Stichting Harm Tiesing

Stichting Harm Tiesing Historisch genootschap voor de regio Borger. Stichting Harm Tiesing zorgt ervoor dat de historie van de voormalige gemeente Borger bewaard blijft.

Dat doen we door een zorgvuldig opgebouwd archief, diverse bijeenkomsten en evenementen, een betrokken bestuur en veel donateurs en sponsoren. Ook verschijnt er viermaal per jaar De Zwerfsteen, ons tijdschriift boordevol leuke en interessante historische artikelen en verhalen. Heb je een vraag, een oproep, een interessant artikel, een leuk verhaal of nog oude foto's? Laat het ons weten.

De oude veldnamen rond BorgerLang voordat er kaarten met strakke lijnen en kadastrale nummers bestonden, had ieder stukj...
24/08/2026

De oude veldnamen rond Borger

Lang voordat er kaarten met strakke lijnen en kadastrale nummers bestonden, had ieder stukje grond rond de Drentse esdorpen zijn eigen naam. Voor de invoering van het kadaster in 1832 kenden boeren hun land niet aan een nummer toe, maar aan een naam. Op de essen, in de groenlanden langs de beek, maar ook op kleine ontginningen in het veld en de heide had bijna elk perceel een eigen aanduiding. De naam is vaak net zo oud als wanneer het perceel is ontgonnen en noemen we tegenwoordig veldnamen.

Die namen waren veel meer dan alleen een herkenningspunt. Ze vertelden een verhaal over het landschap, over het gebruik van de grond en soms zelfs over de mensen die er werkten. In de vroege Middeleeuwen waren de eerste esdorpen kleine groene eilanden in een uitgestrekt en vaak ruig landschap. Een naam geven aan een stuk grond betekende toen ook: er een plek van maken, er rechten op laten gelden en duidelijk maken wie er gebruik van mocht maken.
In een boerenwereld waarin alles draaide om land, waren veldnamen onmisbaar. Ze hielpen bij het maken van afspraken: waar moest gemaaid worden, welk stuk land hoorde bij welke boerderij en waar liep de grens? Jonge boeren leerden de namen van de velden al vroeg. Een boerenzoon moest de omgeving uit zijn hoofd kennen en kon waarschijnlijk meer veldnamen rond Borger aanwijzen dan dat hij provincies op de kaart kon noemen.

De stukken grond waren vaak klein. De grootte werd niet altijd uitgedrukt in hectares, maar in oude maten zoals schatland, roe, mud, morgenland of dagwerk. Soms vertelde de maat hoeveel land iemand bezat, soms hoeveel arbeid erin ging zitten: de hoeveelheid die een boer op een dag kon ploegen of maaien.

Op de foto staan we in het veld 'de Daalkampen' en kijken we over de 'Witten' richting Borger. In de verte zien we de achterkant van de openbare lagere school, herkenbaar aan de lange schoorsteen, en daarboven nog net het puntje van de torenkerk. Het lijkt nu een rustig landschap, maar deze grond draagt eeuwen aan boerenarbeid met zich mee. Hier hebben generaties Borgerders geploegd, gezaaid, gehooid en geoogst. Ook de namen zelf vertellen iets over het landschap. Daalkampen verwijst waarschijnlijk naar lager gelegen stukken land: daal betekent dal of laagte. Witten verwijst vermoedelijk naar de lichte kleur van de grond: de bleke zandgronden van de Hondsrug. Zo had iedere veldnaam een betekenis.

Met het verdwijnen van het oude landbouwgebruik raakten veel veldnamen langzaam in de vergetelheid. Toch leven ze nog voort in oude verhalen, kaarten en herinneringen. Binnen Stichting Harm Tiesing is daarom een klein groepje mensen bezig om de veldnamen rond Borger opnieuw in kaart te brengen. Het doel is om deze namen en hun betekenissen later een plek te geven in ons historische magazine de Zwerfsteen, zodat ook toekomstige generaties kunnen lezen hoe het landschap vroeger werd beleefd.

Kent u nog een oude veldnaam rond Borger, of weet u waar een naam vandaan komt? Dan horen we dat graag.

