02/09/2026
Volgens brouwers staat onze manier van leven op het spel. Het gaat over één zin onderaan een advertentie. Ik dronk 25 jaar en weet wat er wél op het spel staat.
(Door: Tijs Synaeve)
Wie gisteren de krant opensloeg, kreeg een paginagrote advertentie voorgeschoteld. "Een terras dat volloopt bij de eerste zonnestraal. De toog na de match. Drie generaties die klinken op een verjaardag." De foto toont twee mensen, lachend in een bruine kroeg, met een glas bier tussen hen in.
Honderd brouwers en zowat duizend anderen uit de sector zetten er hun naam onder. Onder de ondertekenaars bevinden zich ook parlementsleden van regeringspartijen en een partijvoorzitter. "Dit is wie we zijn", staat erbij. "Val niet aan wat ons samenbrengt."
Ik heb 25 jaar lang gedacht dat dat was wie ik ben. De fuiven. De lange gesprekken rond het kampvuur. De dronken zomernacht die eindigde in de stadsfontein. Het allerlaatste pintje in de stamkroeg, met Closing Time van Tom Waits op de achtergrond. De pint in de skybar die mijn vliegangst wegnam. Ik koester die herinneringen nog altijd en ik ben niet van plan er afstand van te doen.
Maar diezelfde 25 jaar hebben mij mijn carrière gekost, mijn sociaal netwerk, op een haar na mijn gezin, en tegen de tijd dat ik me in 2022 liet opnemen om te ontwennen van alcohol en medicatie ook ei zo na mijn leven. De opname duurde tien weken.
Ik hoop dat ik op het einde van mijn leven, in een zo ver mogelijke toekomst, kan zeggen dat het alcoholhoofdstuk toen definitief voorbij was. Want elke ex-verslaafde weet het: herval is als een slapende hond onder de trap. Het beest kan altijd wakker worden.
Dus heb ik één vraag voor de ondertekenaars. Wie is die wij precies?
Het loont de moeite om te kijken hoe klein de inzet eigenlijk is. Het gaat over reclame. Alleen over reclame. De verplichte boodschap onderaan een advertentie wordt 'Alcohol schaadt de gezondheid' in plaats van 'Alcoholmisbruik schaadt de gezondheid'.
Geen verbod of extra accijns, geen sluitingsuur. Er wordt niemand een glas bier afgenomen. De brouwers verdedigen dus niet het terras. Ze verdedigen wat ze in hun eigen advertenties over hun eigen product mogen beweren. Dat is hun goed recht. Maar noem het dan zo, en ga niet lamenteren over de aantasting van "wie we zijn".
Want als één zin onderaan een advertentie volstaat om ons sociale weefsel te doen scheuren, hoe dun is dat weefsel dan? Hebben we werkelijk een pint nodig om op een terras te zitten, of om onze grootmoeder gelukkige verjaardag te wensen? Het VAD, het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs, heeft daar een woord voor: normalisering. Alcohol is zo vanzelfsprekend geworden in het dagelijks leven dat we het niet meer los kunnen zien van de gezelligheid eromheen.
Natuurlijk veroordelen de brouwers misbruik met klem. Dat doen ze altijd, in een bijzin weliswaar. Ik zoek alleen nog naar de daad die erop volgt.
Eind 2024 reed een bekende Vlaming met 2,44 promille in het bloed en zonder gordel tegen een botsabsorbeerder aan de Kennedytunnel. Een wegwerker raakte gewond. Het land sprak er weken over, en het sprak over hem. Van de sector kwam geen advertentie over hoe permissief wij met alcohol in het verkeer omgaan en welke ravage dat aanricht in gezinnen.
Waar is de campagne over het verband tussen alcohol en partnergeweld? Over vechtpartijen in het nachtleven? Over grensoverschrijdend gedrag dat door drank in de hand wordt gewerkt?
De sector schaart zich achter BOB, en dat is oprecht iets waard, maar ook de BOB-campagne legt de verantwoordelijkheid bij de bestuurder en nooit bij wat er verkocht wordt, of bij hoe. Aan het verdienmodel mag niet getornd worden. De waarheid moet blijkbaar verbloemd worden, omdat de belangen van de alcoholindustrie zwaarder wegen dan de ontwrichting die alcohol aanricht.
Is dat wie wij zijn?
Ondertussen zijn de cijfers wat ze zijn. Bij ongeveer 11 procent van de verkeersongevallen in dit land is alcohol in het spel, en dat cijfer stond in 2023 op exact hetzelfde niveau als in 2014. Tien jaar sensibilisering, nul beweging. Tijdens weekendnachten loopt het aandeel ongevallen gelinkt aan alcohol of drugs op tot meer dan veertig procent, in delen van West-Vlaanderen nog hoger.
