Historische Kring Bussum

Historische Kring Bussum Het doel van de vereniging is de bevordering van de kennis van en de belangstelling voor de geschiedenis van Bussum en omgeving.

Het doel van de vereniging is de bevordering van de kennis van en de belangstelling voor de geschiedenis van Bussum en omgeving, en zich in te zetten voor het belang en het behoud van het cultureel en historisch erfgoed aldaar. De Kring wil dit bereiken door het organiseren van lezingen, excursies en tentoonstellingen en het uitgeven van een eigen tijdschrift, het Bussums Historisch Tijdschrift da

t twee of drie maal per jaar verschijnt. Specifieke informatie voor de leden wordt in het KringNieuws vermeld en verschijnt wanneer dat aan de orde is. De vereniging beschikt in het documentatiecentrum over een grote collectie documenten en foto’s. Naast deze algemene activiteiten kunnen leden individueel of samen met andere leden onderzoek doen danwel zich aansluiten bij een bestaande werkgroep of door zelf een werkgroep te beginnen. De Historische Kring Bussum is per 1 januari 2011 aangemerkt als ANBI (algemeen nut beogende instelling). De vereniging wordt geheel geleid door vrijwilligers en mag als ANBI fiscaal aftrekbare giften, lijfrente, schenkingen en legaten ontvangen. Contributies, subsidies en bijdragen van sponsors en particuliere giften zijn noodzakelijk om ons werk in overeenstemming met onze doelstellingen te kunnen uitvoeren.

ACHTTIENDE-EEUWSE PRENTEN VAN DE KAPEL IN IN IN BUSSUM Drie tekeningen, een gravure en een schilderijDoor Eric BorDankzi...
19/06/2026

ACHTTIENDE-EEUWSE PRENTEN VAN DE KAPEL IN IN IN BUSSUM
Drie tekeningen, een gravure en een schilderij

Door Eric Bor

Dankzij rondreizende tekenaars hebben we een nauwkeurig beeld van hoe Nederland eruit zag in de achttiende eeuw. Te voet, met een koets of met de trekschuit trokken ze door het hele land om kerken, stadspoorten, kastelen, dorpsgezichten en landschappen vast te leggen. Hun werk werd vaak gepubliceerd in atlassen en wetenschappelijke publicaties. Vijf van hen tekenden in Bussum de kapel waar de Kapelstraat naar vernoemd werd. Deze voormalige rooms-katholieke kapel stond al aangegeven op een landkaart van Naerdincklant uit 1524. In de achttiende eeuw was het gebouw een opslagplaats, maar het leek voor de tekenaars nog een kerk, omdat de kerkklok ’s middags om 12 uur en ’s avonds om 6 uur geluid werd om de boeren en arbeiders op het land duidelijk te maken dat het etenstijd was.

Ongedateerde tekening van Cornelis Pronk (afbeelding 1)

Waarschijnlijk de eerste afbeelding van de kapel in Bussum is van Cornelis Pronk (1691-1775). Hij werd geboren in Amsterdam als zoon van een doopsgezinde korenhandelaar. Hij leerde het vak van tekenaar Jan van Houten en portretschilder Arnold Boonen.
Op locatie maakte Pronk snelle, maar gedetailleerde schetsen. Hij koos vaak een verhoogd standpunt voor een overzichtelijk perspectief. In zijn atelier werkte hij vervolgens de schetsen uit met penseel en inkt of aquarel. De tekeningen waren bedoeld als eindproduct of als basis voor gravures.
We zien op de tekening vanaf de Nieuwstraat, die nog een zandweg was, een zandpad (de huidige Kerkstraat) langs de kapel naar linksachter weglopen. Op de hoek van de Kerkstraat staan een deftige geklede heer en dame te praten, terwijl een eveneens deftig gekleed kind met een stokje naar speelmogelijkheden uitkijkt.

Bron: A.W. Gerlach e.a. Pronk met pen en penseel : Cornelis Pronk (1691-1759) tekent Noord-Holland (Amsterdam 1997); tekening uit Collectie Noord-Hollands Archief

Pentekening van Abraham de Haen uit 1739, in 1757 geëtst door Hendrik Spilman (afbeelding 2)

De Amsterdammer Abraham de Haen (1707-1748), die de Latijnse school bezocht om rechten te gaan studeren, maar bij nader inzien toch liever tekenaar werd, leerde dit vak van Cornelis Pronk. Zijn tekening is vrijwel vanaf hetzelfde punt gemaakt als die van zijn leermeester, maar de haag voor de kapel lijkt bij Pronk lager, hoewel dit ook een perspectivisch verschil kan zijn.
De tekening van De Haen heet ‘Het dorp Bussum in Gooiland in 1739’. We hebben geen afbeelding van deze tekening, maar wel de ingekleurde ets die De Haens leerling Hendrik Spilman (1721-1784) in 1757 maakte van de tekening van zijn leermeester uit 1739. Op deze ets zijn heel wat meer personen getekend: op de akker links is een boer bezig en rechts loopt een boerin met een hooivork over de schouder met een kind aan de hand de Kerkstraat in. Het kind moet grote stappen maken om haar bij te benen. Voor hen uit loopt een heer en verderop in de straat staat nog een (nogal groot afgebeelde) figuur.
Bron: A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel 8, Eerste stuk, 1867; ets uit Collectie Rijksmuseum