En heb je meer interesse in dit soort verhalen? Word dan donateur van Stichting Harm Tiesing en ontvang het historisch tijdschrift de Zwerfsteen. Aanmelden kan via: https://stichtingharmtiesing.nl/aanmelden-als-donateur/

Melkboer Everts, jarenlang een begrip in BorgerIn 1927 begon Hendrik Everts, getrouwd met Aaltina Hoving uit Bronneger, ...
21/08/2026

Melkboer Everts, jarenlang een begrip in Borger

In 1927 begon Hendrik Everts, getrouwd met Aaltina Hoving uit Bronneger, met een melkrit in Borger. Hendrik en Aaltina kregen vijf kinderen, twee dochters en drie zonen, onder wie Albert en Geert. In de jaren vijftig verhuisde het gezin naar Borger en ging wonen op de hoek van de Hunebedstraat en de Ambachtsstraat. Daar hadden ze niet alleen een melkwinkeltje, maar ook een paardenstal, want jarenlang bediende Everts zijn klanten met paard en wagen. In 1960 nam zoon Geert de zaak van zijn vader over. Hij begon met vijf gulden op zak en een schuld van 6.000 gulden. Zijn broer Albert volgde een technische opleiding aan de ambachtsschool in Emmen. Na zijn diensttijd ging hij aan het werk bij kabelleggersbedrijf Osinga uit Gasselternijveen en ontmoette toen ook zijn toekomstige vrouw, Jannie Huizinga. Het werk bij Osinga bracht met zich mee dat Albert regelmatig elders in de kost moest en daar kon Jannie maar moeilijk aan wennen. Daarom ging Albert uiteindelijk in dienst bij zijn broer Geert. In 1964 opende Geert samen met zijn vrouw Marry een nieuwe winkel aan de Grote Brink in Borger. Albert en zijn gezin verhuisden naar de Harm Tiesingstraat, waar hun kinderen Henk, Martin, Bert en Anita opgroeiden.

De familie Everts werd in die jaren steeds meer een vertrouwd onderdeel van het dagelijks leven in Borger. Een mooie herinnering uit die tijd is die van meester Van Oosten, die in de winter tegen de kinderen op school zei: โ€žMorgen een kopje meenemen naar de schaatswedstrijden, want dan krijgen jullie chocolademelk van de familie Everts.โ€ Geert had aanvankelijk het plan om een zelfbedieningsmelkzaak te beginnen, maar zag uiteindelijk meer mogelijkheden in een supermarkt. Tegelijkertijd bleef hij met een bestelbus melkritten verzorgen en ging Albert met zijn Cock-melkkar de routes door Borger rijden. De tijd veranderde en de familie Everts veranderde mee. Er kwam een zelfbedieningswagen en naast melk en andere zuivelproducten werden steeds meer levensmiddelen aan huis bezorgd. Zo groeide de melkboer langzaam uit tot een rijdende winkel.

In 1984 nam Albert de rijdende winkel van zijn broer Geert over. Geert had zich inmiddels meer toegelegd op het vastgoed en verhuisde samen met Marry naar de Dalkampen. De winkel aan de Grote Brink werd verhuurd en kreeg in de loop der jaren verschillende namen, waaronder Dagmarkt, Edah en Konmar, later Boni en tegenwoordig Nettorama. Voor Albert brak daarmee een nieuwe periode aan. Zes dagen per week ging hij op pad om zijn klanten te bedienen. Dat werk was niet altijd gemakkelijk. Regen, sneeuw, gladde wegen en besneeuwde stoepen maakten het bezorgen soms tot een flinke uitdaging, maar Albert zette door. Zijn klanten wisten dat hij kwam en konden op hem rekenen. In januari 1991 maakte Albert zijn laatste rit. Zijn afscheid werd een bijzonder moment, want hij werd door zijn klanten overladen met cadeaus. Het was een mooi blijk van waardering voor de vele jaren waarin hij bij mensen aan de deur kwam en voor velen een vertrouwd gezicht was geworden. Van stilzitten na zijn pensionering was echter geen sprake. Albert had verschillende hobbyโ€™s, was actief als klusvader op de Grollemanschool en zette zich in voor de speeltuinvereniging Oosteres.

Beide broers waren jarenlang een vertrouwd gezicht in Borger en zijn inmiddels overleden, maar blijven in onze herinnering als de melkboer aan de deur en als onderdeel van het dagelijks leven van veel Borgerders.

Het verdwenen BuinerholtVan het Buinerholt is tegenwoordig niets meer terug te vinden, maar ooit lag bij Buinen een van ...
17/08/2026

Het verdwenen Buinerholt

Van het Buinerholt is tegenwoordig niets meer terug te vinden, maar ooit lag bij Buinen een van de grootste bossen van Drenthe. Eeuwen van ontginning maakten er geleidelijk een einde aan. Tegen het einde van de negentiende eeuw resteerde nog slechts een klein stuk hakhout met enkele zware, half vermolmde eiken, omgeven door jong opschot en hoog opgeschoten varens. Ook dat laatste overblijfsel is inmiddels verdwenen. Juist in die laatste jaren werd het Buinerholt nog beschreven. In 1897 schreef een correspondent uit Drenthe in De Telegraaf over het bos als een bijzonder overblijfsel van het voormalige natuurwoud op de Hondsrug. Daarbij tekende hij ook een verhaal op dat in Borger al generaties lang werd doorverteld.

