De Wereld Morgen

De Wereld Morgen Onafhankelijke kritische journalistiek | Onbeschaamd geëngageerd | geen paywall www.dewereldmorgen.be DeWereldMorgen.be is van u.

Mensen die zich zorgen maken over mensenrechten, sociale rechtvaardigheid of het milieu, moeten begrijpen dat ze uiteindelijk niets kunnen veranderen zolang ze de media niet veranderen - Robert McChesney


Online nieuws dat er toe doet. Wars van elke commerciële logica: geen aandeelhouders, managers of mediamagnaten. Bouw mee aan DeWereldMorgen.be: http://www.dewereldmorgen.be/info/doe-mee

Steun DeWereldMorgen.be: http://www.dewereldmorgen.be/info/steun

Miljardairs bereiden zich voor op het einde van de wereldTechmiljardairs als Zuckerberg, Musk en Thiel investeren actief...
04/09/2026

Miljardairs bereiden zich voor op het einde van de wereld

Techmiljardairs als Zuckerberg, Musk en Thiel investeren actief in een toekomst die door rampspoed wordt bepaald. Ze zijn ervan overtuigd dat zij bij de geredden zullen horen, ten koste van een steeds grotere groep ontmenselijkte anderen. Het is angstaanjagend in zijn kwaadaardigheid. Maar het opent ook krachtige mogelijkheden voor verzet, stelt journalist Naomi Klein.

02/09/2026

75.000 Palestijnen verbrand, uitgehongerd, gedood: "Hoe lang nog, premier De Wever?"

Actievoerders van de voornaamste mensenrechtenorganisaties en vakbonden hebben woensdagochtend een 25 meter lange banner uitgerold over de Kunstberg, zo groot als een zwembad. De snoeiharde boodschap: "75.000 Palestijnen uitgehongerd, neergeschoten, gedood. Nog steeds geen echte sancties. Hoe lang nog, premier De Wever?" De actie valt op de kop af één jaar na het Gaza-akkoord van de federale regering, dat volgens het middenveld nog altijd niet is uitgevoerd.

Actievoerders van de voornaamste mensenrechtenorganisaties en vakbonden hebben woensdagochtend een 25 meter lange banner...
02/09/2026

Actievoerders van de voornaamste mensenrechtenorganisaties en vakbonden hebben woensdagochtend een 25 meter lange banner uitgerold over de Kunstberg, zo groot als een zwembad. De snoeiharde boodschap: "75.000 Palestijnen uitgehongerd, neergeschoten, gedood. Nog steeds geen echte sancties. Hoe lang nog, premier De Wever?" De actie valt op de kop af één jaar na het Gaza-akkoord van de federale regering, dat volgens het middenveld nog altijd niet is uitgevoerd.

Een jaar geleden sloot de federale regering een Gaza-akkoord, in de nasleep van de historische Rode Lijn-marsen die Brussel rood kleurden met 110.000 deelnemers en tal van andere betogingen en lokale acties. Het was een van de grootste betogingen in tien jaar tijd.

Het akkoord was toen al zeer bescheiden, ver onder de lat van wat nodig was. Vandaag blijkt dat de regering er zelfs niet in slaagt om haar eigen, beperkte akkoord uit te voeren. Specifieke regeringspartijen liggen dwars, andere laten begaan.

“De regeringspartijen hebben hun handtekening gezet onder een akkoord. Vandaag eisen we: voer dat uit, zonder omwegen of achterpoortjes, en neem extra maatregelen om éindelijk een ernstige rode lijn te trekken tegen de Israëlische bezetting en genocide”, zegt 11.11.11-expert Willem Staes namens de organisaties.

Intussen gaat de realiteit op het terrein onverminderd door. De Verenigde Naties waarschuwden in juni 2026 dat de genocide in Gaza gewoon doorgaat. En in de Westelijke Jordaanoever zaaien kolonisten, gesteund door de staat, terreur op een nooit geziene schaal.

Het afgelopen jaar kondigde Israël de bouw aan van meer dan vijftig nieuwe nederzettingen, waaronder ook de zogenaamde “doomsday settlement” E1, die de doodsteek zou betekenen voor een Palestijnse staat. ​Het doel was al lang voor 7 oktober 2023: zoveel mogelijk Palestijns land annexeren, met zo weinig mogelijk Palestijnen erop.

Het past in een patroon. Onze regeringen houden Israël systematisch de hand boven het hoofd. Maatregelen die druk moeten zetten, worden keer op keer uitgesteld, uitgehold of gewoon niet uitgevoerd.

Minister van Asiel en Migratie Van Bossuyt sleept al een jaar met de voeten over de beloofde inreisverboden tegen Israëlische kolonisten. Vlaams minister-president Diependaele jaagde ondertussen een nieuw Wapenhandeldecreet door het parlement, dat het Vlaamse wapenembargo tegen Israël compleet dreigt uit te hollen.

