Project palliatieve zorg en ouderenzorg Miercurea Ciuc
Doelgroepen:
Patiënten
Het gaat in het algemeen om personen die niet meer zullen genezen. Waarbij de medische behandeling niet meer gericht kan en hoeft te zijn op het genezen van de patiënt zodat die weer aan het werk kan. De patiënt maakt een spirituele verandering door en moet zij/haar verwachtingen bijstellen: niet meer beter worden, fun
ctieverlies, aftakeling, dood. Wat blijft er dan te wensen over: beperking van fysieke klachten, geen pijn, maar vooral een goede relatie met familie en anderen. Familie, netwerk van vrienden
Ook voor de familie en anderen uit het directe netwerk van de patiënt betekent het dat ze hun verwachtingen moeten bijstellen. Ze zullen taken van de patiënt over moeten nemen, hem/haar verzorgen, zich instellen op een verder leven zonder deze persoon. Diens aanwezigheid, het emotionele contact, kan een hoop betekenen voor de omgeving. Ook hier geldt de gulden regel: ‘wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander’. Je geeft door je handelwijze naar de patiënt een duidelijk voorbeeld: zo wil ik later ook behandeld worden. Professionals
Ook zij moeten een andere doelstelling voor ogen hebben. Resultaten niet tellen in aantal genezen patiënten. Het gaat om de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk te laten zijn. Dat fysieke klachten zo min mogelijk een belemmering vormen. Begeleiding en ondersteuning van mantelzorgers is een belangrijke taak. Overheid
De overheid heeft een zorgplicht naar onderdanen. Maar is niet de instantie die de hele verzorging op zich neemt. De overheid moet faciliteren. Bijvoorbeeld door het ontlasten van mantelzorgers. Vrijwilligers, de buurt, de gemeenschap
Vrijwilligers hebben een belangrijke rol. Maar moeten niet gezien worden als goedkope arbeidskrachten: “omdat er geen geld is voor betaalde krachten zetten we maar vrijwilligers in”. De persoonlijke relatie met patiënt en mantelzorgers staat voorop. En het is goed als daar dan geen geld of andere directe beloning tussen staat.