Volgens de overlevering speelde het Buinerholt een belangrijke rol tijdens het Rampjaar 1672. In dat jaar trokken de troepen van de bisschop van Mรผnster, Christoph Bernhard van Galen โ€“ in Drenthe bekend als Berendje van Galen en elders vooral als Bommen Berend โ€“ plunderend door het noorden van de Republiek. Toen het bericht Borger bereikte dat de Munsterse soldaten ook het dorp zouden aandoen, besloten de inwoners geen risico te nemen. Eerst brachten de bewoners de ouderen, vrouwen en kinderen onder in het kreupelhout van de zogenoemde Marslanden. Daarna trok de gehele bevolking naar het Buinerholt, waar men zich verscholen hield. Volgens de overlevering verbleven de vluchtelingen daar drie dagen en drie nachten.
Maar niet iedereen verliet het dorp. Schulte Harm Wanders bleef met enkele moedige mannen achter om Borger te bewaken. De schulte was niet alleen bestuurder, maar ook een van de voornaamste boeren van het dorp. Hij bezat ongeveer drieรซntwintig hectare bouwland en exploiteerde bovendien een aanzienlijke bierbrouwerij. Een van zijn helpers was boer Derks. Hij reed voortdurend te paard tussen Borger en het Buinerholt om poolshoogte te nemen en de vluchtelingen op de hoogte te houden van de situatie in het dorp. Uiteindelijk bleek dat de gevreesde troepen Borger niet zouden bereiken. Berendje van Galen koos via Coevorden en Assen een andere route richting Groningen.

Het Buinerholt gaf echter nog een ander geheim prijs. Harm Tiesing vermeldt dat op 29 januari 1887 keiendelvers er een opmerkelijke schat vonden: eenenvijftig gouden en vierentwintig zilveren munten. De munten stamden uit de tijd van keizer Karel V. Slechts รฉรฉn exemplaar droeg nog duidelijk het jaartal 1563; de meeste munten waren door slijtage onleesbaar geworden, al waren afbeeldingen nog goed herkenbaar. Wie de schat heeft begraven, is nooit opgehelderd. Mogelijk werd zij in de eerder genoemde onrustige periode verborgen, in de hoop haar later weer op te halen. Dat gebeurde kennelijk nooit.

Meer interesse in dit soort verhalen? Word dan donateur van Stichting Harm Tiesing en help ons deze verhalen en geschiedenis levend te houden. Aanmelden kan via: https://stichtingharmtiesing.nl/aanmelden-als-donateur/

Terwijl we dit verhaaltje schrijven, vallen vanwege de hitte de mussen uit de dakgoot. In de winter van 1985 was dat wel...
14/08/2026

Terwijl we dit verhaaltje schrijven, vallen vanwege de hitte de mussen uit de dakgoot. In de winter van 1985 was dat wel anders. Op 21 februari van dat jaar werd de Elfstedentocht verreden, waarbij onze ijsvereniging De Elsegge en de Ondernemersvereniging Borger een kleine, maar mooie rol vervulden. Een aantal toerrijders uit Borger wilde deze legendarische tocht ook meemaken. Op zich natuurlijk geen bijzonder feit, ware het niet dat zij in eerste instantie allemaal maar รฉรฉn doel voor ogen hadden: โ€˜Op naar Witmarsum!โ€™ Witmarsum is een klein plaatsje in de buurt van Harlingen, ongeveer halverwege de Elfstedenroute. Juist daar had de Borgerder Ondernemersvereniging een verzorgingspost ingericht. Voorzien van een spandoek met in grote letters โ€˜BORGERโ€™ werd de post de hele dag bemand door Piet Smeenge, Bertus Geerts, Bouwe Schiere en Frรฉ Wichertjes. Ook Jans Polling was de hele dag in Witmarsum aanwezig, in zijn hoedanigheid als verslaggever van Radio Noord. Via de radio hield Jans het thuisfront op de hoogte van de prestaties van de Borgerder schaatsers. Dat was geen overbodige luxe, want terwijl de schaatsers hun kilometers maakten en hun uiterste best deden om de tocht te volbrengen, zat in Borger een enigszins ongerust thuisfront aan de radio gekluisterd. Wanneer zou er weer nieuws uit Witmarsum komen? Wie had het gehaald, wie was nog onderweg en vooral: zouden de Borgerder schaatsers Leeuwarden bereiken? Een bericht van Jans over een bekende die een bepaald punt had bereikt, kon thuis dan ook voor de nodige opluchting zorgen. Maar niet alleen de verzorgingspost, ook het vervoer van en naar Leeuwarden werd door de Ondernemersvereniging uitstekend geregeld. Een groot gedeelte van de toerschaatsers werd, net als de professionals, per touringcar naar Leeuwarden gebracht. Een kleiner groepje van vijf man, bij wie de onrust wellicht wat groter was, werd in het holst van de nacht door aannemer Piet Smeenge naar Groningen gebracht, vanwaar zij per trein verder reisden. Het sympathieke gebaar van de ondernemers, gecombineerd met de meegebrachte bouillon, een flinke voorraad Marsen, gevulde koeken en mandarijnen, gaf menig schaatser onderweg net dat extra zetje om door te gaan en uiteindelijk de finish in Leeuwarden te bereiken. Daar stond supermarktgigant Bertus Geerts klaar met schone kleren, zodat iedereen zich kon omkleden en weer fris en voldaan aan de terugreis naar Borger kon beginnen. Henk Pott, voorzitter van De Elsegge, zou later (zie foto) elf leden huldigen voor het behalen van het Elfstedenkruisje. Het ging om J.H. Dijk, M.R. Reitsema, G. Smeenge, B. v.d. Wit, B. Boekholt, L. Schuringa, H. Bleuming, H. Schepers, L. Wolf, H. Bloemsma en L. Hingstman. Zo had Borger tijdens de legendarische Elfstedentocht van 1985 een bescheiden, maar mooie rol. Niet alleen op het ijs, maar ook langs de route.