Daarom trekt het middenveld vandaag opnieuw een rode lijn met een levensgrote boodschap. De actie kan op brede bijval rekenen en wordt gesteund door onder andere 11.11.11 , CNCD-11.11.11, Amnesty International België Vlaanderen, Association Belgo-Palestinienne, Broederlijk Delen, ABVV-FGTB, ACV-CSC, Catapa, De Transformisten, Globelink vzw, Greenpeace Belgium, Grootouders voor het Klimaat Be, Pax Christi Vlaanderen, SOS GAZA - België, Solidagro, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Vrede vzw, Wapa International, We Social Movements (WSM België) en Youca.

De komende dagen duikt de banner op tal van publieke plaatsen in het straatbeeld op. Organisaties uit het Rode Lijn-netwerk eisen dat de regering onmiddellijk werk maakt van haar eigen akkoord, en gaan nog een stap verder met een reeks concrete, urgente beleidseisen.

Zo eisen ze van de regering dat die het volledige septemberakkoord onmiddellijk uitvoert, inclusief een waterdicht en omvattend verbod op alle handel met Israëlische nederzettingen, en de erkenning van de Palestijnse staat. Daarnaast vragen ze om nationale investeringen te verbieden die de bezetting in stand houden, in uitvoering van de Adviserende Opinie van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024.

Verder willen ze dat de regering een Belgisch sanctiemechanisme creëert om eigen sancties (inreisverboden, verbod op financiële transacties, bevriezing van tegoeden) te kunnen opleggen aan individuen en entiteiten betrokken bij ernstige mensenrechtenschendingen in bezet Palestijns gebied. En dat er een moratorium wordt ingesteld op de aankoop van Israëlisch militair materiaal door Defensie.

Tot slot eisen ze dat de regering bedrijven uitsluit van overheidsopdrachten en publieke aankopen, die betrokken zijn bij ernstige schendingen van het internationaal recht in bezet Palestijns gebied.

Volgens brouwers staat onze manier van leven op het spel. Het gaat over één zin onderaan een advertentie. Ik dronk 25 ja...
02/09/2026

Volgens brouwers staat onze manier van leven op het spel. Het gaat over één zin onderaan een advertentie. Ik dronk 25 jaar en weet wat er wél op het spel staat.

(Door: Tijs Synaeve)

Wie gisteren de krant opensloeg, kreeg een paginagrote advertentie voorgeschoteld. "Een terras dat volloopt bij de eerste zonnestraal. De toog na de match. Drie generaties die klinken op een verjaardag." De foto toont twee mensen, lachend in een bruine kroeg, met een glas bier tussen hen in.

Honderd brouwers en zowat duizend anderen uit de sector zetten er hun naam onder. Onder de ondertekenaars bevinden zich ook parlementsleden van regeringspartijen en een partijvoorzitter. "Dit is wie we zijn", staat erbij. "Val niet aan wat ons samenbrengt."

Ik heb 25 jaar lang gedacht dat dat was wie ik ben. De fuiven. De lange gesprekken rond het kampvuur. De dronken zomernacht die eindigde in de stadsfontein. Het allerlaatste pintje in de stamkroeg, met Closing Time van Tom Waits op de achtergrond. De pint in de skybar die mijn vliegangst wegnam. Ik koester die herinneringen nog altijd en ik ben niet van plan er afstand van te doen.

Maar diezelfde 25 jaar hebben mij mijn carrière gekost, mijn sociaal netwerk, op een haar na mijn gezin, en tegen de tijd dat ik me in 2022 liet opnemen om te ontwennen van alcohol en medicatie ook ei zo na mijn leven. De opname duurde tien weken.

Ik hoop dat ik op het einde van mijn leven, in een zo ver mogelijke toekomst, kan zeggen dat het alcoholhoofdstuk toen definitief voorbij was. Want elke ex-verslaafde weet het: herval is als een slapende hond onder de trap. Het beest kan altijd wakker worden.

Dus heb ik één vraag voor de ondertekenaars. Wie is die wij precies?

Het loont de moeite om te kijken hoe klein de inzet eigenlijk is. Het gaat over reclame. Alleen over reclame. De verplichte boodschap onderaan een advertentie wordt 'Alcohol schaadt de gezondheid' in plaats van 'Alcoholmisbruik schaadt de gezondheid'.

Geen verbod of extra accijns, geen sluitingsuur. Er wordt niemand een glas bier afgenomen. De brouwers verdedigen dus niet het terras. Ze verdedigen wat ze in hun eigen advertenties over hun eigen product mogen beweren. Dat is hun goed recht. Maar noem het dan zo, en ga niet lamenteren over de aantasting van "wie we zijn".

Want als één zin onderaan een advertentie volstaat om ons sociale weefsel te doen scheuren, hoe dun is dat weefsel dan? Hebben we werkelijk een pint nodig om op een terras te zitten, of om onze grootmoeder gelukkige verjaardag te wensen? Het VAD, het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, heeft daar een woord voor: normalisering. Alcohol is zo vanzelfsprekend geworden in het dagelijks leven dat we het niet meer los kunnen zien van de gezelligheid eromheen.

Natuurlijk veroordelen de brouwers misbruik met klem. Dat doen ze altijd, in een bijzin weliswaar. Ik zoek alleen nog naar de daad die erop volgt.

