09/04/2026
Aan een bredere meer actuele beeldvorming helpen bouwen doen we graag. Ter Kempen wil een innovatieve organisatie zijn met aandacht voor maatschappelijke tendensen.
Voorzitter Magda De Meyer van De Vlaamse Ouderenraad
“We zijn méér dan een kostenpost”
De Vlaamse Ouderenraad vraagt meer waardering voor 1,4 miljoen Vlaamse 65-plussers én voor hun cruciale rol in de samenleving. Onder het voorzitterschap van Magda De Meyer adviseert de organisatie beleidsmakers rond thema’s die ouderen direct of indirect raken: wonen, zorg, mobiliteit, participatie en beeldvorming. “Onze betrokkenheid is broodnodig”, aldus De Meyer. “Het klinkt hard, maar soms lijkt men ouderen te beschouwen als quantité négligeable.”
Sommige lokale besturen en sportclubs omschrijven hun beweegaanbod voor 65-plussers nog altijd als ‘sportelen’. Magda De Meyer, sinds één jaar voorzitter van de Vlaamse Ouderenraad, gruwelt van de term. “Waarom zouden 65-plussers niet gewoon kunnen sporten of bewegen, zoals iedereen? Het is niet omdat mensen ouder worden dat hun sportieve hobby de associatie met spartelen verdient. Ik ken genoeg 65-plussers die nog marathons lopen, turnen of stevige fietstochten maken. Niet iedereen natuurlijk, maar dat doet er eigenlijk niet toe. Elk individu sport of beweegt op zijn niveau. Ook in onze leeftijdsgroep. Noem het dan ook zo. Sportelen is een betuttelende en denigrerende term. Het staat helaas symbool voor onze kijk op ouderen.”
“Sportelen is een betuttelende en denigrerende term. Het staat helaas symbool voor onze kijk op ouderen”
De Meyer zat in het parlement, was tien jaar voorzitter van de Vrouwenraad en verdedigt inmiddels vurig de belangen van ouderen. “Rechtenverdediging zit me in het bloed. Ik deed het als student, als politica en bij de Vrouwenraad. De stap naar het voorzitterschap bij de Vlaamse Ouderenraad voelde logisch. Als 65-plusser ervaar ik zelf waarom een sterk en inclusief ouderenbeleid belangrijk is.” Een evenwichtige beeldvorming rond ouderen vindt ze cruciaal. “Het is de basis van alles. De manier waarop we naar ouderen kijken, bepaalt in sterke mate hoe we met hen omgaan en welk ouderenbeleid we ontwikkelen.”
Wat is en doet de Vlaamse Ouderenraad precies?
“We zijn het officiële advies- en inspraakorgaan van ouderen bij de Vlaamse regering. In principe moeten politici ons consulteren voor alle beleidsplannen die raken aan het leven van 65-plussers. Bij het begin van elke legislatuur lanceert de regering een Vlaams Ouderenbeleidsplan. Zo’n plan formuleert beleidsprioriteiten rond wonen, zorg, welzijn, maatschappelijke vertegenwoordiging, beeldvorming, enzovoort. Helaas bevatte het vorige plan, gelanceerd in 2019, geen meetbare indicatoren, noch een concrete timing. Dat maakte het vrij tandeloos.” “We mikken op beterschap met het nieuwe Vlaams Ouderenbeleidsplan. Binnen elke bevoegdheid formuleert de minister hoe hij of zij wil tegemoetkomen aan de noden van ouderen. Logisch, want een goed ouderenbeleid krijgt in elk beleidsdomein vorm. Die actieplannen zijn verplicht. Politici stellen ze op, wij geven feedback.”
Magda
Magda De Meyer: “Een kwalitatief ouderenbeleid vergt een realistische blik op wie we zijn en wat we doen”
“De voorbije maanden hadden we veel bilateraal overleg met verschillende ministers. Dat stemt hoopvol. Het parlement nodigt ons geregeld uit op hoorzittingen, onlangs nog in de zitting rond mobiele mantelzorgwoningen. Daar kunnen we onze visie en bezorgdheden delen. Men lijkt ons ernstig te nemen. We kijken uit naar de toekomstvoorstellen van beleidsmakers. En wees gerust: we zullen hun plannen kritisch evalueren en monitoren.”