Bedankt sponsoren!Dankzij de steun van onze donateurs en sponsoren kan Stichting Harm Tiesing zich blijven inzetten voor...
12/08/2026

Bedankt sponsoren!

Dankzij de steun van onze donateurs en sponsoren kan Stichting Harm Tiesing zich blijven inzetten voor het behoud en de toegankelijkheid van de geschiedenis van de regio Borger. Met hun bijdrage maken zij het mogelijk om tal van activiteiten te organiseren en waardevol historisch erfgoed voor huidige en toekomstige generaties te bewaren.

Zo beheren en onderhouden wij ons historisch archief, organiseren wij jaarlijks de Harm Tiesingdag en het Harms Historisch Cafรฉ, beantwoorden wij vragen van mensen die meer willen weten over de geschiedenis van hun familie, woning of omgeving en geven wij vier keer per jaar ons historisch magazine De Zwerfsteen uit.

De afgebeelde logo's vormen een selectie van onze sponsoren: bedrijven en organisaties met een warm hart voor de geschiedenis van Borger, die met hun steun een onmisbare bijdrage leveren aan ons werk. Een volgende keer zetten wij graag andere sponsoren in het zonnetje. Wij zijn al onze sponsoren zeer dankbaar voor hun waardevolle steun.

๐——๐—ฒ ๐—น๐—ผ๐˜€๐—ฝ๐—น๐—ฎ๐—ฎ๐˜๐˜€: ๐—ฒ๐—ฒ๐—ป๐˜€ ๐—ต๐—ฒ๐˜ ๐—บ๐—ถ๐—ฑ๐—ฑ๐—ฒ๐—น๐—ฝ๐˜‚๐—ป๐˜ ๐˜ƒ๐—ฎ๐—ป ๐—ฏ๐—ฒ๐—ฑ๐—ฟ๐—ถ๐—ท๐˜ƒ๐—ถ๐—ด๐—ต๐—ฒ๐—ถ๐—ฑIn veel Drentse dorpen waar een kanaal doorheen of langs liep, bevond...
10/08/2026

๐——๐—ฒ ๐—น๐—ผ๐˜€๐—ฝ๐—น๐—ฎ๐—ฎ๐˜๐˜€: ๐—ฒ๐—ฒ๐—ป๐˜€ ๐—ต๐—ฒ๐˜ ๐—บ๐—ถ๐—ฑ๐—ฑ๐—ฒ๐—น๐—ฝ๐˜‚๐—ป๐˜ ๐˜ƒ๐—ฎ๐—ป ๐—ฏ๐—ฒ๐—ฑ๐—ฟ๐—ถ๐—ท๐˜ƒ๐—ถ๐—ด๐—ต๐—ฒ๐—ถ๐—ฑ

In veel Drentse dorpen waar een kanaal doorheen of langs liep, bevond zich vroeger een aanlegplaats waar schepen konden laden en lossen. In Westdorp stond deze bekend als de losplaats.
In verschillende dorpen is zo'n losplaats nog altijd aanwezig, al wordt deze niet meer gebruikt en is hij soms nauwelijks nog terug te vinden. Dat komt doordat op veel van de voormalige vaarwegen geen scheepvaart meer plaatsvindt. Toen de kanalen nog volop werden bevaren, vormde de losplaats een belangrijk knooppunt in het dorp. Vooral in bepaalde perioden van het jaar heerste er een levendige bedrijvigheid.

