14/05/2026
Vandaag bij Dom Srca 10/05
Vandaag is het zover.
Onze rommelmarkt.
Om 8u15 kom ik aan… En
meneer staat er al.
Voor velen gewoon Bart.
Voor mij…
blijft dat gewoon meneer.
Te wachten.
“Eerst koffie,” zegt hij.
En eerlijk…
beter kan een dag niet beginnen.
Eén voor één komen onze vrijwilligers binnen.
Rustig.
Geen stress.
Nog niet.
We zetten alles buiten.
Tafels.
Kleding.
Spullen.
Alles krijgt zijn plaats.
De zon schijnt.
Niet te warm.
Niet te koud.
Alsof zelfs het weer vandaag mee beslist
dat dit een mooie dag mag worden.
En de opkomst?
Niet overdreven druk.
Niet te rustig.
Gewoon… juist goed.
Ik was eigenlijk helemaal niet van plan
om vandaag iets te schrijven.
Over de rommelmarkt.
Want eerlijk…
een evenement organiseren…
dat is chaos.
Rennen.
Van de ene kant naar de andere.
Vragen beantwoorden.
Dingen oplossen.
Tafels verschuiven.
Mensen helpen.
Geen tijd om stil te staan.
Liesbet staat in de winkel.
Zoals altijd.
Rustig.
Warm.
Ik spring even binnen
en zie hoe ze helemaal in haar rol zit.
De kinderen zoeken zwembroeken voor school.
Voor de zwemlessen.
En Liesbet zoekt mee.
Alsof het haar eigen kinderen zijn.
Dat soort dingen…
daar draait het om.
De kindjes uit de buurt…
die hebben ondertussen hun vaste plek gevonden.
De warme huiskamer.
Hun schoenen uit.
Spelen.
Lachen.
Leven.
En dan…
gebeurt er iets
waar je je niet op voorbereidt.
Iets
dat je volledig stil maakt.
Ik sta even buiten.
En zie de kinderen
met een volwassen man.
Ze roepen enthousiast:
“Dit is onze papa!”
En ze noemen mij gala…
zoals je “tante” zegt in het Pashto.
De man kijkt me aan.
“Leyla… ken je mij nog?”
Ik lach wat ongemakkelijk.
“Oei… je kent mijn naam blijkbaar via de kinderen?”
Hij glimlacht.
“Nee.”
“Mijn kinderen kwamen thuis vertellen
dat ze bij een lieve gala in een winkel zaten.”
“Ze zeiden: als je ons zoekt…
moet je niet alleen in het park kijken…”
“…maar ook bij de winkel.”
“Een lieve vrouw uit Bosnië.
Ze helpt veel mensen.”
“En toen vroeg ik…”
“Heet ze toevallig Leyla?”
“En de kinderen zeiden: ja!”
“Dus zei ik: neem me mee.”
Hij kijkt me aan.
“Leyla… ken je mij écht niet meer?”
En eerlijk…
ik probeer.
Maar in de voorbije zes jaar…
heb ik duizenden mensen ontmoet.
Van Duinkerke…
tot Brussel.
Van kampen…
tot kraakpanden.
Je kan niet iedereen onthouden.
Hoe graag je dat ook zou willen.
En dan begint hij namen te noemen.
Habib.
Abdullah.
En dan…
de naam van W.
Ik kijk hem aan.
Verbaasd.
En dan zegt hij:
“Leyla…”
“Ik sliep op straat.”
“In de tentjes.”
“In de kraakpanden.”
“Samen met al die jongens.”
“En jij kwam.”
“Met kleding.”
“Met eten.”
“Met hoop.”
Zijn ogen worden vochtig.
En dan zegt hij woorden
die ik nooit meer vergeet.
“Dankzij jou…”
“…hebben wij het geloof in de mensheid niet verloren.”
“Dankzij jou hadden we hoop.”
“Ik heb uiteindelijk papieren gekregen.”