Is dat wie wij zijn?
En dan het tankstation, waar de sector zo graag over zwijgt. Ik ken geen andere winkel waar gekoelde blikjes bier op ooghoogte naast de kassa staan, met een promotie erbij, terwijl zowat elke klant daar per definitie met een voertuig staat.
De wetgever ziet dat probleem trouwens ook. Sinds juli 2024 mogen tankstations langs de snelweg tussen tien uur ’s avonds en zeven uur ’s ochtends geen alcohol meer verkopen. De logica is niet ingewikkeld: wie daar staat, is er met een voertuig gekomen. Alleen geldt die logica blijkbaar niet om halfzes op een dinsdag, en niet aan de gewestweg waarover het gros van dit land naar huis rijdt. Geen zorgen, onze frigo's zitten vol.
In de kliniek hoorde ik van lotgenoten hoeveel mensen dat tankstation nodig hebben. Het is infrastructuur voor alcoholisten. Op weg naar het werk. Op de terugweg. Even ontspannen na een drukke dag, of net voor die belangrijke vergadering, en dan weer de baan op.
Is dat wie wij zijn?
En dan het cijfer waar we niet omheen kunnen. Volgens het VAD had tweeëntwintig procent van de drinkende volwassenen in Vlaanderen ooit een problematisch alcoholgebruik. Dat zijn zowat 886.500 mensen.
Als ze een partij vormden, waren ze meteen de derde grootste van Vlaanderen, ruim voor Vooruit en CD&V. In 2021 stierven in Vlaanderen 2.064 mensen aan de gevolgen van alcohol. Dat is elk jaar een dorp dat van de kaart verdwijnt.
Is dat wie wij zijn?
De sector wil ons doen geloven dat de wereld uit twee groepen bestaat: mensen met een probleem, en al de rest. Ik heb tien weken in een kliniek gezeten met mensen die tot de dag voordien tot 'al de rest' behoorden, en die daar zaten, ontredderd en vaak hopeloos. Vluchtmisdrijf. Verplichte opname door het gerecht. Kinderen die niet meer belden. Een falende fysieke en psychische gezondheid.
En bijna allemaal vertelden ze hetzelfde over hoe moeilijk het is om in dit land van alcohol weg te blijven, omdat het overal is. Het wachtpintje in de frituur. Het tankstation onderweg. Echte mannen weten waarom, toch. En thuis is toch waar mijn Stella staat, tegenwoordig ook waar de barbecue brandt naast het zwembad en waar we vooral moeten 'leven'.
Er is nog iets. In oktober 2025 berichtte de krant De Tijd over de invloed van de alcohollobby op het Belgische gezondheidsbeleid: systematische druk op kabinetten, eigen onderzoek besteld bij een econoom zonder medische opleiding, en als eerste mikpunt precies die ene zin. Het koninklijk besluit sleept al jaren aan.
Deze advertentie is dus geen spontane noodkreet uit de brouwzaal. Wat hier bovenkomt, gebeurt al veel langer en met veel succes onder tafel.
En misschien gaat het uiteindelijk hierover: de Belg dronk in 2010 nog 10,3 liter pure alcohol per jaar. In 2022 was dat 7,8. Van de twaalf- tot achttienjarigen dronk tien jaar geleden 58 procent in het voorbije jaar alcohol. Vandaag is dat 43 procent. Ze beginnen later, ze drinken minder, en dronken worden is minder vaak het doel.
Dat is wat er verandert. Niet de slogan. De klant.
En hulde aan de sector: de brouwers hebben zelf een alcoholvrij aanbod ontwikkeld dat mijlenver verwijderd is van de paardenpis van vroeger. Voor veel mensen is dat een volwaardig en vooral veilig alternatief. (Zelf blijf ik er ver vandaan, want de smaak alleen al kan de hond onder de trap wakker maken.)
Het is een verstandige zet. Bier is cultuur, en er gaan veel jobs en investeringen mee gepaard. Maar een waarheidsgetrouwe waarschuwing omtoveren tot een aanslag op onze beschaving is misleidend. Het lijkt eerder de paniekreactie van een sector die een dalende curve leest en dan maar beslist dat het aan de betuttelende overheid ligt.
De brouwers vragen in hun open brief dat de overheid het onderscheid blijft maken tussen misbruik en verantwoord genieten. Dat is een redelijk verzoek. Maar maak dat onderscheid dan ook zelf.
Ik zat deze zomer trouwens ook vaak op dat terras. Met een mocktail. Mijn vrouw drinkt water, zoals altijd, en het is al jaren geleden dat een ober haar nog gevraagd heeft of ze er een roze of blauw rietje bij wil.
Dat is wie we zijn.