In het voorjaar en vaak ook in het najaar werd kunstmest aangevoerd. In de nazomer en herfst kwamen schepen om aardappelen en suikerbieten te laden, bestemd voor de fabrieken waar deze producten werden verwerkt. Rond de losplaats was het dan een drukte van belang. Lag er bijvoorbeeld een schip met kunstmest aan de wal, dan kwamen boeren met paard en wagen hun bestelde partij ophalen. Meestal was de kunstmest vooraf besteld via de plaatselijke coรถperatieve landbouwvereniging.
In het najaar werden soms dagenlang aardappelen naar de losplaats gebracht om te worden verscheept. Dat gebeurde hoofdzakelijk met zogenaamde wipkarren, die voor dit vervoer waren voorzien van opzetplanken zodat er meer aardappelen in de laadbak pasten.

Om een schip zo snel mogelijk vol te krijgen, hielpen de boeren elkaar vaak bij het vervoer van de aardappelen van het land naar de losplaats. Zodra bekend was wanneer het schip werd verwacht, begon men soms al met het aanleggen van een voorraad bij de aanlegsteiger. Zodra de schipper arriveerde, kwam ook de aanvoer vanaf het land goed op gang.
Op het land waren enkele personen voortdurend bezig de aardappelen te zeven en met manden op de karren te laden. Zodra een kar vol was, werd deze vervangen door een lege. De menner bracht de volle kar zelf naar de losplaats of droeg deze halverwege over aan een andere menner, die met paard en wagen het laatste deel van de route naar het schip aflegde.
Soms werd zelfs met twee karren achter elkaar gereden. Dat betekende dat er op het land gelijktijdig twee karren moesten worden gevuld. Hoe het transport ook werd georganiseerd, het doel was steeds hetzelfde: het schip of de praam โ€“ een platboomd vaartuig โ€“ zo snel mogelijk laden. Ook de schippers hadden daar belang bij, want hoe sneller het laden verliep, hoe eerder zij met een volle vracht koers konden zetten naar de fabriek.
Bij het laden werden de volle kipkarren over stevige, brede planken boven het ruim gereden en vervolgens leeggekiept. Dat vereiste de nodige voorzichtigheid om ongelukken of schade te voorkomen.

Lang niet iedere boer had voldoende aardappelen om een heel schip of een praam te vullen. In dat geval werden de partijen van meerdere telers in hetzelfde schip geladen, uiteraard zorgvuldig van elkaar gescheiden. Iedere teler moest immers betaald worden voor zijn eigen oogst.
Daarom werd elke partij afzonderlijk bemonsterd, onder meer om het zetmeelgehalte vast te stellen. Op basis daarvan werd de uiteindelijke waarde van de geleverde aardappelen bepaald.
Naast aardappelen, suikerbieten en kunstmest werden via de losplaats ook tal van andere producten aan- en afgevoerd, zoals zand, grind, turf, riet en stropakken. Al met al vormde de losplaats jarenlang een onmisbare schakel in het dagelijks leven van het dorp. Samen met de bedrijvigheid op het kanaal was het een plek waar handel, landbouw en vervoer samenkwamen.

๐——๐—ฒ ๐˜๐—ฒ๐—น๐—ฒ๐—ณ๐—ผ๐—ผ๐—ป๐—ฐ๐—ฒ๐—ป๐˜๐—ฟ๐—ฎ๐—น๐—ฒ ๐—ถ๐—ป ๐—ฑ๐—ฒ ๐˜ƒ๐—ผ๐—ผ๐—ฟ๐—บ๐—ฎ๐—น๐—ถ๐—ด๐—ฒ ๐—ด๐—ฒ๐—บ๐—ฒ๐—ฒ๐—ป๐˜๐—ฒ ๐—•๐—ผ๐—ฟ๐—ด๐—ฒ๐—ฟAl in 1897 werd gesproken over een telefoonverbinding tussen Nieuw-B...
07/08/2026