Eind 2024 reed een bekende Vlaming met 2,44 promille in het bloed en zonder gordel tegen een botsabsorbeerder aan de Kennedytunnel. Een wegwerker raakte gewond. Het land sprak er weken over, en het sprak over hem. Van de sector kwam geen advertentie over hoe permissief wij met alcohol in het verkeer omgaan en welke ravage dat aanricht in gezinnen.

Waar is de campagne over het verband tussen alcohol en partnergeweld? Over vechtpartijen in het nachtleven? Over grensoverschrijdend gedrag dat door drank in de hand wordt gewerkt?

De sector schaart zich achter BOB, en dat is oprecht iets waard, maar ook de BOB-campagne legt de verantwoordelijkheid bij de bestuurder en nooit bij wat er verkocht wordt, of bij hoe. Aan het verdienmodel mag niet getornd worden. De waarheid moet blijkbaar verbloemd worden, omdat de belangen van de alcoholindustrie zwaarder wegen dan de ontwrichting die alcohol aanricht.

Is dat wie wij zijn?

Ondertussen zijn de cijfers wat ze zijn. Bij ongeveer 11 procent van de verkeersongevallen in dit land is alcohol in het spel, en dat cijfer stond in 2023 op exact hetzelfde niveau als in 2014. Tien jaar sensibilisering, nul beweging. Tijdens weekendnachten loopt het aandeel ongevallen gelinkt aan alcohol of drugs op tot meer dan veertig procent, in delen van West-Vlaanderen nog hoger.

Is dat wie wij zijn?

En dan het tankstation, waar de sector zo graag over zwijgt. Ik ken geen andere winkel waar gekoelde blikjes bier op ooghoogte naast de kassa staan, met een promotie erbij, terwijl zowat elke klant daar per definitie met een voertuig staat.

De wetgever ziet dat probleem trouwens ook. Sinds juli 2024 mogen tankstations langs de snelweg tussen tien uur ’s avonds en zeven uur ’s ochtends geen alcohol meer verkopen. De logica is niet ingewikkeld: wie daar staat, is er met een voertuig gekomen. Alleen geldt die logica blijkbaar niet om halfzes op een dinsdag, en niet aan de gewestweg waarover het gros van dit land naar huis rijdt. Geen zorgen, onze frigo's zitten vol.

In de kliniek hoorde ik van lotgenoten hoeveel mensen dat tankstation nodig hebben. Het is infrastructuur voor alcoholisten. Op weg naar het werk. Op de terugweg. Even ontspannen na een drukke dag, of net voor die belangrijke vergadering, en dan weer de baan op.

Is dat wie wij zijn?

En dan het cijfer waar we niet omheen kunnen. Volgens het VAD had tweeëntwintig procent van de drinkende volwassenen in Vlaanderen ooit een problematisch alcoholgebruik. Dat zijn zowat 886.500 mensen.

Als ze een partij vormden, waren ze meteen de derde grootste van Vlaanderen, ruim voor Vooruit en CD&V. In 2021 stierven in Vlaanderen 2.064 mensen aan de gevolgen van alcohol. Dat is elk jaar een dorp dat van de kaart verdwijnt.

Is dat wie wij zijn?

De sector wil ons doen geloven dat de wereld uit twee groepen bestaat: mensen met een probleem, en al de rest. Ik heb tien weken in een kliniek gezeten met mensen die tot de dag voordien tot 'al de rest' behoorden, en die daar zaten, ontredderd en vaak hopeloos. Vluchtmisdrijf. Verplichte opname door het gerecht. Kinderen die niet meer belden. Een falende fysieke en psychische gezondheid.

En bijna allemaal vertelden ze hetzelfde over hoe moeilijk het is om in dit land van alcohol weg te blijven, omdat het overal is. Het wachtpintje in de frituur. Het tankstation onderweg. Echte mannen weten waarom, toch. En thuis is toch waar mijn Stella staat, tegenwoordig ook waar de barbecue brandt naast het zwembad en waar we vooral moeten 'leven'.

Er is nog iets. In oktober 2025 berichtte de krant De Tijd over de invloed van de alcohollobby op het Belgische gezondheidsbeleid: systematische druk op kabinetten, eigen onderzoek besteld bij een econoom zonder medische opleiding, en als eerste mikpunt precies die ene zin. Het koninklijk besluit sleept al jaren aan.

Deze advertentie is dus geen spontane noodkreet uit de brouwzaal. Wat hier bovenkomt, gebeurt al veel langer en met veel succes onder tafel.

En misschien gaat het uiteindelijk hierover: de Belg dronk in 2010 nog 10,3 liter pure alcohol per jaar. In 2022 was dat 7,8. Van de twaalf- tot achttienjarigen dronk tien jaar geleden 58 procent in het voorbije jaar alcohol. Vandaag is dat 43 procent. Ze beginnen later, ze drinken minder, en dronken worden is minder vaak het doel.

Dat is wat er verandert. Niet de slogan. De klant.