“Ik werk.”
“En een jaar geleden…”
“…heb ik eindelijk mijn gezin naar hier kunnen brengen.”
Ik stond daar.
Geen woorden.
Echt geen woorden.
Omdat je op zo’n moment beseft…
je weet nooit
welk klein gebaar
voor iemand… alles geweest is.
En dan zegt hij:
“Leyla…”
“Op een dag wil ik
dat jij, samen met al je collega’s…”
“…bij ons thuis komt eten.”
“Dat zou mij zoveel plezier doen.”
“Om eindelijk iets terug te kunnen doen.”
En daar…
was de cirkel rond.
Van een tent.
Naar een thuis.
Van overleven…
naar leven.
Maar de dag…
was nog lang niet voorbij.
Om 18u…
staat alles weer binnen.
Alles opgeruimd.
Alles opgeborgen.
Mario, Amina en ik
zitten eindelijk even in de warme huiskamer.
Gewoon… bijkomen.
Even niets.
Of dat denken we toch.
Want dan…
wordt er geklopt.
G.
“Ben ik te laat?”
“Kom maar binnen,” zeg ik.
“Ik zoek eigenlijk alleen een jas…”
Maar zoals zo vaak…
blijft ze.
Gewoon gezellig mee zitten.
Er zijn nog hotdogs over.
Dus ik maak er een paar klaar.
Eentje om nu op te eten.
Eentje om mee te nemen.
Kleine dingen.
Grote betekenis.
Even later…
hard geklop op de deur.
Het is A.
Helemaal buiten adem.
In de war.
In rush.
Zoals altijd… maar vandaag nog meer.
“Leyla… ik heb een trui nodig…
ik heb een propere broek nodig…
ik heb het koud…”
Ze draagt een zijde kleedje.
En ik zie het meteen.
Bloedspatten.
“Wat is er gebeurd?”
“Ja… M heeft me weer in elkaar geslagen.”
En dan zegt ze…
“Maar deze keer ben ik echt weg.
Echt.”
“Ik moet weer aan mijn schouder geopereerd worden…”
“De vierde keer.”
En even wordt het stil.
Zelfs in alle chaos.
“Ik heb honger,” zegt ze.
Dus ook voor haar…
maak ik een hotdog klaar.
Maar zelfs tijdens het eten…
blijft ze opgejaagd.
Alles moet snel.
Alles tegelijk.
Altijd klaar om weer weg te lopen.
En dan…
staat er iemand voor de deur.
M.
Mario doet open.
En zegt rustig:
“Ze is hier niet.”
Maar A beslist om naar buiten te gaan.…
loopt gewoon achter hem aan.
Die spanning…
die voel je meteen.
En midden in dat alles…
zit G.
Rustig.
In de zetel.
Alsof er niets aan de hand is.
Ze laat Mario en Amina
wat dingen op haar gsm zien.
Heeft ze vandaag iets nodig?
Nee.
Geen jas.
Geen schoenen.
Geen rugzak.
Alleen…
geborgenheid.
Een babbeltje.
Een plek
waar ze even niet hoeft te vechten.
Om 21u…
kijk ik rond.
En zeg ik:
“Mannen… ik ben hier sinds 8u15 deze ochtend…”
“Ik zou nu echt graag naar huis willen.”
En zo…
sluiten we de avond af.
Moe.
Leeg.
En toch…
meer dan ooit gevuld.
❤️ Dank aan al onze vrijwilligers.
Aan iedereen die hielp sorteren, opbouwen, afbouwen, dragen, lachen, luisteren.
Dank aan iedereen die vandaag kwam steunen.
En dank aan het leven…
voor die ene papa…
die ons vandaag liet voelen
dat hoop soms echt wint.
Dom Srca.
Waar sommige mensen binnenkomen voor een jas…
maar blijven voor een thuis.
❤️Vandaag bij Dom Srca