03/06/2026
Gisteren op de voorpagina van De Morgen. Ik zeg: geef werkzoekenden zonder diploma niet op.
Stel je voor. Je hebt de middelbare school niet afgemaakt. Wat doe je? Je meldt je aan bij de VDAB om toch dat diploma middelbaar te halen. Wat blijkt? Zeven op de tien keer krijg je nul op het rekest. Je gaat naar huis zoals je gekomen bent. Zonder diploma. Zonder kans. Dat is toch ongehoord?
Van de 2.426 mensen die zich in 2025 aanmeldden voor een opleiding secundair bij de VDAB, mochten er 1.746 niet beginnen (DM, 2/6). Droge maar beenharde cijfers. Al jaren stellen we vast dat de VDAB stelselmatig kiest voor de kortste weg naar werk. De besparingen van Minister Demir hebben die keuze verscherpt. Met desastreuze gevolgen.
Minister Demir laat weten dat een diploma secundair "geen absolute must" is. Ik weet niet hoe zij haar eigen VDAB leest, maar jaar na jaar staat in het Schoolverlatersrapport van diezelfde VDAB dat een secundair diploma dé toegangspoort is tot de Vlaamse arbeidsmarkt.
De cijfers spreken voor zich. Er zijn vandaag 88.000 werkzoekenden in Vlaanderen zonder diploma secundair. Daar staan 16.000 vacatures tegenover waarvoor werkgevers geen diploma vereisen. En dan hebben we nog niet gekeken of deze jobs bereikbaar zijn en over welk regime het gaat. 1 op 2 van deze jobs zijn immers tijdelijke jobs. Bovendien zijn jobs die geen diploma vereisen vaak fysiek zware jobs. Wat vast staat is dat wie geen diploma heeft, nauwelijks manoeuvreerruimte heeft. Die mensen vinden moeilijker werk, verliezen het sneller, en stranden vaker in langdurige werkloosheid.
Zolang werkgevers mensen afrekenen op hun diploma, moet de VDAB er net voor zorgen dat mensen die diploma's halen. Wie dat nalaat als samenleving, zaagt aan zijn eigen stoelpoten. Daar zit een stevige sociale rechtvaardigheid aan verbonden. Maar het is ook een economisch valabel verhaal.
Moet ik herhalen dat Vlaanderen kreunt onder personeelstekorten? Werkgevers zoeken zorgkundigen, kinderbegeleiders, IT-profielen. Noem maar op. Net die beroepsopleidingen waarvoor mensen zich aanmelden bij de VDAB.
Moet ik herhalen dat de VDAB kreunt onder gebrek aan interesse èn dus middelen vanwege haar eigen Minister van Werk?
De competentiemismatch is dé oorzaak van die aanhoudende krapte. Wie investeert in een werkzoekende die gekwalificeerd en gemotiveerd aan de slag kan, wint. Stabiel personeel met de juiste kwalificaties kost minder dan eindeloos rekruteren, inwerken en opnieuw verliezen. Dat is pas een echte efficiëntiewinst.
Wat hier ontbreekt, is politieke wil. Een visie om te investeren in mensen die meer tijd en ondersteuning nodig hebben. Sommige werkzoekenden hebben een lager instapniveau. Dat is net een reden om hen meer te schragen.
Wat hier ontbreekt, is ook de politieke wil om net meer in VDAB te investeren om dit te kunnen aanpakken . Maar ook daar zien we: minder middelen, minder ondersteuning.
Een dubbele neerwaartse spiraal ten koste van de meest kwetsbaren , door de nefaste onwil van de beleidsmakers om te investeren in onze jongeren.
De mogelijkheid om via werk een toekomst op te bouwen moet opnieuw centraal staan in het arbeidsmarktbeleid. Zorg ervoor dat een eerste kwalificatie behalen kosteloos is. Wie een traject volgt naar een eerste diploma moet zijn sociale rechten kunnen behouden.
Een opleiding volgen mag niet betekenen dat je je vangnet verliest. Tweedekansonderwijs moet worden ingezet, niet wegbespaard. En er moet worden geïnvesteerd in basiscompetenties — waaronder een degelijke kennis van het Nederlands — want zonder die grondvesten blijft duurzame tewerkstelling buiten bereik.
Deze werkzoekenden hebben de school verlaten zonder diploma. Vaak door een cocktail van omstandigheden: armoede, een moeilijke thuissituatie, een taalbarrière. Ze nemen de moeite dit recht te zetten. En ze worden weggestuurd. Men speelt met de toekomst van onze meest kwetsbare mensen. En ondertussen dokt de samenleving dubbel: in uitkeringen, in verspild potentieel, in vacatures die maar niet ingevuld raken.
Die werkzoekende die zich aanmeldde om zijn leven recht te zetten, verdient beter dan een deur die dichtgaat. Als de samenleving die kans niet kan bieden, waarvoor hebben we dan eigenlijk een Vlaamse minister van Werk én Onderwijs?