En hulde aan de sector: de brouwers hebben zelf een alcoholvrij aanbod ontwikkeld dat mijlenver verwijderd is van de paardenpis van vroeger. Voor veel mensen is dat een volwaardig en vooral veilig alternatief. (Zelf blijf ik er ver vandaan, want de smaak alleen al kan de hond onder de trap wakker maken.)

Het is een verstandige zet. Bier is cultuur, en er gaan veel jobs en investeringen mee gepaard. Maar een waarheidsgetrouwe waarschuwing omtoveren tot een aanslag op onze beschaving is misleidend. Het lijkt eerder de paniekreactie van een sector die een dalende curve leest en dan maar beslist dat het aan de betuttelende overheid ligt.

De brouwers vragen in hun open brief dat de overheid het onderscheid blijft maken tussen misbruik en verantwoord genieten. Dat is een redelijk verzoek. Maar maak dat onderscheid dan ook zelf.

Ik zat deze zomer trouwens ook vaak op dat terras. Met een mocktail. Mijn vrouw drinkt water, zoals altijd, en het is al jaren geleden dat een ober haar nog gevraagd heeft of ze er een roze of blauw rietje bij wil.

Dat is wie we zijn.

Brussels Airlines wil vanaf deze maand opnieuw vluchten uitvoeren naar Tel Aviv en daarvoor personeel verplicht inzetten...
01/09/2026

Brussels Airlines wil vanaf deze maand opnieuw vluchten uitvoeren naar Tel Aviv en daarvoor personeel verplicht inzetten. Daarmee breekt de luchtvaartmaatschappij met eerdere afspraken met de vakbonden, waarbij uitsluitend met vrijwilligers zou worden gewerkt.

“Bij het personeel leven ernstige bezorgdheden over zowel de fysieke veiligheid als de mentale en ethische impact van deze vluchten”, zegt Jolinde Defieuw van ACV Puls. “Toch weigert Brussels Airlines werknemers de mogelijkheid te geven om dergelijke opdrachten te weigeren. Dat is bijzonder zwaarwichtig in de context van de aanhoudende oorlog en de genocide in Gaza.”

Vandaag is het 1 september, de eerste schooldag van het jaar voor kinderen en jongeren in Vlaanderen.Maar ons onderwijs ...
01/09/2026

Vandaag is het 1 september, de eerste schooldag van het jaar voor kinderen en jongeren in Vlaanderen.

Maar ons onderwijs stoomt jongeren niet klaar voor de toekomst, het sorteert ze voor op de arbeidsmarkt. Door vroege opsplitsing en het watervalsysteem creëren de schoolbanken een schadelijk kastensysteem dat sociale ongelijkheid diep verankert.

Binnen ons maatschappelijk stelsel is het onderwijs en de manier waarop het wordt georganiseerd cruciaal en dat heeft alles te maken met de arbeidsmarkt.

Het doel en de essentie van het economisch systeem waarin we leven is namelijk de accumulatie van zoveel mogelijk kapitaal. Naast uitbuiting van de natuur wordt dat kapitaal, of die rijkdom, geproduceerd door arbeid. Om die accumulatie maximaal te laten verlopen is een gunstige arbeidsmarkt essentieel.

Anders gezegd, om de winsten te maximaliseren is er een arbeidsmarkt nodig die afgestemd is op de behoeften van het kapitaal. En die behoeften zijn opgesplitst. Voor high tech sectoren en voor het management is hooggekwalificeerd personeel nodig. Dat zijn mensen die theoretisch gevormd zijn, die autonoom kunnen denken, leiding kunnen geven en heel veel skills hebben.

Omgekeerd hebben sectoren als constructie, transport, retail enzovoort hebben juist laag gekwalificeerd personeel nodig: praktisch geschoold (een stiel), weinig algemene kennis en vlot inzetbaar. Belangrijk, zij mogen niet te hoog geschoold zijn, want dat zouden ze minder volgzaam zijn en ook hogere looneisen kunnen stellen.

Dat zijn de twee uitersten. Daar tussenin zijn er heel wat sectoren of beroepscategorieën, die praktisch gericht zijn, maar wel een zekere theoretische vaardigheid vereisen.

Om de boel goed draaiend te houden zijn die verschillende profielen en kennisvereisten nodig. Er mag er niet teveel of te weinig van het een of het ander zijn. Het kapitalisme heeft met andere woorden behoefte aan een soort kastensysteem binnen de arbeidsmarkt.

En hier komt het onderwijs op de proppen, want binnen ons maatschappelijk stelsel is het onderwijs misschien niet perfect, maar dan toch vrij goed afgestemd op dat kastensysteem. Vanaf 12 jaar worden leerlingen binnen ons schoolsysteem opgesplitst in drie categorieën: vroeger noemden ze dat ASO, TSO en BSO, vandaag klinkt het wat omfloerster: doorstroomfinaliteit, dubbele finaliteit, arbeidsmarktfinaliteit. Die mooie woorden verhullen dat we te maken hebben met hiërarchie én een segregatie.