๐——๐—ฒ ๐˜๐—ฒ๐—น๐—ฒ๐—ณ๐—ผ๐—ผ๐—ป๐—ฐ๐—ฒ๐—ป๐˜๐—ฟ๐—ฎ๐—น๐—ฒ ๐—ถ๐—ป ๐—ฑ๐—ฒ ๐˜ƒ๐—ผ๐—ผ๐—ฟ๐—บ๐—ฎ๐—น๐—ถ๐—ด๐—ฒ ๐—ด๐—ฒ๐—บ๐—ฒ๐—ฒ๐—ป๐˜๐—ฒ ๐—•๐—ผ๐—ฟ๐—ด๐—ฒ๐—ฟ
Al in 1897 werd gesproken over een telefoonverbinding tussen Nieuw-Buinen en Stadskanaal. Vanuit de gemeenteraad kwamen bovendien voorstellen om een telefoonnet voor de gehele gemeente aan te leggen. Daarvoor zouden telefoon kantoren worden ingericht in Stadskanaal, Nieuw-Buinen, Buinerveen en Borger, en mogelijk ook in Buinen.
In maart 1900 ontving de gemeente bericht dat de Technische Dienst van de Posterijen en Telegrafie spoedig zou beginnen met het aanleggen van een elektrische telefoonleiding. Deze liep langs het Dwarsdiep in Nieuw-Buinen, vervolgens langs de Noorder Hoofdvaart vanaf het Dwarsdiep tot aan de Kerklaan en vanaf de Zuider Hoofdvaart via Buinen naar Borger. Elk telefoonkantoor kreeg een eigen verzorgingsgebied.

๐——๐—ฒ ๐—ฒ๐—ฒ๐—ฟ๐˜€๐˜๐—ฒ ๐˜๐—ฒ๐—น๐—ฒ๐—ณ๐—ผ๐—ผ๐—ป๐—ฐ๐—ฒ๐—ป๐˜๐—ฟ๐—ฎ๐—น๐—ฒ๐˜€
De eerste telefoontoestellen bestonden uit een houten kastje met een slinger. Door aan de slinger te draaien wekte de abonnee stroom op, waardoor op het telefoonkantoor een bel ging rinkelen. Tegelijkertijd viel bij het nummer van de abonnee een klepje naar beneden, zodat de telefoniste kon zien wie verbinding wenste. De telefonist zat achter een schakelbord met een groot aantal ronde aansluitingen, de zogenoemde klinken, met daarboven de nummers van de abonnees. Zodra een oproep binnenkwam, werd een stekker in de aansluiting van de beller gestoken. Via een schakelaar vroeg de telefonist met wie verbinding gewenst was. Vervolgens werd een tweede stekker verbonden met de aansluiting van de gewenste abonnee.
Was de aangevraagde abonnee al in gesprek, dan hoorde de telefonist een tikkend geluid en kreeg de beller te horen: "In gesprek." Was de lijn vrij, dan liet de telefonist de bel van het toestel van de opgebelde abonnee rinkelen. Zodra de verbinding tot stand was gebracht, werd de schakelaar omgezet zodat het gesprek niet langer hoorbaar was voor de telefonist.
Volgens boze tongen werd die schakelaar weleens niet omgezet, waardoor de telefonist meer hoorde dan eigenlijk de bedoeling was. In de beginjaren moest de telefonist echter wel kort meeluisteren om vast te stellen wanneer het gesprek was beรซindigd.
Na enkele jaren werden de klepjes vervangen door controlelampjes. Tijdens een gesprek brandde het lampje niet; zodra het gesprek was afgelopen, ging het weer branden. Dat maakte het werk een stuk eenvoudiger.

๐—š๐—ฒ๐˜€๐—ฝ๐—ฟ๐—ฒ๐—ธ๐—ธ๐—ฒ๐—ป ๐—ฟ๐—ฒ๐—ด๐—ถ๐˜€๐˜๐—ฟ๐—ฒ๐—ฟ๐—ฒ๐—ป
Naast het tot stand brengen van verbindingen moesten de telefonisten ook nauwkeurig de gespreksduur registreren. De begin- en eindtijd werden op een briefje genoteerd. Deze gegevens gingen naar de afdeling Tico (Telefoon Incasso) van de PTT, waar de telefoonkosten werden berekend en de rekening werd opgesteld.
Later werd hiervoor een stempelapparaat gebruikt dat was gekoppeld aan een uurwerk: de zogenoemde calculagraaf. Door een hendel over te halen werd automatisch de begintijd op het formulier gestempeld; met een tweede hendel werd na afloop de eindtijd vastgelegd.

