26/01/2026
Hoge kindersterfte in Martenslinde door mazelen in 1907?
Gedurende de hele 19e eeuw was er een hoge kindersterfte. Vooral jonge kinderen waren er vaak het slachtoffer van. Deze sterfte had verschillende oorzaken, waaronder slechte voeding (bijvoorbeeld vervuild drinkwater) maar ook veel voorkomende infecties. De bekendste uit die periode zijn de cholera en de pokken. Maar veel minder bekend zijn de “gewone” kinderziekten zoals mazelen, rodehond en kinkhoest. Veel van die infecties kunnen nu voorkomen worden door vaccinatie, maar in de 19e-begin 20e eeuw was dit niet het geval.
Die zogenaamde “gewone” kinderziekten bleven, tot zeker aan de Eerste Wereldoorlog, nog regelmatig slachtoffers geven in onze contreien.
Zo stierven er in 1890 in Limburg meer dan 300 kinderen aan de gevolgen van een mazeleninfectie (waarvan 94 in Sint-Truiden) en in 1891 meer dan 200 (waarvan 11 in Bilzen en 6 in Hoeselt).
Gegevens over kindersterfte in kleine dorpen, zoals Martenslinde zijn schaars, maar in 1907, een jaar waar mazelen weer de kop op stak in Limburg en alleen al in het arrondissement Tongeren, waar Martenslinde deel van uitmaakte, 97 slachtoffers gaf, trof ook de kleine gemeente Martenslinde. In dat jaar (1907) waren er daar 6 overlijdens door mazelen. Dat lijkt niet veel, maar als je weet dat er in dat jaar in totaal 10 overlijdens waren, dan is 6 door mazelen best veel.
Als we de overlijdens in Martenslinde in dat jaar overlopen, dan zien we dat er in de eerste 11 maanden van dat jaar 4 volwassenen overleden zijn: op 2 februari overleed de 65-jarige Martinus Bosch, hij was koster en woonde in de Broekstraat, op 12 mei overleed de 65-jarige veekoopman Jan Castermans, die aan de Gabrig woonde, op 29 augustus overleed de 75-jarige Arnold Nulens, die in de boerderij “aan de Linnekes” woonde en op 28 oktober overleed de 46-jarige Egidius Jaspers, die langs de Riemsterweg woonde.
Een besmettelijke ziekte
Maar de laatste maand van dat jaar overleden maar liefst 6 kinderen in Martenslinde. Hun leeftijd lag tussen de 4 maanden en 9 jaar, ze stierven allemaal kort na elkaar: de eerste op 8 december en de laatste op 27 december. En ook op de eerste dag van 1908 stierf een jong kind.
Het feit dat het hier gaat over veel overlijdens in een kort tijdsbestek (1 maand) en dat het in alle gevallen kinderen betreft, wijst in de richting van een besmettelijke kinderziekte als doodsoorzaak (*). Omdat er in dat jaar (1907) een mazelenuitbraak was in de regio Bilzen lijkt het aannemelijk dat mazelen als doodsoorzaak van deze 7 overlijdens gezien kan worden (ook in Bilzen waren er in datzelfde jaar 11 kinderen die overleden aan mazelen).Mazelen is een zeer besmettelijke ziekte, die snel van de ene persoon naar de andere overgebracht wordt. Het feit dat veel van de overleden kinderen in Martenslinde ofwel familie van elkaar waren, of dichtbij elkaar woonden, zal de verspreiding van het virus zeker in de hand gewerkt hebben.
(*) Een ziekte waartegen volwassenen immuun waren, maar jong kinderen (nog) niet.
Wie waren deze 7 kinderen?
Op 8 december 1907 overleed: Marie Josephine Motten, 1 jaar oud, dochtertje van Petrus Motten, beter bekend als de “sjeper” en Maria Clementina Nassen.
Op 12 december overleed de 5-jarige Joseph Jacobus Zegers, zoon van Willem Zegers en Elisabeth Zegers. Het gezin Zegers-Zegers woonde op de grote boerderij in de Bornestraat (bekend als “bij de Capiteijn”).
Op 13 december overleed de 7-jarige Elisabeth Maria Vandooren, dochter van Gisbert Vandooren, en Maria Elisabeth Boelen. Het gezin Vandooren-Boelen was een groot gezin (12 kinderen) en woonde in de Spauwerstraat , de vader was een van de eerste mijnwerkers in Martenslinde.
Op 19 december overleed de 9-jarige Arnold Henri Motten, zoon van Pieter Joseph Motten, die klompenmaker was en Anna Gertrudis Slechten. Het gezin, waar 11 kinderen geboren werden, woonde langs de Riemsterweg.
Op 21 december overleed de 9 maand oude Pieter Joseph Motten, zoon van Jan Motten en Maria Josephina Souverijns. Jan Motten, was net als zijn broer Pieter ook klompenmaker en woonde met zijn groot gezin ook langs de Riemsterweg.
Op 27 december overleed de 8 maand oude Gertrudis Vandooren, zusje van Elisabeth Vandooren, die 2 weken eerder overleden was. En net als bij Elisabeth was ook bij Gertrudis de dorpsonderwijzer Willems, die een buurman van hen is, betrokken bij de aangifte van haar overlijden.
Op 1 januari 1908 overleed de 3-jarige Petrus Motten, zoon van Joannes Martinus en Gertrudis Vanspauwen. De vader, Joannes Martinus, beter bekend als “Menkes Jan” , is de broer van schaapsherder (“sjeper”) Petrus Motten, die een maand eerder ook een kind verloor.