zich vestigden in de kolonie en kinderen kregen met Indonesische vrouwen. De nazaten van deze gemengde huwelijken werden de Peranakan genoemd: Chinezen die al generaties in de archipel woonden, maar zich zelden volledig geaccepteerd wisten.

Van handelaren tot vreemdelingen

Die afstand kreeg in 1740 een bloedige lading. Toen de suikerprijzen instortten, verloor een groot aantal Chinese arbeiders hun baan. Geruchten deden de ronde dat zij massaal zouden worden gedeporteerd naar Ceylon en onderweg overboord gegooid. Er volgde een opstand in Batavia, die door de VOC werd beantwoord met een bloedbad. Tussen de vijf- en tienduizend Chinezen werden vermoord – bijna twee derde van de gemeenschap. De overlevenden werden verplicht te wonen in aparte wijken zoals Glodok, onder toezicht van een kapitein die namens de VOC de orde moest bewaren.

Lees meer via link in bio.

Buiten het prikkeldraadNadat Japan in 1942 Nederlands-Indië had veroverd, werden al snel administratieve hervormingen do...
19/08/2026

Buiten het prikkeldraad

Nadat Japan in 1942 Nederlands-Indië had veroverd, werden al snel administratieve hervormingen doorgevoerd die eerst de Europeanen Vreemde Oosterlingen, maar in tweede instantie ook de Indo-Europeanen isoleerden en degradeerden tot ongewenst of tweederangs burger, wat uiteindelijk neerkwam op onvrijheid binnen of buiten het prikkeldraad van een Jappenkamp.

Vanaf 11 april 1942 moesten Europeanen en Vreemde Oosterlingen zich melden voor een persoonsbewijs, de pendafteran. Op het kaartje stond ook de ingedeelde “bangsa”: Belanda-totok of Belanda-Indo. Roze voor totoks, blauw voor Indo’s. De criteria verschilden per district, willekeur hoorde erbij. Op 17 mei volgde het arrestatiebevel voor mannelijke totoks van 17 tot 60 jaar. De eerste razzia’s begonnen. Een kleurkaart bepaalde voortaan of je achter prikkeldraad verdween of buiten bleef.

Die registratie diende nog een doel. De bezetter sloot banken, stopte pensioenen en uitkeringen, nam bezittingen van bankinstellingen over en verhoogde belastingen voor Europeanen. De Nanjo Bank nam de plek van de Javasche Bank in; 51 miljoen gulden vloeide weg. Per 1 juni 1942 werden particuliere, niet-Indonesische landerijen gevorderd. Binnen enkele maanden waren totoks economisch en sociaal volkomen geïsoleerd. Intussen werden ook tienduizenden Indo-Europeanen geïnterneerd: doordat hun afstamming “te Europees” was, of als krijgsgevangene. Naar schatting 50.000 Indo’s belandden alsnog in kampen.

Lees meer via de link in bio.

Dwanggprostitutie: de stilte van de schaamteDe vrouwen die verdwenen“Onna, onna,” riepen Japanse soldaten in 1942 voor d...
18/08/2026

Dwanggprostitutie: de stilte van de schaamte

De vrouwen die verdwenen
“Onna, onna,” riepen Japanse soldaten in 1942 voor de deur van het missiehuis van de Zusters Franciscanessen in Sambas op Borneo. Het Japanse woord voor ‘vrouw’ werd de aankondiging van een van de gruwelijkste hoofdstukken uit de Tweede Wereldoorlog: de systematische dwangprostitutie van meisjes en vrouwen in door Japan bezette gebieden. Het systeem werd niet gedoogd, maar georganiseerd, met medeweten van de legerleiding en de keizer zelf. Wat in militaire taal werd aangeduid als “comfort stations” – trooststations – was in werkelijkheid een netwerk van bordelen waarin naar schatting tweehonderdduizend vrouwen, vaak nog kinderen, tot seksuele slavernij werden gedwongen.

In Nederlands-Indië trof het niet alleen inheemse meisjes, maar ook Europese vrouwen. De Japanners gebruikten het woord jugun ianfu: letterlijk “vrouwen die troost bieden aan het leger”. Achter de term ging een regime van uitbuiting, marteling, ziekte en moord schuil. De slachtoffers werden gelokt met beloften van werk als serveerster of fabrieksarbeidster, maar belandden in barakken waar zij dagelijks door tientallen militairen werden verkracht. Wie ziek werd of zwanger raakte, verdween.

Lees meer via link in bio.

Twee moeders tussen oorlog en herinneringIn Twee moeders. Japanse kampen en Bersiap (Uitgeverij Ginkgo) reconstrueert Ro...
17/08/2026

Twee moeders tussen oorlog en herinnering

In Twee moeders. Japanse kampen en Bersiap (Uitgeverij Ginkgo) reconstrueert Rob Bouwman (1940–2020) zijn vroege jeugd in Nederlands-Indië, een periode die zijn leven blijvend tekende. Geboren in Soerabaja, groeide hij op binnen een Indische familie die tijdens de Japanse bezetting in kamp Lampersari bij Semarang terechtkwam. Daar leefden vrouwen en jonge kinderen onder erbarmelijke omstandigheden in overbevolkte kamponghuisjes en een oude school.

Bouwman droeg het boek op aan zijn twee moeders: zijn biologische moeder Doortje, die in 1945 door honger en ziekte overleed, en haar zuster Ans, die zijn zorg op zich nam. Jarenlang bleef Doortje voor hem een vage figuur, een naam zonder gezicht. Pas toen hij haar oorlogsdagboeken vond, kreeg het verleden contouren. Uit die notities groeit een portret van een vrouw die vocht tegen uitzichtloosheid, en van een kind dat te jong was om te begrijpen, maar oud genoeg om te herinneren.

