13/05/2026
Alles wat belangrijk is, dat zie je niet. Je moet ernaar op zoek.
Morgen is het Hemelvaart. Een vreemd feest eigenlijk — we vieren een verdwijning. Een wolk neemt Jezus uit het zicht en de leerlingen blijven achter, omhoogkijkend naar een hemel die hen niets meer toont.
Dan klinkt de vraag van twee engelen, die mij elk jaar opnieuw raakt: “Mannen van Galilea, wat staan jullie naar de hemel te kijken?” (Handelingen 1:11)
Het is geen verwijt, het is een uitnodiging. Stop met staren naar de afwezigheid. Draai je om. Kijk naar elkaar. Wat verloren leek aan het oog, is daar gaan werken waar het écht telt — in handen, in adem, in zorg, in gemeenschap.
In het ziekenhuis zie ik dat dagelijks.
Een patiënt die zich aan zijn bed vasthoudt — wat ik zie is een hand. Wat ik niet zie, is de angst die daarin trilt, het leven dat erin meeklinkt, de liefde van wie hem ooit vasthielden.
Een collega die zwijgt in een vergadering — wat ik zie is stilte. Wat ik niet zie, is een vraag die nog geen woorden vond.
Een gezin dat afscheid neemt — wat ik zie zijn tranen. Wat ik niet zie, is alles wat tussen hen leefde, en blijft.
Saint-Exupéry schreef het al: “L’essentiel est invisible pour les yeux.” Vertrouwen, hoop, schaamte, dankbaarheid, zin — niets daarvan kun je vastpakken, en toch dragen ze ons hele bestaan.
Ethiek begint hier. Geestelijke verzorging begint hier. Zorg, échte zorg, begint daar waar wij ophouden te staren naar de wolk en beginnen te zoeken naar wat zich onder onze handen ontvouwt.
Het vraagt stilte, geduld, een vraag die ruimte laat, een blik die niet wegkijkt. Wat de oude tradities aandacht noemden — een vorm van liefde, eigenlijk.
Dus op deze Hemelvaartsdag: kijk niet alleen omhoog. Kijk verder dan wat je ziet. Luister voorbij wat gezegd wordt. Wat ertoe doet, ligt vaak een laag dieper — en vaak vlak naast je.
Je moet ernaar op zoek.
Caspar David Friedrich — Der Wanderer über dem Nebelmeer (1818, Kunsthalle Hamburg)