16/06/2026
Eerste wereldoorlog: Meester Robert Neesen van de Driesstraat verbleef in het Kriegsgefangenenlager Göttingen bij Hannover. Hij werkte daar bij een boer. Nog midden januari ’18 schreef hij in een kaart naar zijn oom Hubert en tante Petronel Neesen dat hij het ondanks de koude goed stelde. Hij en zijn broer Jozef, die in Muggenburg-Cellelager bij Hannover zat, ontvingen pakjes met tabak, sigaretten, vlees, worst en marken van hun familie en van “comiteiten” uit neutrale landen zoals Holland en Zwitserland. Robert werd nog voor het einde van de oorlog vrijgelaten en kwam na een herstelperiode in Frankrijk als brancardier achter het IJzerfront terecht, wat een gevaarlijk werkje was. Einde maart ’18 schreef een wapenmakker (Th. Lievesoon, Hoepertingen?) hem een kaartje, waaruit het heimwee van de frontsoldaat blijkt : "…Wie had ooit gedacht dat den oorlog zoo lang zou hebben kunnen duren. ’t Is droevig zoo lang van zijne familie te moeten afgewijderd blijven. Ik denk toch dat Gij in Duitschland gemakkelijk nieuws van uwe ouders had. Ik krijg nog gewoonlijk nieuws alle twee maanden… Jozef Smets van Rijckel, Louike Knapen en vele jongens van Zepperen zijn gelukt aan den Duitsch te ontsnappen, het zijn nu allen dappere soldaten…Hier op het front gaat het nog al wel maar den oorlog wordt van dag tot dag afgrijselijker…Gij weet zeker dat ze in Houppertingen veel trouwen. Ze moeten nog zoo zot zijn als voor den oorlog. Robert ’t is overdreven…" Hij gaat verder begin april ’18 : …Van in November 1914 tot in Februari 1916, ben ik in het centrum van Octeville verbleven. Ik had daar verscheidene deftige en eerlijke vriendinnen. Ik ga daar nog immer in verlof, bij de familie van een oude scheepskapitein, waar ik insgelijks als de zoon van het huis aanzien word. Robert, het zijn doorbrave en oprechte kristene menschen. Ik ga daar alle vier maanden tien dagen vertoeven, ik vermaak mij dan opperbest. In het algemeen, het fransch vrouwvolk is zeer lichtzinnig. En gij Robert hebt gij nog geene “marraine” hier ? Dat ze in België veel trouwden, dat wist ik al zeer lang. Ze hadden eerst hun vaderland hebben moeten komen verdedigen, dat had veel beter geweest. En het is om daaraan te ontsnappen dat er zeer vele zulks gedaan hebben. Op zedengebied moet het ook niet al te goed zijn in het bezette land. Bij onze jongheid moet het ook droevig gesteld zijn en al die vlaamsche meisjes voor den oorlog, meest allen zoo voorbeeldig, moeten ook niet meer te herkennen zijn. Ik heb ook reeds gehoord dat de boeren zich rijk maken. Natuurlijk daar is dan veel geld, en het is geene verwondering meer te zien wat er gebeurd".
Robert Joseph Neesen (°Z. 02.03.1893), landbouwerszoon en onderwijzer in Brustem. Zoon Victor werd directeur van de Limburgse Economische Raad en zoon Urbain jurist gespecialiseerd in zeerecht. Robert lag in het krijgsgevangenenkamp Göttingen, compagnie 3, barak 28A. Briefwisseling bewaard door zoon Urbain Neesen, Overijse. Foto via veiling Delcampe 2026.