Het woord segregatie is niet overdreven: ASO-richtingen of ASO-scholen liggen bijna nooit op dezelfde campus als BSO-richtingen. Dat betekent dat leerlingen van de verschillende kennisniveaus heel weinig met elkaar in aanraking komen.

Die verschillende kennisniveaus creëren een eigen bubbel met eigen hobby’s, vaak eigen klederdracht. Ze gaan samen uit, doen samen sport, enzovoort. BSO-kinderen gaan praktisch niet naar de jeugdbeweging. Zo’n bubbel is misschien geen kaste, maar het is er wel niet ver van verwijderd.

Het grootste deel van mijn loopbaan heb ik lesgegeven in TSO en BSO, ik gaf er wiskunde en informatica, toen die nog als aparte vakken bestonden voor BSO. De vereisten volgens de eindtermen waren belachelijk laag: voor wiskunde was dat de regel van drie en het kunnen rekenen met procenten. Dat is het niveau van de l***re school.

Nochtans kan het helemaal anders. In de derde graad leerde ik mijn leerlingen van BSO programmeren in Excel, en voor diegenen die het wat zegt: ik gaf mijn leerlingen financiële algebra en willekeurige driehoeken. Mijn leerlingen haalden niet alleen dat niveau, ze waren bovendien trots dat ze dat konden.

Het lage niveau betreft niet alleen wiskunde, ook op taalvlak is het niet veel beter. Collega’s vertelden mij bijvoorbeeld dat BSO-leerlingen moeite hebben met films waarin veel wordt gesproken en ondertiteld. Bij een film over bijvoorbeeld een rechtszaak gaat de ondertiteling voor hen vaak te snel om het verhaal te kunnen volgen. Ze kunnen het gewoon niet zo snel lezen. Het taalniveau van leerlingen in de derde graad is soms l***r dan het was in de eerste graad.

Hetzelfde voor de andere algemene vakken zoals aardrijkskunde of geschiedenis. Van biologie, scheikunde of fysica is al geen sprake. Al die verschillende vakken worden in de BSO-richtingen opgenomen in een gemeenschappelijk vak ‘algemene vorming’. Het niveau van algemene kennis dat van deze leerlingen wordt verwacht, is in elk geval bedroevend laag.

Belangrijk is dat de leerlingen dat lage niveau op den duur gaan internaliseren. Zij gaan geloven dat zij qua kennis tot minder in staat zijn, en meer algemeen dat zij minder begaafd zijn. Zo worden zij door ons gesegregeerd onderwijssysteem klaargestoomd om later minderwaardige en laagbetaalde jobs aan te nemen. Er zijn gelukkig uitzonderingen (bepaalde knelpuntberoepen), maar die bevestigen de regel.

Het tegenovergestelde, het elitaire bewustzijn, wordt gevormd in de zogenaamd sterke ASO-richtingen. Zij ontwikkelen een soort superioriteitsgevoel ten aanzien van de andere richtingen. Op die manier kneedt ons onderwijs het klassenbewustzijn van de toekomstige werknemers.

Door het onderwijssysteem dat vanaf twaalf jaar in schotten wordt georganiseerd worden de leerlingen de facto voorgesorteerd voor de toekomstige gesegmenteerde en hiërarchische arbeidsmarkt. In ons onderwijssysteem wordt die voorsortering sterk in de hand gewerkt door het fameuze watervalsysteem.

Elk jaar opnieuw krijgt ongeveer 7 procent van de leerlingen een B-attest. Dat wil zeggen dat je van een zogenaamd ‘sterke’ richtingen geheroriënteerd wordt naar een ‘zwakkere’ richting. Als je dat cumulatief bekijkt op de eerste vier jaar van het secundair onderwijs – want in de hoogste graad zijn er geen B-attesten meer – dan gaat dat over een vrij groot aantal.

Dat heeft twee belangrijke gevolgen. Ten eerste dat heel wat leerlingen terechtkomen in richtingen waar ze eigenlijk niet thuishoren en waar ze qua algemene kennis ondermaats worden opgeleid. En ten tweede creëert men daardoor een grote uitstroom.

Het grote aantal B- en C-attesten (bij een C-attest moet een leerlingen zijn jaar overdoen) laat zien dat ons onderwijssysteem in vergelijking met andere landen niet de reflex heeft om leerlingen ‘bij te houden’, om er alles aan te doen om ze laten slagen. Het gevolg is dat één op acht leerlingen zijn diploma van secundair onderwijs niet haalt.

In dat watervalsysteem speelt het vak wiskunde een grote en nefaste rol. Er wordt weinig systematisch onderzoek naar gedaan, maar de cijfers die ik gevonden heb bevestigen mijn eigen ervaring. In het ASO haalt elk jaar ongeveer één op zeven leerlingen een tekort voor wiskunde. Eén op zeven, dat is enorm en absurd.

Wiskunde is ten onrechte een ‘buisvak’ of boemanvak. In het hoger onderwijs is dat nog erger met het vak statistiek. Dat vak is een echte gesel, terwijl statistiek binnen het wiskundedomein eerder een gemakkelijk onderdeel is. Hoe dan ook, wiskunde speelt een belangrijke rol in de segmentering van het onderwijs en is op die manier een soort bewaker van het kastensysteem op onze arbeidsmarkt.