Hoe houden jullie voeling met de Vlaamse ouderen?
“De Ouderenraad heeft meer dan dertig leden. We zijn een overlegplatform voor vertegenwoordigers van diverse organisaties van en voor ouderen. Die mensen vormen het kloppend hart van onze werking. Het zijn bijna allemaal 65-plussers - en dus ervaringsdeskundigen in ouderenbeleid. We bieden lokale ouderenraden ondersteuning en tools om ouderenthema’s op de lokale beleidsagenda te krijgen. Tegelijk inspireren onze 30 leden en de lokale ouderenraden ook de overkoepelende werking. Als we campagnes lanceren of in gesprek gaan met beleidsmakers doen we dat niet vanuit het ijle. We geven advies vanuit concrete terreinnoden. Ouderen zijn altijd het vertrekpunt van onze initiatieven.”
Waarom is structurele beleidsparticipatie van ouderen nodig?
“Beleidsteksten focussen heel vaak op jongeren. Hoe gaat het met hun gezondheid, wat zijn hun noden, wensen en hoe kunnen politici daaraan tegemoetkomen? Die aandacht is terecht. Maar in vergelijking daarmee komen ouderen amper aan bod. Als groep worden we vaak vergeten. Nochtans telt Vlaanderen 1,4 miljoen 65-plussers. Onze samenleving richt zich sterk op economische groei, rendement, jobs. Wie niet langer een betaalde job heeft, brengt in die visie niets meer op. Je wordt afgeschreven. Het klinkt hard, maar soms lijkt men ouderen te beschouwen als quantité négligeable.”
“Die visie miskent de cruciale rol die honderdduizenden ouderen opnemen als mantelzorger, in het vrijwilligerswerk en in de opvang van kleinkinderen. Stel je voor dat al die mensen morgen in staking gaan! Onze samenleving zou tot stilstand komen. Alleen al de waarde van mantelzorg in België wordt geraamd op 22 miljard euro. Ouderen zijn ook consumenten. Ze maken heel wat gebruik van vrijetijdssectoren, horeca, medische ondersteuning, enzovoort. En ze dragen bij als investeerder of ondernemer. Wat ouderen doen, verdient meer waardering. Bijvoorbeeld via een vaste plek aan de beleidstafel. Los daarvan hebben ouderen enkele specifieke noden en verzuchtingen. Ook om die reden is onze betrokkenheid essentieel.”
Welke specifieke noden bedoel je?
“In de eerste plaats hebben we nood aan een meer genuanceerde en realistische beeldvorming. Het publieke debat herleidt ouderen te vaak tot een last, een zorgtsunami, een onbetaalbare kostenpost, enzovoort. Als ouderen in de media verschijnen, zie je vaak iemand in een rolstoel of achter een rollator. Begrijp me niet verkeerd: die ouderen bestaan en ze verdienen een stem, maar het schetst een weinig representatief beeld. We staan net zo goed achter de toog in de voetbalkantine, doen onze wekelijkse boodschappen of gaan de kleinkinderen halen na school. Maar ook het gebrek aan vertegenwoordiging is een probleem. Onze zichtbaarheid in VRT-, nieuws-, duidings- en televisieprogramma’s staat op een historisch dieptepunt.”
“Beeldvorming is belangrijk omdat de andere uitdagingen ermee samenhangen. Een kwalitatief ouderenbeleid vergt een realistische blik op wie we zijn en wat we doen. Die blik ontbreekt vaak nog. Denk bijvoorbeeld aan de vele 65-plussers die onbetaalbare mantelzorg leveren. Veelal doen ze dat in stilte, zonder erkenning of voldoende ondersteuning. Zij staan er nog te vaak alleen voor. En dat is niet goed. Overbelasting, onwetendheid en een gebrek aan ondersteuning kunnen leiden tot problematische situaties en grensoverschrijdend gedrag. De overheid moet veel beter ondersteunen.”