Schilderij van Hendrik Spilman uit 1739 (afbeelding 3)

Hendrik Spilman werd in 1721 in Amsterdam geboren en was als kunstenaar vrijwel zijn hele leven als graveur, tekenaar en schilder actief in Haarlem, waar hij ook in 1784 overleed. Hij was lid van het Sint-Lucasgilde in die stad. In 1739 maakte hij het schilderij Kerk te Bussum. Zijn standpunt is precies tegenover het zandpad langs de kapel (nu de Kerkstraat), net voorbij de akker waarop bij De Haen een boer aan het werk is.
Bronnen: A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel 8, Eerste stuk, 1867; schilderij Spilman: Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Uit de nalatenschap van F.J.O. Boijmans / Fotografie: Studio Tromp

Tekening van Hendrik Tavenier uit 1768 (afbeelding 4)

De Haarlemse schilder, tekenaar en behangselschilder Hendrik Tavenier (1734-1807) kreeg zijn opleiding van Jan Augustini. Ook Tavenier was lid van het Sint-Lucasgilde. Hij kende Hendrik Spilman ongetwijfeld en ook diens schilderij uit 1739. Hij maakte zijn tekening vanaf vrijwel dezelfde plek, maar verlevendigde de prent door toevoeging van een passant op een paard-en-wagen en een jongeling die met een theatraal gebaar aandacht vraagt voor zijn vriend die op de rug van een rund zit.
Bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie; tekening uit Collectie Noord-Hollands Archief

Tekening van Anna Catharina Brouwer uit 1795 (afbeelding 5)

De Amsterdamse Anna Catharina Brouwer (1772- ??) tekende de kapel in 1795 vanaf een heel andere plek, namelijk vanaf (wat we nu noemen) de Kerkstraat net voorbij het kruispunt met de Brinklaan. Op de weg zien we een koetsje, een rennende man en een man met een ezel en rechts gaan twee figuren het koren te lijf.
Anna Catharina Brouwer tekende en graveerde tussen 1893 en 1801 veel stads- en dorpsgezichten en topografische platen. Kenmerkend voor haar is, dat de donkere struiken en het donkere koetsje op de voorgrond contrasteren met de veel lichtere afbeelding van het landschap erachter, waardoor een sterke dieptewerking ontstaat.
Bron: Annemieke Heuft, Brouwer, Anna Catharina, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland (2014); ets uit Collectie Noord-Hollands Archief

FORT H TE MUIDENSinds begin deze eeuw heeft   Fort H in Muiden nieuwe eigenaren. Ze ontwikkelden een plan om het fort en...
13/06/2026

FORT H TE MUIDEN

Sinds begin deze eeuw heeft Fort H in Muiden nieuwe eigenaren. Ze ontwikkelden een plan om het fort en zijn omgeving in ere te herstelIen, de economische benutting ervan te verbeteren en uit te breiden en het monument zijn oorspronkelijke g***s terug te geven.
De oude structuur van Fort H kan met nieuwe functies zoals de jachthaven en restaurant in stand worden gehouden. Zo blijft het monument behouden en kan dit onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie voor het nageslacht bewaard blijven.

Ontstaan en ontwikkeling en de vesting Muiden

De nederzetting Muiden was al in de vroege Middeleeuwen bewoond en wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde van 954 ('Amuthon'). In 1297 kreeg Muiden stadsrechten; in 1427 is sprake van vestingwerken (geheel verdwenen) ter afsluiting van de monding van de Vecht.
De huidige omwalling rond Muiden werd aangelegd vanaf 1577 in opdracht en op kosten van de Staten van Holland. De werken dienden ter afsluiting van de Zeedijk en de trekvaart naar Naarden. De vesting Muiden maakte vanaf 1672 deel uit van de Oude Hollandse Waterlinie. In hetzelfde jaar werden de zeesluizen gebouwd, die van meet af aan ook als inundatiesluizen konden dienen om het achterland onder water te zetten.
Eind 18e eeuw (1791 - 1794) volgden opnieuw verbeteringen met de aanleg van aarden batterijen aan weerszijden van de riviermonding, waarvan de westelijke in 1799 opnieuw werd aangelegd.