Samengevat: het onderwijs organiseert een segmentering die zeer functioneel is voor de arbeidsmarkt, maar die daardoor aan een grote groep mensen goede, degelijke vorming en scholing onthoudt.

Lees de rest van het artikel hieronder.

Ons onderwijs stoomt jongeren niet klaar voor de toekomst, maar sorteert ze voor op de arbeidsmarkt. Door vroege opsplitsing en het watervalsysteem creëren de schoolbanken een schadelijk kastensysteem dat sociale ongelijkheid diep verankert.

De ‘neus’ van een gletsjer nabij de grens tussen Nepal en China brak vorige week af, viel samen met rotsen in een rivier...
31/08/2026

De ‘neus’ van een gletsjer nabij de grens tussen Nepal en China brak vorige week af, viel samen met rotsen in een rivier en blokkeerde die korte tijd. Daarna stroomde het opgestuwde water, aangevuld met een enorme hoeveelheid smeltwater van de gletsjer, door de vallei naar beneden. Waarschijnlijk heeft de opwarming van de aarde bijgedragen aan deze gebeurtenis. In ieder geval veroorzaakt de opwarming van de aarde een aanzienlijke afsmelting van gletsjers, die naar verwachting alleen maar zal versnellen.

Lili Pike en Laura Millan schrijven bij Bloomberg: “De gletsjers in de Himalaya smolten tussen 2010 en 2020 65 procent sneller dan in het voorgaande decennium, aldus de VN, terwijl het risico op overstromingen als gevolg van gletsjermeren in de bredere regio van de Hindu Kush-Himalaya naar verwachting tegen het einde van de eeuw ongeveer zal verdrievoudigen.”

Nepal is een relatief klein land met ongeveer 31 miljoen inwoners en een grote religieuze en taalkundige diversiteit. Ongeveer vier vijfde van de bevolking is hindoe, daarnaast zijn er belangrijke boeddhistische en islamitische minderheden. Het Nepalees is de officiële taal en wordt door ongeveer 44 procent van de bevolking als moedertaal gesproken. Daarnaast bestaan er tal van andere talen en dialecten: in totaal worden meer dan 140 talen als moedertaal gebruikt. Vooral in de bergachtige gebieden hebben die hun eigenheid kunnen behouden.

Van de negentiende eeuw tot 2008 was Nepal een hindoeïstische monarchie. Daarna werd het een seculiere republiek en parlementaire democratie. De afgelopen jaren werd de Nepalese politiek onder meer gekenmerkt door protesten tegen de grote vermogensongelijkheid.

Ook de koloniale geschiedenis van de regio drukte haar stempel op Nepal. In het begin van de negentiende eeuw probeerden de Britten vanuit India het Gorkha-koninkrijk Nepal te veroveren. Om die oorlog te financieren, leenden ze geld van de Nawabs van Awadh, een door sjiitische moslims bestuurde staat in Noord-India.

Een deel van de rente op die lening kwam uiteindelijk terecht bij sjiitische geestelijken in Najaf, waardoor Groot-Brittannië later enige invloed kon uitoefenen op religieuze leiders in Irak.

De Britse campagne tegen Nepal eindigde in 1816 zonder duidelijke overwinnaar. Na een wapenstilstand kregen de Britten wel toestemming om Nepalese soldaten te rekruteren. Deze Gurkha’s kregen een reputatie als bijzonder sterke strijders en werden een vaste waarde in het Britse leger.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vochten ongeveer 100.000 Gurkha’s voor Groot-Brittannië, onder meer in Frankrijk en Irak. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden ze ingezet, onder andere in Italië en Birma. Daarbij kwamen ongeveer 30.000 Nepalezen om in dienst van het Britse Rijk.

Nepal heeft de vorm van een rechthoek die zich uitstrekt over de laaglanden van de Gangesvallei tot, hogerop, de Himalaya. Het is de thuisbasis van de Mount Everest, de hoogste berg ter wereld, die in de mondelinge traditie van de Sherpa’s als een godin wordt beschouwd. In de Nepalese talen en literatuur worden de Himalayabergen inderdaad gezien als levende goden en geesten die de mens beschermen.

Hoe vreemd is het dat wij ze laten smelten en ze in een bedreiging veranderen. Gletsjers zijn in het verleden al vaker ingestort, maar in de negentiende en twintigste eeuw gebeurde dat als gevolg van aardbevingen, rotsvallen of instabiliteit in de aardkorst waarop de gletsjer rustte.

Er zijn ongeveer 200.000 gletsjers op aarde. In het hooggebergte van Azië bevinden zich er ongeveer 90.000, waarvan de meeste middelgroot zijn, aldus Lander van Tricht et al. in Nature Climate Change.

Nu de opwarming van de aarde door het verbranden van fossiele brandstoffen de afgelopen 80 jaar is versneld, zien we gletsjers smelten in de Himalaya, de Alpen en de Andes, met catastrofale gevolgen. Op dit moment verliezen we ongeveer 750 gletsjers per jaar. We zitten al op ongeveer 1,2 °C boven het pre-industriële niveau.

