01/08/2026
WAAROM WE DE LOSLOPENDE WALLABY IN PELT NIET METEEN ZIJN GAAN VANGEN
De voorbije maand kregen we heel wat meldingen over de loslopende wallaby in Pelt. Daarbij kregen we ook regelmatig de vraag waarom het Natuurhulpcentrum het dier niet meteen ging vangen. Op sociale media kregen we zelfs het verwijt dat we het dier aan zijn lot overlieten.
We begrijpen die bezorgdheid. Niemand ziet graag een dier rondzwerven. Toch is er een belangrijke reden waarom we niet onmiddellijk uitrukken voor een dier dat zich nog in een open omgeving bevindt.
Na 50 jaar ervaring weten we dat een loslopend dier in een open veld vangen meestal een onbegonnen opdracht is. Sterker nog: het kan de situatie voor het dier net veel gevaarlijker maken.
Een opgejaagd dier kan in paniek raken, ongecontroleerd drukke wegen oversteken, zich ernstig verwonden of zelfs sterven door de extreme stress. Ook verdoven is in zo’n situatie zelden een veilige oplossing. Vanaf het moment dat een dier een verdovingspijltje voelt, vlucht het vaak weg. Terwijl de verdoving begint te werken, kan het dier in een sloot terechtkomen, over een omheining proberen te springen, de weg oplopen of zich op een andere gevaarlijke plaats verstoppen. Bij warm weer bestaat bovendien het risico op oververhitting.
Daarom wachten we in zulke situaties tot het dier zich op een plaats bevindt waar een veilige vangactie wél mogelijk is, bijvoorbeeld in een afgesloten tuin of andere begrensde omgeving.
Dat is precies wat er nu gebeurde. Zodra we de melding kregen dat de wallaby zich in een tuin bevond, vertrokken we onmiddellijk met een team van vier medewerkers. Dankzij die aanpak kon het dier veilig en zonder verwondingen gevangen worden.
Elke uitruk vraagt bovendien mensen, voertuigen, materiaal en brandstof. Onnodig uitrukken voor een dier dat op dat moment onmogelijk te vangen is, kost niet alleen veel geld, maar betekent ook dat onze medewerkers niet beschikbaar zijn voor de honderden gewonde en zieke wilde dieren die op datzelfde moment onze hulp nodig hebben.
Soms lijkt afwachten alsof er niets gebeurt. In werkelijkheid is het vaak net de meest doordachte en diervriendelijke keuze.
Wij nemen zulke beslissingen niet uit gemak, maar op basis van tientallen jaren praktijkervaring. Ons doel is altijd hetzelfde: de grootste kans op een veilige afloop voor zowel het dier als de mensen die erbij betrokken zijn.
Bedankt aan iedereen die de wallaby heeft gemeld, mee heeft uitgekeken en begrip toont voor de keuzes die we in zulke situaties maken. Samen zorgen we ervoor dat we dieren kunnen helpen op de manier die hun overlevingskansen het grootst maakt.
Wie betaalt zo’n interventie?
We krijgen ook regelmatig de vraag wie zo’n interventie eigenlijk betaalt.
Wanneer de eigenaar van een ontsnapt dier zich meldt, wordt een bijdrage gevraagd voor de gemaakte kosten. Meldt de eigenaar zich niet, dan zijn die kosten volledig voor rekening van het Natuurhulpcentrum.
Voor deze werking ontvangen we bovendien slechts een zeer beperkte subsidie, goed voor nog geen 10 euro per dag. Daarmee kun je uiteraard geen interventieploeg financieren. Het grootste deel van de kosten wordt dan ook gedragen door het Natuurhulpcentrum zelf, dankzij de steun van onze leden, donateurs en sympathisanten.
Dat verandert echter niets aan onze werkwijze. Onze beslissing wordt bepaald door de vraag welke aanpak op dat moment de grootste kans biedt op een veilige en succesvolle afloop voor het dier én voor de mensen ter plaatse. Dat is de afweging die we al 50 jaar, elke dag opnieuw, maken.
PS: Voor dieren die mensen zelf veilig kunnen vangen en vervoeren, is het Natuurhulpcentrum dagelijks geopend van 9.00 tot 22.00 uur. Zo kunnen onze interventieploegen zich blijven focussen op situaties waarin hun inzet echt noodzakelijk is, terwijl onze verzorgers zich kunnen concentreren op de duizenden dieren die jaarlijks onze zorgen nodig hebben.