๐—ฉ๐—ฎ๐—ป ๐—ต๐—ฎ๐—ป๐—ฑ๐—บ๐—ฎ๐˜๐—ถ๐—ด ๐—ป๐—ฎ๐—ฎ๐—ฟ ๐—ฎ๐˜‚๐˜๐—ผ๐—บ๐—ฎ๐˜๐—ถ๐˜€๐—ฐ๐—ต ๐—ฏ๐—ฒ๐—น๐—น๐—ฒ๐—ป
Aanvankelijk kon alleen lokaal worden gebeld. Later werden kleinere plaatsen verbonden met grotere telefooncentrales. Wilde iemand een familielid in een ander deel van Nederland bellen, dan moest de telefonist vaak een ingewikkelde reeks verbindingen maken.
In 1937 werd het Nederlandse telefoonnet overzichtelijker ingedeeld door het land te verdelen in 22 telefoondistricten. Na verloop van tijd werd het bellen binnen een district geautomatiseerd. Voor gesprekken tussen verschillende districten bleef de telefonist voorlopig nog nodig.
In 1958 werd ook het telefoonverkeer vanuit de plaatsen in de gemeente Borger geautomatiseerd. Vanaf 1962 was heel Nederland aangesloten op het automatische telefoonnetwerk. Daarmee kwam een einde aan het werk van de telefonist bij de plaatselijke telefooncentrales. Het beroep bleef nog wel bestaan bij grote bedrijven, waar telefonisten inkomende gesprekken doorverbonden naar de juiste afdeling.

๐—›๐—ฒ๐—ป๐—ป๐—ถ๐—ฒ ๐—ช๐—ถ๐—ฒ๐—ฟ๐—ถ๐—ป๐—ด
In Borger bediende Hennie Wiering ongeveer tien jaar lang de telefooncentrale. Hennie is de moeder van onze sponsor Anton Zwart van Hotel Restaurant Eeserhof in Ees.
Zij begon in 1948 als hulpkracht op het postkantoor in Borger. Aanvankelijk werkte zij vier uur per dag, maar haar werktijden werden al snel uitgebreid. Later werd zij schrijver eerste klasse en loketbediende. Het grootste deel van haar werkzaamheden bestond echter uit het bedienen van de telefooncentrale.
Voordat iemand de telefooncentrale mocht bedienen, moest hij of zij op het hoofdpostkantoor in Stadskanaal worden beรซdigd. Daarbij werd beloofd vertrouwelijk om te gaan met alles wat tijdens het werk werd gehoord.
Het postkantoor was destijds gevestigd aan de Hoofdstraat, tegenover het voormalige wegenbouwbedrijf Van der Schoot. Het gebouw deed later jarenlang dienst als notariskantoor van G. Grutterink. Eind jaren zeventig werd het gesloopt. Op deze locatie is tegenwoordig Remix gevestigd.
Collega's van Hennie waren Corrie Weggen uit Odoorn, Hennie Rosing, Tinie Rosing en Tinie Wiering uit Borger.

๐—•๐—ฒ๐—น๐—น๐—ฒ๐—ป ๐˜ƒ๐—ถ๐—ฎ ๐—ต๐—ฒ๐˜ ๐—ฝ๐—ผ๐˜€๐˜๐—ธ๐—ฎ๐—ป๐˜๐—ผ๐—ผ๐—ฟ
Veel inwoners en vakantiegangers beschikten in die tijd nog niet over een eigen telefoon. Tijdens de openingstijden konden zij daarom gebruikmaken van de openbare telefoon die in de wachtruimte van het postkantoor stond.
De telefooncentrale was dagelijks in bedrijf van acht uur 's morgens tot negen uur 's avonds. Er werd gewerkt in ploegendiensten. Soms was รฉรฉn telefonist aanwezig, maar tijdens drukke uren werkten er vaak twee tegelijk om alle gesprekken af te handelen.

Zaodbulten zetten in Drouwen. Op deze foto is te zien hoe Geert Hebels uit Drouwen als "zaodbultzetter" aan het werk is....
03/08/2026

Zaodbulten zetten in Drouwen.

Op deze foto is te zien hoe Geert Hebels uit Drouwen als "zaodbultzetter" aan het werk is. Zaodbulten, ook wel korenmijten genoemd, dienden vroeger om het geoogste, maar nog niet gedorste graan tijdelijk en veilig op te slaan op het land. Het graan (meestal rogge) werd na het maaien eerst in โ€˜hokkenโ€™ op het land te drogen gezet en daarna opgebouwd tot een ronde bult op de akkers (es). De bulten beschermden graansculpturen tegen weersinvloeden totdat een mobiele dorsmachine langskwam om het kaf van de koren te scheiden. Vroeger sloeg men alles op in de boerderij, maar door grotere oogsten paste dit niet meer in de schuren.

Op de voorgrond staat een voerbak met daarin een bezem. Het roggezaad dat op de bodem van de boerenwagen was gevallen, werd in de bak geveegd. In de "weier" of wanmolen (historische landbouwmachine) schoongemaakt en gingen vervolgens mee met de rest van de rogge om gemalen te worden.
De foto is genomen rond 1948 op een perceel land bij de boerderij van de familie Hebels aan de Lemenweg 2 . Vanaf links op de foto zien we: Bertus Oosting, Trui Hebels โ€“ Oosting, Roel Everts, en Geert Hebels als "zaodbultzetter".