Deze auteurs vertellen ons dat, als we uitkomen op 3 °C boven het pre-industriële niveau – waar we momenteel snel naartoe gaan –, er tegen 2050 ongeveer 3.000 gletsjers per jaar zullen verdwijnen. Dat zou gelijkstaan aan het in slechts één jaar tijd verdampen van alle gletsjers in de Europese Alpen.

Dat er jaarlijks 3.000 gletsjers verdwijnen, is uiteraard veel erger dan 750.

En het zal nog verergeren als we op de oude manier doorgaan. Zelfs als landen hun huidige doelstellingen voor CO2-uitstoot halen en de opwarming van de aarde beperken tot 2,7 °C boven het niveau van 1750, verliezen we tegen 2100 nog steeds 80 procent van de gletsjers. Als we daarentegen krachtig in actie komen en de opwarming beperken tot 1,5 °C, zou ongeveer 50 procent van de gletsjers tot 2100 kunnen overleven.

Wat gebeurt er als 80 procent van de gletsjers in de komende decennia smelt? Wel, heel wat steden en dorpen in Nepal worden weggespoeld, zoals we woensdag zagen gebeuren. Maar hoe ongelooflijk het ook klinkt: zulke plotselinge overstromingen zijn niet eens het ergste, hoe afschuwelijk en hartverscheurend ze ook zijn.

Wat gebeurt er daarna? De gletsjer is er niet meer. Vroeger smolt hij in de lente een beetje, waardoor er water in de rivieren terechtkwam, voordat hij de volgende herfst opnieuw bevroor. Geen gletsjers betekent geen smeltwater in de lente en geen water stroomafwaarts. Ongeveer 2 miljard mensen ter wereld, een kwart van de mensheid, zijn voor hun waterafhankelijk van smeltwater van gletsjers.

Het gesmolten water van de gletsjers stroomt via de rivieren naar de zeeën. Omdat dit ijs op het land opgeslagen lag en nu in de oceanen terechtkomt, neemt de hoeveelheid water in de oceanen toe, wat betekent dat de zeespiegel stijgt. Het smelten van bergijs op deze schaal – een verlies van 80 procent van de gletsjers – zou de oceanen met ruim 30 cm doen stijgen. De oceanen worden bovendien warmer, waardoor het water uitzet en meer ruimte inneemt, wat daar nog eens 15 cm aan toevoegt.

Het smelten van het ijs op de Noordpool en Antarctica wordt afzonderlijk berekend van dat van de berggletsjers, en zou daar nog enkele decimeters aan kunnen toevoegen. Een zeespiegelstijging van 1 tot 1,5 meter klinkt misschien niet dramatisch, behalve als je je voorstelt hoe de klanten van restaurant Benny’s on the Beach in West Palm Beach hun hamburgers en frieten proberen op te eten terwijl ze onder water zitten. Doorweekt.

Vandaag spoelt smeltend gletsjerijs Nepalese dorpen weg. Morgen dreigt datzelfde verdwijnende ijs de watervoorziening van miljarden mensen in gevaar te brengen.

Mijn eerste reactie op de minimumdoelen is niet dat alles anders moet. Integendeel. Ik herken er een belangrijke gedacht...
28/08/2026

Mijn eerste reactie op de minimumdoelen is niet dat alles anders moet. Integendeel. Ik herken er een belangrijke gedachte in: ieder kind heeft recht op een stevige gemeenschappelijke basiskennis. Onderwijs mag zich niet beperken tot wat kinderen toevallig al kennen, wat hen spontaan interesseert of wat hun onmiddellijke omgeving hen aanbiedt.

Een kind heeft recht op taal, wiskunde, wetenschap, geschiedenis, kunst, techniek en cultuur. Het heeft recht op werelden waarvan het misschien nog niet eens wist dat ze bestonden. Dat uitgangspunt wil ik niet bestrijden. Ik wil het juist ernstig nemen. Want kennis kan bevrijdend zijn.

Wie leert lezen, krijgt toegang tot teksten die voordien gesloten bleven. Wie geschiedenis leert kennen, ontdekt dat de wereld waarin we leven niet altijd geweest is zoals hij vandaag is. Wetenschap kan onze onmiddellijke waarneming tegenspreken. Kunst kan ons iets laten zien of voelen waarvoor we voordien geen taal hadden. Precies daarom is de vraag welke kennis we aan kinderen aanbieden zo belangrijk.

Daar begint voor mij een tweede vraag. Minimumdoelen kunnen een belangrijke bescherming vormen. Ze zeggen dat we niemand onder deze grens willen laten zakken. Ook een kind dat van thuis uit minder kansen of culturele bagage meekrijgt, heeft recht op lezen, schrijven, rekenen en op een gemeenschappelijke basis van kennis. Dat is een emancipatorische gedachte.

