01/09/2026
Ondervoorzitter Mathieu over ouder worden…
“Als ik één ding uit mijn job heb geleerd, is het wel dat we niet bang hoeven te zijn om ouder te worden. Ik ben mij bewuster van de aangename kanten van de oude dag en dat heeft mij rustiger gemaakt. Mensen worden positiever, zijn iets gelukkiger dan op jongere leeftijd en op psychisch vlak zijn ze niet de meest kwetsbaren, maar net de meest veerkrachtigen van onze samenleving. Depressies en andere psychische stoornissen komen minder voor op latere dan op jongere leeftijd. Met het ouder worden bouwen we een zekere psychologische immuniteit op, waardoor we een stukje weerbaarder zijn. Die mooie kanten moeten we meer leren te zien.”
Maar als ouderenpsychiater wordt prof. Mathieu Vandenbulcke ook elke dag geconfronteerd met het minder fraaie gezicht van ouderdom, namelijk dementie en depressie op latere leeftijd. “Om je tegen dementie te wapenen, kan je in de eerste plaats twee dingen doen: je lichaam in conditie houden en je bloedvaten verzorgen. Dat wil zeggen: niet roken, niet te veel vet eten, alcohol beperken en overgewicht aanpakken. Veel van de vermijdbare cognitieve problemen hebben te maken met de bloedvoorziening in het brein. Ik ben zelf redelijk sportief. Ik loop twee keer per week ongeveer 45 minuten. Bewegen ontspant mij en komt het creatieve proces in mijn hoofd ten goede. De meeste ideeën en beste oplossingen ontdek ik al lopend.”
“Ik probeer ook gevarieerd en vers te eten, maar er is niet echt iets wat ik bewust vermijd. Het is wel mooi meegenomen dat er wetenschappelijk bewijs is voor de positieve effecten van het mediterrane dieet op het brein, want dat is toevallig een keuken die ik bijzonder apprecieer. Ik probeer geregeld noten, bladgroenten, bessen, citrusvruchten en olijfolie te eten. Ik hou ook van gevogelte en vis, dus is het niet zo moeilijk om dat op het menu te zetten. Tegenover zogenaamde ‘brainfood’, voeding die goed zou zijn voor je hersenen, sta ik nogal sceptisch. De wetenschappelijke evidentie is over het algemeen nogal schraal. Een gevarieerde voeding op lange termijn is belangrijker dan al die wondermiddelen.”
Een gezonde leefstijl kan veel betekenen in de strijd tegen dementie, maar ook depressie op oudere leeftijd kan je preventief aanpakken. “Daarvoor is het belangrijk om een positievere kijk op ouder worden te ontwikkelen”, zegt prof. Vandenbulcke. “Als je beeld hiervan erg negatief gekleurd is, kan dat je gemoed beïnvloeden. Ook eenzaamheid is een belangrijke risicofactor voor geestelijke gezondheid. Het is een stille killer. Mensen die eenzaam zijn, hebben een verhoogde kans op depressie, en als je depressief bent, ben je minder geneigd om buiten te komen. Zo raak je in een vicieuze cirkel.”
“Wat die sociale contacten betreft, moet ik wel toegeven dat mijn vrienden ook eerder in mijn hoofd passeren dan in de realiteit. (lacht) Mijn vrouw is gelukkig sociaal veel actiever dan ik, en ik volg haar met plezier. Die sociale contacten kunnen ook helpen tegen stress, iets waar ik door mijn agenda ook wel eens last van heb. Soms is de rust in mijn hoofd zoek, en dat uit zich bij mij lichamelijk: ik voel spanning in mijn buik. Op zulke momenten probeer ik mijn aandacht naar buiten te richten, want hoe meer je naar binnen kijkt, hoe meer je piekert. Ik vind rust bij mijn echtgenote, in mijn boeken, in de natuur. Mijn vrouw en ik proberen ‘s avonds bijvoorbeeld elke dag een halfuur te wandelen.”
“Bij de preventie van dementie is er ook aandacht voor wat we de ‘cognitieve reserve’ noemen, datgene waar je uit kan putten als het brein vertraagt. Daarom is het belangrijk om altijd een lerende en geïnteresseerde houding aan te nemen. Ik schrijf en lees beroepsmatig al heel veel, dus ik doe daar niet meteen iets extra bovenop. Maar alles wat je doet, stimuleert je brein, of dat nu sudoku’s invullen, een boek lezen, tv-kijken of op café zitten met vrienden is.”
“Het belangrijkste is om te vermijden dat je niks meer onderneemt en niet meer onder de mensen komt. Jonge mensen zijn vaak op zoek naar een quick fix, een bepaald supplement of een bepaalde hersentraining, maar de wetenschap toont aan dat zo’n middel niet bestaat. De grootste winst zit in een gezonde leefstijl en actief blijven.”
“Ook slaap is belangrijk, want er is groeiend bewijs dat afvalstoffen die een rol spelen bij alzheimer tijdens je slaap verwijderd worden. Ik slaap zelf vrij goed – gemiddeld zeven uur per nacht – en probeer altijd op ongeveer hetzelfde uur naar bed te gaan en op te staan. Als ik te vroeg in mijn bed kruip, werkt dat averechts, dus dat probeer ik te vermijden. Ik lees ook vaak nog een beetje in bed. Dat werkt slaapverwekkend bij mij.”
“Naarmate je ouder wordt, nemen je slaapbehoefte en -kwaliteit wat af, maar ik ben absoluut géén voorstander van slaapmedicatie. Wij zullen eerder medicatie afbouwen dan opstarten. Bepaalde slaapmedicatie heeft een negatief effect op het geheugen en zorgt ervoor dat mensen minder stabiel op hun benen staan, met een verhoogd valrisico tot gevolg. Ik raad ouderen aan om eerst eens naar hun slaaphygiëne te kijken. Drinken ze ’s avonds nog koffie, alcohol of thee? Zijn ze nog te laat actief op hun computer? Welke slaaprituelen hebben ze? Een slaaptherapeut kan mensen hierbij ondersteunen.”
“Alles kraakt bij mij ook veel meer dan twintig jaar geleden, maar ik heb vrede met mijn eigen fysieke aftakeling, en vreemd genoeg kan ik niet zeggen dat ik heel bang ben om dement te worden”, zegt de arts nog. “Maar er is wel een groot verschil tussen dementie ontwikkelen als je 60 of als je 85 bent. Dat eerste schrikt ook mij uiteraard af. Maar bij tachtigplussers verloopt het proces meestal trager, en is het soms een langzaam afscheid van het leven. De zorg brengt de familie vaak ook dichter bij elkaar, wat ook mooi kan zijn.”
“Ik loop voor zover ik weet geen bijzonder risico op dementie, maar ben wel van plan om na mijn pensioen bij wijze van preventie de tuinen van mijn kinderen te gaan onderhouden. Dat is een combinatie van bewegen, in de natuur zijn, mijn kinderen zien en iets bijdragen aan hun leven. Want ook op latere leeftijd is het belangrijk om na te denken over hoe je iets kan betekenen voor anderen. Als het geluk het mij toelaat én mijn kinderen het zien zitten, is dat dus een activiteit die ik later heel graag wil doen.”