12/10/2026
Terwijl regeringen miljarden vrijmaken voor bewapening, wordt jongeren verteld dat er geen geld is voor onderwijs, betaalbare woningen of klimaatbeleid. Van Brussel tot Madrid pikken ze dat niet langer en stellen ze de fundamenten van onze samenleving ter discussie.
Er waart een spook door de wereld, een spook dat al verschillende regeringen deed vallen en dat wordt aangevuurd door de zogenaamde Generatie Z, de jongeren die geboren zijn tussen 1997 en 2012.
Jongeren stellen elites overal ter wereld op de proef. In korte tijd zagen Bangladesh, Nepal en Madagaskar hun regeringen vallen, terwijl in Marokko, Indonesië, de Filipijnen, Kenia en Peru massale jongerenprotesten bleven aanzwellen.
Ook in Europa komen jongeren massaal op straat. In Spanje, Duitsland, Frankrijk, België, Nederland en Italië vullen jongeren straten, pleinen en universiteiten. Ze organiseren betogingen, bezettingen, solidariteitsacties en studentenprotesten.
De aanleiding verschilt van land tot land. Soms gaat het over Palestina, soms over onderwijs, klimaat, racisme, besparingen, onbetaalbare woningen, stijgende levenskosten of corruptieschandalen. Maar onder die afzonderlijke strijdpunten ligt steeds vaker dezelfde vraag: in wat voor samenleving willen we leven?
Ook in Brussel klinkt die vraag. Tijdens de scholierenprotesten van 5 oktober verwoordde Mohammed Boufous, leerling in het zesde middelbaar aan het Athénée Charles Janssens in Elsene, de frustratie van veel jongeren: "We zijn jonge scholieren en studenten. We komen vreedzaam betogen om onze boodschap over te brengen. Het enige wat we vragen, is dat er naar ons geluisterd wordt. We willen dat ze stoppen met beslissingen over ons te nemen zonder ons."
Het verzet was de voorbije jaren nergens zo zichtbaar als tijdens de massale solidariteit met Palestina. Jongeren die voordien nauwelijks politiek actief waren, gingen de straat op. Ze organiseerden acties aan universiteiten, richtten tentenkampen op en eisten dat instellingen hun banden met Israëlische bedrijven en universiteiten zouden verbreken.
Ze deden dat ondanks een vaak vijandige omgeving. Studenten werden beschuldigd van extremisme, universiteitsbesturen stuurden politie naar campussen en politieke leiders probeerden protest te beperken of verdacht te maken.
Ook bij de recente scholierenprotesten in Frankrijk en België kwam het tot confrontaties met de politie. Salomé, een van de Franse scholieren die deelnamen aan een schoolblokkade, getuigt: "De blokkade verliep rustig. Toen kwam de oproerpolitie aangestormd. Ze begonnen te rennen en iedereen met traangas te besproeien. Ze zaten ons achterna alsof ze er plezier in hadden."
De 16-jarige Lola, eveneens uit Frankrijk, liet zich op 2 oktober niet afschrikken door het politieoptreden. "Het maakt ons alleen maar bozer", vertelde ze. "De politie heeft niet het recht om ons te slaan of traangas tegen ons te gebruiken." In Frankrijk verloor een 15-jarige scholier een hand toen een granaat van de politie ontplofte.
Ook in Luik liep het op 8 oktober uit de hand. Een anonieme student getuigde hoe die tijdens een betoging gewond raakte: "We nemen deel aan een volledig toegestane, vreedzame betoging tegen de hervormingen. We bevonden ons op de boulevard d'Avroy, achter de kermis, toen ik in mijn nek werd geraakt door een schot uit een luchtdrukgeweer."
Toch blijven jongeren de straat op gaan. Deze generatie ontdekt dat politiek veel meer is dan eens om de paar jaar een bolletje kleuren. Politiek betekent ook samenkomen, organiseren, druk opbouwen en weigeren te aanvaarden wat als onvermijdelijk wordt voorgesteld.
Terwijl regeringen miljarden vrijmaken voor bewapening, wordt jongeren verteld dat er geen geld is voor onderwijs, betaalbare woningen of klimaatbeleid. Van Brussel tot Madrid pikken ze dat niet langer en stellen ze de fundamenten van onze samenleving ter discussie.