Lees meer via link in bio.

De treinkapers van 1975 – de Molukse gijzelingsactie die Nederland schokteOp 2 december 1975 kaapten zeven jonge Molukse...
16/08/2026

De treinkapers van 1975 – de Molukse gijzelingsactie die Nederland schokte

Op 2 december 1975 kaapten zeven jonge Molukse mannen een trein bij Beilen. Twaalf dagen lang hielden zij 23 passagiers gegijzeld. Drie reizigers werden gedood. Tegelijkertijd bezetten vijf andere Molukkers het Indonesische consulaat in Amsterdam, waarbij één gijzelaar om het leven kwam.

De aanslagen kwamen niet uit het niets. De Molukse gemeenschap in Nederland leefde al dertig jaar in een onmogelijke positie. Oud-KNIL-soldaten waren in 1951 naar Nederland gebracht met de belofte van terugkeer naar een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken. Die republiek werd door Nederland nooit erkend. De belofte van terugkeer bleef onvervuld. Een generatie groeide op in woonoorden, geïsoleerd en zonder perspectief.

De kapers waren jongeren, geboren in Nederland, die het gevoel hadden dat vreedzaam protest niets had opgeleverd. Drie jaar eerder, in 1970, had een aanslag op het huis van de Indonesische ambassadeur en een gijzeling in de Indonesische ambassade al de spanning zichtbaar gemaakt. Nederland reageerde met begrip voor de frustratie maar veroordeelde het geweld. Er veranderde weinig.

Lees meer via link in bio.

Bersiap of Berdaulat? Over namen, geweld en herinnering1. Een woord, twee wereldenIn Nederland is Bersiap de gangbare te...
15/08/2026

Bersiap of Berdaulat? Over namen, geweld en herinnering

1. Een woord, twee werelden

In Nederland is Bersiap de gangbare term voor de periode van extreem geweld na 17 augustus 1945, grofweg tot maart 1946, waarin Europeanen, Indo-Europeanen, Molukkers, Menadonezen en Chinezen doelwit werden van Indonesische vrijheidsstrijders. Het begrip raakte wijdverbreid via Loe de Jong en de WUBO-erkenning vanaf 1984 (tot 27 december 1949). In Indonesië daarentegen spreekt men niet van Bersiap maar van Berdaulat (“soeverein”) en ziet men dezelfde maanden primair als het begin van een legitieme vrijheidsstrijd. Al bij de woorden lopen de perspectieven uiteen: waar Nederland een trauma benoemt, onderstreept Indonesië het zelfbeschikkingsrecht.

2. De lading van een naam

Dat slachtoffers de periode Bersiap zijn gaan noemen, is begrijpelijk: een eigen naam schept ruimte voor rouw, onderzoek en gezamenlijk herdenken. Toch is de term omstreden. De rel rond het Rijksmuseum in 2022 liet zien hoe beladen taal is: de Indonesische curator vreesde een term die de blik vernauwt tot “koloniale” slachtoffers. De discussie laat zien hoezeer woordkeus is vervlochten met wereldbeeld.

3. Wat er gebeurde

Na de proclamatie van de Republiek galmde het “si-ááp” als een alarmsignaal door straten en kampongs. Pemoeda-groepen keerden zich tegen vermeende vijanden van de revolutie. Martelingen, verkrachtingen, ontvoeringen, moorden en brandstichtingen troffen vooral wie als pro-Nederlands gold; bezittingen werden afgepakt, woningen in brand gezet. Vanaf oktober 1945 werden (Indo-)Europeanen massaal in beschermingskampen ondergebracht, terwijl voedsel-, water-, elektriciteits- en medische boycots het overleven bemoeilijkten. De aankomst van Nederlandse troepen (maart 1946) bracht plaatselijk meer orde, maar geweld hield elders aan, zeker in republikeins gebied.

Lees meer via link in bio.

Foto uit een album van een soldaat, gemaakt in Bandung, voorjaar 1946

Japanners vochten mee in de onafhankelijkheidsstrijdZe kwamen als bezetters, maar sommigen bleven als bondgenoten. Na de...
15/08/2026

Japanners vochten mee in de onafhankelijkheidsstrijd

Ze kwamen als bezetters, maar sommigen bleven als bondgenoten. Na de Japanse capitulatie in 1945 kozen honderden Japanse soldaten ervoor te vechten aan de zijde van Indonesiërs in hun onafhankelijkheidsstrijd tegen de Nederlanders – een vergeten hoofdstuk.

Al voordat de Tweede Wereldoorlog begon, droomde Japan van een nieuw Aziatisch rijk: de “Groot Oost-Aziatische Welvaartssfeer”. Onder dat ideaal zouden de landen van Azië zich bevrijden van het westerse kolonialisme en samen één sterke regio vormen. In werkelijkheid veranderde Japan van bevrijder in bezetter. Achter de retoriek van broederschap ging harde overheersing schuil.

Toen Japan in 1945 capituleerde, beloofde het de orde te handhaven totdat de geallieerden arriveerden. Veel militairen gaven zich over, maar niet allemaal. Zeker 900 van hen vochten mee aan de zijde van de republikeinse vrijheidsstrijders. Hun motieven liepen uiteen — van idealisme tot noodzaak.

Sommigen durfden niet terug te keren naar Japan, uit angst voor berechting. Anderen bleven vanwege een Indonesische geliefde, of omdat ze geloofden dat hun oorspronkelijke missie — Aziatische onafhankelijkheid — nog niet voltooid was.

Lees meer via link in bio.

Adres

Arie Biemondstraat 111
Amsterdam Centrum
1054PD

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Stichting Meer dan Babi Pangang nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Organisatie

Stuur een bericht naar Stichting Meer dan Babi Pangang:

Snelkoppelingen

Delen