De Boerenwagen is voorzien, van "twievelaars", dat zijn wielen die niet erg breed zijn, maar ook niet erg smal. De ladder die gebruikt werd om van de bult af te komen ligt op de grond.

Sommige liefdes lijken voorbestemd, ook in de natuur.Op de website van RTV Drenthe lazen we het verhaal over de indrukwe...
31/07/2026

Sommige liefdes lijken voorbestemd, ook in de natuur.

Op de website van RTV Drenthe lazen we het verhaal over de indrukwekkende beukenboom naast hunebed D21 bij Bronneger. Tijdens de laatste storm brak een van zijn dikste takken af. Een verdrietig gezicht, want deze eeuwenoude beuk is in de loop van de tijd letterlijk vergroeid met het hunebed. Het lijkt alsof de boom de zware deksteen liefdevol ondersteunt, alsof beiden al eeuwenlang een onafscheidelijk paar vormen.

Volgens het verhaal is de beuk een heilige boom. Hij groeide op eigen houtje (om de woordspeling niet te laten liggen) naast het hunebed, terwijl je bij hunebedden meestal juist eiken aantreft. Voor de Germanen waren zowel de eik als de beuk heilige bomen. De eik werd vaak met kracht en bescherming geassocieerd en staat dan ook regelmatig bij een hunebed, maar deze beuk kreeg door zijn bijzondere plek een bijna mythische betekenis. Boom en hunebed werden samen een geliefde plek voor verliefde stellen. Volgens de overlevering was dit dรฉ plaats om een liefde te bezegelen. Generaties geliefden kerfden hun namen in de stam, waardoor de boom met de jaren steeds karakteristieker werd. Zelfs in de afgebroken tak zijn die oude liefdesverklaringen nog altijd terug te vinden. Hunebedden vormden overigens wel vaker het decor voor liefdevolle momenten. Op de foto zien we Marchien Oudman, samen met familie en vrienden, poseren bij het hunebed aan de Hunebedstraat, voordat zij afreisde naar Katwijk om daar met Nico te trouwen.

De meeste stukken van de afgebroken tak zijn inmiddels opgeruimd. Een deel krijgt een mooie bestemming in het Hunebedcentrum in Borger, zodat het verhaal van deze bijzondere boom bewaard blijft. Zelf konden wij de verleiding niet weerstaan en namen ook een paar kleinere stukken hout mee. Als je goed kijkt, zie je daarin zelfs nog een naam terug.

Wie denkt dat dit een uniek liefdesverhaal is, moet eens naar de noordrand van de Boswachterij Odoorn gaan, vlak bij Poolshoogte. Daar zijn een beuk en een eik in de loop der jaren met elkaar vergroeid. Twee verschillende bomen โ€“ een eik en een beuk โ€“ die elkaar hebben gevonden en niet meer loslaten.

Een foto uit de jaren zeventig met de mannen van de Wedeka, het Werkvoorzieningschap De Kanaalstreek. Het kantoor van de...
27/07/2026

Een foto uit de jaren zeventig met de mannen van de Wedeka, het Werkvoorzieningschap De Kanaalstreek. Het kantoor van de Wedeka stond aan de Bloemdijk, waar nu BESA is gevestigd, maar ze waren vooral te vinden in de bermen en plantsoentjes in onze gemeente. Je wist dat ze er waren als er een groene schaftkeet een tijdje in de buurt kwam te staan.
Veel mensen zullen zich Boelie ? (3e van rechts) nog wel herinneren, de flamboyante en opvallende medewerker die ook belangrijk was voor de catering. Zo werd er regelmatig soep opgehaald voor tussen de middag en โ€™s middags was er een lekker kop thee. Als de eerste regendruppels uit de lucht vielen, waren ze ook snel in de keet, want natregenen hoefde niet. En links staat Albert Oudman, die eerder bij zijn vader op de boerderij aan de Ambachtsstraat werkte. De voorman kwam eens bij zijn zuster informeren of het mogelijk was dat Albert wat minder hard ging werken dan het tempo dat vroeger normaal was op een boerderij. Zijn collegaโ€™s konden het namelijk niet bijbenen.
Zo af en toe ging het hele gezelschap met de bus op reis met onbekende bestemming. Omdat enkele mannen daar toch wat slapeloze nachten van kregen, werd verteld dat ze op โ€˜onbekende bestemmingโ€™ naar Valkenburg gingen.

Hoe heten trouwens de andere mannen?

Adres

Weerdingerstraat 215
Emmen
7811CA

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Stichting Harm Tiesing nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Organisatie

Stuur een bericht naar Stichting Harm Tiesing:

Snelkoppelingen

Delen