Maar een minimum kan in een selecterend onderwijssysteem ongemerkt ook iets anders worden. Wat bedoeld was als bodem, kan een plafond worden. Voor sommige kinderen gaan we dan denken: dit is voor jou voldoende. Daar wringt het voor mij.

Het gaat niet alleen om de vraag wat ieder kind minimaal moet kennen en kunnen, maar daarnaast moeten we dit koppelen aan een andere vraag: Tot welke menselijke rijkdom mag geen enkel kind voortijdig de toegang verliezen?

Dat lijkt misschien een klein verschil in formulering. Voor mij is het een fundamenteel verschil in perspectief.

Een gemeenschappelijke bodem is noodzakelijk. Maar boven die bodem moet een horizon zichtbaar blijven: een brede wereld van wetenschap en geschiedenis, taal en wiskunde, kunst en cultuur, techniek, arbeid en vakmanschap. Ook moet er ruimte zijn. Ruimte voor verschil, verdieping, talent, verschillende tempo's en verschillende manieren waarop kinderen zich tot die wereld leren verhouden.

Misschien zijn 'bodem', 'horizon' en 'ruimte' drie woorden waarmee we het gesprek over minimumdoelen kunnen verruimen. Verschil hoeft geen bestemming te worden. Daarmee komen we onvermijdelijk bij een andere vraag: wat doen we wanneer kinderen verschillen?

Natuurlijk verschillen ze. Het ene kind leest sneller, een ander is technisch bijzonder sterk. Iemand begrijpt een wiskundig probleem onmiddellijk, terwijl een klasgenoot meer tijd en ondersteuning nodig heeft. Die verschillen hoeven we niet weg te praten. Maar uit de vaststelling dat twee kinderen vandaag ergens verschillend staan, volgt nog niet dat we al weten waar hun horizon ligt.

Dat is precies waarom ik moeite heb met vroege selectie. Differentiëren kan betekenen dat we de weg aanpassen: meer tijd, andere ondersteuning, verdieping, een andere uitleg. Maar differentiatie kan ook ongemerkt betekenen dat we de horizon aanpassen: 'dit kind is nu eenmaal niet voor dit soort kennis bestemd'. Daarom probeer ik een eenvoudige gedachte vast te houden: verschil hoeft geen bestemming te zijn.

En misschien moeten kinderen juist daarom langer samen kunnen leren. Niet omdat iedereen gelijk is of hetzelfde moet worden. Wel omdat verschillen ook bronnen kunnen zijn van wederzijds leren en omdat we voorzichtig moeten zijn met het moment waarop we beslissen welke mogelijkheden nog wel en niet voor iemand openliggen.

Een echt gesprek werkt in twee richtingen. De confrontatie met de minimumdoelen heeft mij daarom ook gedwongen kritischer naar mijn eigen verhaal te kijken.

Het volstaat niet te spreken over brede vorming, projecten, ervaringen, samenwerking en emancipatie. Als ik zeg dat kennis een gemeenschappelijke rijkdom is, moet ik ook durven aangeven welke kennis kinderen werkelijk moeten verwerven. Een prachtig project garandeert niet vanzelf dat een kind voldoende wiskunde leert. Samenwerken garandeert niet dat ieder kind leert lezen. Een rijke ervaring is nog geen systematische kennisopbouw.

Soms moet een leraar uitleggen. Soms moet een leerling oefenen, herhalen, memoriseren of een moeilijke tekst meerdere keren lezen. Dat staat voor mij niet tegenover bevrijdend onderwijs. Integendeel.

Als kennis een gemeenschappelijke rijkdom is, hebben we ook de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat kinderen er werkelijk toegang toe krijgen. Ik wil de minimumdoelen daarom niet benaderen vanuit de vraag wie het debat zal winnen. Interessanter is wat er gebeurt wanneer we ze naast een andere visie op onderwijs leggen en beide ernstig nemen.

We leren kinderen niet alleen lezen, rekenen, onderzoeken en denken zodat zij zelfstandig hun plaats kunnen vinden in de wereld zoals die vandaag bestaat. We geven hen toegang tot kennis omdat die wereld daardoor groter wordt.

Omdat ze kunnen ontdekken hoe mensen vóór hen hebben gedacht, gemaakt, gewerkt en gestreden. Omdat ze kunnen leren dat de werkelijkheid een geschiedenis heeft en dus niet onveranderlijk is. Omdat kennis hun mogelijkheden vergroot om zelf te denken, te oordelen, samen te werken en te handelen.

Wat zij later met die mogelijkheden doen, beslist de school niet. Daar begint juist hun vrijheid.

Welke bodem willen we voor ieder kind garanderen? Welke horizon willen we voor niemand sluiten? En hoeveel ruimte durven we onderweg open te houden?

(Door: Ludo Merckx)

Adresse

Brussels

Notifications

Soyez le premier à savoir et laissez-nous vous envoyer un courriel lorsque De Wereld Morgen publie des nouvelles et des promotions. Votre adresse e-mail ne sera pas utilisée à d'autres fins, et vous pouvez vous désabonner à tout moment.

Contacter L’organisation

Envoyer un message à De Wereld Morgen:

Raccourcis

Partager