31/08/2026
Fietstocht naar het kasteel van Beauvoorde op 27 augustus 2026
Met een enthousiaste groep IW-dames en enkele partners vertrokken we door het vlakke polderland, langs ingeslapen dorpjes richting Beauvoorde. Het laatzomerzonnetje zorgde voor een heerlijke temperatuur en we fietsten gezwind over de rustige veldweggetjes.
In het kasteel stond de gids Ariane ons al op te wachten. Bij het onthaal vertelde ze ons over de jonkheer Arthur Merghelynck. Als 22-jarige jongeman reed hij samen met een vriend in een koets door de Westhoek, toen hij plots op de betoverende ruïne van het kasteel botste. Het was liefde op het eerste gezicht. Hij besloot het vervallen kasteel te kopen en het om te toveren tot een romantisch 17de-eeuws lusthof.
Een beetje later leerde hij een stralend meisje van eenvoudige komaf kennen, die hem geregeld in een café in Ieper zijn aperitiefje inschonk. Hij trouwe haar, een echte ‘mariage d’amour’! Julienne leerde Frans en de gewoonten van de adel kennen, maar ze bleef zichzelf en maakte van Arthurs château een warme thuis.
Benieuwd naar dit pareltje, liepen we het park in. Via de brug over de omwalling kwamen we op de binnenkoer, versierd met kantelen en wapenschilden. Na een flinke ruk aan de bel kwamen we het kasteel binnen, waar statige portretten de inkomhal sierden.
In de ridderzaal konden we ons levendig voorstellen hoe Arthur Merghelynck – als burgemeester van Wulveringem – gezeten op de oude stoelen het schepencollege voorzat. Omringd door de schoonheid van het goudlederen behang en de houten lambrisering uit een oud klooster, werd hij nauwlettend in het oog gehouden door ridders in middeleeuwse harnassen.
Ook de kapel, die hij zelf liet bijbouwen, met haar religieuze kunst en oude koorbanken maakte indruk. Wie op het koorbankje knielde, wat Ann Laleman dan ook deed, werd beloond met hemelse kerkmuziek en brandende kaarsjes.
Via de fumoir en het damesboudoir bereikten we Arthurs studeerkamer. Die bood uitzicht op het dorpskerkje en de oude grafstenen, die hem er dagelijks aan herinnerde: ‘Heden ik, merghen gij’, zijn lijfspreuk die hem bewust maakte van zijn eigen eindigheid.
Een absoluut hoogtepunt was de eetkamer van Julienne, met twee prachtige pronkkasten van ebbenhout en ingelegd schildpadleer.
Via de keuken, de wijnkelder… verlieten we uiteindelijk het kasteel, waarna het prachtig aangelegde park met zijn waterpartijen een lust voor het oog bleek.
Na dit boeiende bezoek wandelden we naar het eethuisje ‘Op goed geluk’. Onder het genot van een frisse pint en een stevige boerenboterham werd er gezellig nagepraat.
We fietsten voldaan terug naar huis – gelukkig net voor de hemelsluizen opengingen!