18/06/2026
EEN RIVIERDUIN, VRACHTSCHEPEN EN CYCLISCH NATUURBEHEER: OP DE GRENZEN TUSSEN PROCES EN PATROON
Op het afgezette zand in het winterbed van de Waal kunnen niet alleen ooibossen tot ontwikkeling komen, het zand kan o.i.v. de wind beginnen stuiven en rivierduinen vormen. In de Millingerwaard ligt het hoogste rivierduin van Nederland. Het vormde de oorspronkelijke kern van waaruit het uitgestrekte natuurgebied is hersteld.
Op het duin troffen we een interessante vegetatie aan, die nog het sterkst deed denken aan de associatie van vetkruid en tijm (Sedo-Thymetum pulegioidis), maar dan de 'procesbeheervariant' ervan. Dat wil zeggen: niet zo zuiver of vlakdekkend als de klassieke vorm die door agrarisch gebruik is ontstaan, maar meer een mozaïek met ruigte.
Deze plantengemeenschap behoort tot het verbond van de droge stroomdalgraslanden (Sedo-Cerastion) en verschilt nogal van de graslanden die we vinden op onze eigen binnenlandse duinen. I.t.t. de zanden bij ons in de Kempen is het zand dat door de Waal wordt afgezet immers goed voorzien van basen. De Rijn en zijn zijrivieren komen immers uit de middelgebergten van Frankrijk, Duitsland en Zwitserland afgevloeid, waar ze doorheen kalkrijke gesteenten schuren. We troffen er dan ook soorten als sikkelklaver en cipreswolfsmelk aan.
(Trouwens, de naam 'stroomdalgraslanden' is een zeer Nederlandcentristische naam. Langs onze rivieren treffen we dit verbond niet veel meer aan, maar we kennen het wel van de kalkrijke zanden in het Land van Aarlen, die daar ontstaan door verwering van de Jurazandsteen die daar de grond zit.)
We installeerden ons op het duin en keken uit over de rivier. Hoewel de ontwikkeling van de Millingerwaard een succes is geweest, zijn de natuurlijke processen nog lang niet helemaal losgelaten. De loop van de Waal zelf blijft gevangen in menselijke structuren ten behoeve van de scheepvaart. We zagen grote schepen voorbijkomen en hadden een interessante discussie over hoe men de impact daarvan op de natuur toch zou kunnen verlagen.
I.i.g. is het net de dynamiek van een zich verleggende rivier die dé motor is van diversiteit van het ecosysteem van het rivierenlandschap. Die dynamiek zijn werk laten doen is vooralsnog niet mogelijk, en dus introduceerde onze gids ons tot het concept 'cyclisch natuurbeheer', waarbij de beheerders eens in de zoveel jaar zelf de kracht van de rivier, die oeverwallen en bossen zomaar kan wegslaan, nabootsen. Ze steken een oeverwal door, verlagen het maaiveld, of graven een nieuwe neven- of hoogwatergeul. Zo 'resetten' ze als het ware de vegetatie.
Dergelijke cyclische ingrepen - hoewel nogal drastisch met grote machines - doen toch weer sterk denken aan de principes achter het patroonbeheer. De Millingerwaard en zijn vegetaties bieden veel stof tot nadenken over beide principes en waar de grens ertussen precies ligt ...