“De overheid zou de woon- en levenskeuzes van ouderen moeten faciliteren, niet tegenwerken”
“Daarnaast ijveren we voor een duurzame verankering van buurtgerichte zorg. Wonen en zorg gaan hierbij hand in hand. Veel ouderen wonen vandaag in onaangepaste woningen, ver weg van het dorps- of stadscentrum. Pas als het echt niet anders meer kan, verhuizen mensen naar een woonzorgcentrum, dat vaak erg geïsoleerd ligt. Behalve thuis blijven wonen of verhuizen naar een WZC is er slechts één alternatief dat men actief stimuleert: de assistentiewoning. Nochtans geven ouderen aan dat ze nood hebben aan een grotere diversiteit in betaalbare en aangepaste woonvormen. Liefst met zo weinig mogelijk administratieve of juridische rompslomp én ingebed op locaties met voldoende voorzieningen. Idealiter spelen die alternatieven ook in op intergenerationele solidariteit. Want buren van alle generaties zijn echt wel bereid om elkaar te helpen.”
Magda
“Digitalisering leidt voor sommige ouderen tot uitsluiting. Dat moeten we tegengaan”
Hoe creëren we die zorgzame buurten?
“Beleidsmakers moeten lokaal ingebedde en kleinschalige woonvormen stimuleren. Niet alleen omdat veel ouderen dit aangenamer vinden dan een groot woonzorgcentrum maar ook omdat het efficiënter is. Je creëert een netwerk van informele en formele zorg. In het ideale geval zijn ouderen onmiddellijk ‘bereikbaar’ voor buren, familie en formele (zorg)diensten. Op dezelfde manier is het handig dat de bakker, apotheek en het lokale dienstencentrum op wandelafstand liggen. Het verruimt de wereld van mensen die minder mobiel worden. Helaas zijn collectieve en buurtgerichte woonvormen meestal erg duur. Dat geldt trouwens ook voor de klassieke woonzorg: de dagprijzen in woonzorgcentra zijn zeer hoog.”
“Nieuwe woonzorgoplossingen botsen bovendien op juridische drempels. Probeer maar eens een zorgwoning in je tuin te plaatsen. Zoiets leidt tot veel administratieve rompslomp. Hetzelfde geldt voor bepaalde vormen van co-housing of de inzetbaarheid van mantelzorgers in formele zorgsettings. De overheid zou de woon- en levenskeuzes van ouderen moeten faciliteren, niet tegenwerken. In die zin is het ook jammer dat men de toegang tot flexvervoer verstrengt. Een groep ouderen dreigt zijn recht op flexvervoer te verliezen. Daarmee verliezen ze een stuk mobiliteit en levenskwaliteit. Iedereen zou zijn kleinkinderen of een museum moeten kunnen bezoeken, ongeacht je leeftijd of mobiliteit.”
Wat brengt de toekomst?
“We blijven de rechten van ouderen verdedigen, op alle niveaus. Dat is meer dan ooit nodig want er zijn steeds meer ouderen in onze samenleving. Onlangs nog lanceerden we de campagne ‘Hoe kan ik je helpen?’ over de toegankelijkheid van diensten. Bankkantoren sluiten en restaurants werken steeds vaker met QR-codes om eten te bestellen. Als je digitaal vaardig bent, is dat geen probleem; in het andere geval mis je de boot. Digitalisering leidt voor sommige ouderen tot uitsluiting. Dat moeten we tegengaan. Via de campagne laten ouderen ons weten wat ze belangrijk vinden. Vervolgens leggen wij hun feedback voor aan beleidsmakers.”
“Als Vlaamse Ouderenraad vertegenwoordigen we een grote én zeer diverse groep mensen. De reisgrage kinderloze jonggepensioneerde, de overbelaste mantelzorger, de vaste oppas van kleinkinderen, de WZC- bewoner, de LGBTQIA+- activist… Het is onmogelijk om nog over ‘de’ oudere te spreken. Dat creëert heel wat uitdagingen, ook voor ons. Hoe zorg je ervoor dat iedereen zich gehoord en vertegenwoordigd voelt? Hoe brengen we al die verzuchtingen naar de beleidstafel? We zitten de komende jaren niet om werk verlegen.”
Tekst: Thomas Detombe
Beeld: Sophie Nuytten