Muiden als deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie

Na de Franse tijd werd het Koninkrijk Nederland gevormd en werd de landsverdediging opnieuw georganiseerd. De Oude Hollandse Waterlinie maakte plaats voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
De vestingwerken rond Muiden werden na verloop van tijd in dat kader uitgebreid en gemoderniseerd. In 1851 werd de Stenen Beer bij het Muiderslot aangelegd, een jaar later het torenfort Westbatterij en drie ravelijnen (driehoekige eilandjes in de vestinggracht). Twee ravelijnen beschermden aan weerszijden van de Vecht de zuidkant van de vesting, het derde lag aan de oostkant ter hoogte van de trekvaart naar Naarden. De ravelijnen aan de zuidkant verdedigden ook de schutsluizen voor het scheepvaartverkeer. De schepen konden zo van de trekvaarten ten oosten en westen van Muiden via de vestinggracht de Vecht oversteken of via de rivier hun weg vervolgen.
Van 1880 tot 1920 werd de Stelling van Amsterdam aangelegd: een 135 kilometer lange verdedigingslinie. De stelling bestaat uit dijken met dammen en sluizen, terreinen die onder water konden worden gezet en niet minder dan 45 forten. De Stelling van Amsterdam is nooit als dusdanig gebruikt vanwege de snel voortschrijdende techniek. De forten en de bijbehorende infrastructuur bleven echter bewaard, waardoor een uniek monument is ontstaan. De Stelling van Amsterdam is in 1996 toegevoegd aan de lijst van Werelderfgoed van de Unesco.

Bouw van Fort H

Fort H is gebouwd tussen 1873 - 1877. Het driebeukige, bomvrije gebouw was bedoeld al remise (opslaggebouw) en verrees op het vlakke binnenterrein van het ravelijn. Twee beuken waren bestemd voor geschut en één voor kruitopslag. De oppervlakte van Fort H is ongeveer 15 x 7m2, het gebouw is opgetrokken in baksteen met natuurstenen detaillering. Door het aanbrengen van een gronddekking kreeg Fort H een gecamoufleerd profiel. Uniek is dat het werk vanuit de lucht of van de voorkant nauwelijks te zien was.

Fort H deed dienst als opslagplaats voor munitie en ander militair materieel. Dat verklaart voor de zware stalen deuren, die nog steeds bestaan. [dit is al eerder gezegd. NV] De bunker deed voor het laatst dienst bij het uitbreken van de 2e wereldoorlog. De in Muiden gelegerde militairen moesten echter machteloos toezien hoe de Duitsers ongehinderd over de vesting vlogen.

In 2012 werd het fort gerenoveerd en kwamen er aan de rivierzijde een restaurant en terras en links een binnenhaven voor sloepen. In 2020 kwam het restaurant aan de landzijde met een terras. De fortruimte zelf is geschikt voor ‘private dining’.

Bron: Fort H “een fort om op te bouwen”. Anoniem. Eigen beheer 2014

Klaas Oosterom

‘ENGELSE KOOPMAN’ IN BUSSUMHuis in Mecklenburglaan ontworpen door zwagerOp 2 april 1903 trouwen Alexander Hobbes Lethem ...
06/06/2026

‘ENGELSE KOOPMAN’ IN BUSSUM
Huis in Mecklenburglaan ontworpen door zwager

Op 2 april 1903 trouwen Alexander Hobbes Lethem en Johanna E. Kröner. Ze wonen aan de Heerengracht 5 – 1 hoog. Op 7 februari 1904 bevalt Johanna voortijdig van twee dochtertjes die overlijden, maar gelukkig komen op 15 juni 1905 Alexander Frederik en op 11 juli 1907 Ernest Johan gezond ter wereld. Een gezin met twee knaapjes in een bovenhuis in vervuild Amsterdam? Op 26 augustus 1908 verhuizen de 38-jarige bedrijfsleider Alexander en zijn 39-jarige eega van Heerengracht 5 – 1 hoog naar Mecklenburglaan 12 in Bussum. Alexander wordt in Bussum ingeschreven als ‘Engelse koopman’. Het dubbelhuis Mecklenburglaan 12 en 14 is gesierd met de naam ’Johanna’.

Architect Johan Herman Conrad Kröner (1864 -1952)
Het huis aan de Mecklenburglaan was ontworpen door Johanna’s broer, Johan Herman Conrad Kröner. Johan was een belangrijk architect. Op uitnodiging tekende hij in 1900 het ontwerp van het gemeentehuis van Valkenburg in Jugendstil. Zijn ontwerp werd verkozen boven het neogotische ontwerp van Pierre Cuypers. Het gemeentehuis is sinds 1997 een Rijksmonument! In Amsterdam ontwierp hij in 1917 eveneens in Jugendstil het gebouw van de Stoomwasserij Edelweiss, Rozengracht 168 – 178, inmiddels ook een beschermd monument. En in 1922 in opdracht van firma J.F. Kröner en Zonen, eigenaar van de Amsterdamsche Jaloezieënfabriek, het monumentale pand Singel 289, een groot kantorencomplex met conciërgewoning, inmiddels verbouwd tot woningen.

Firma Lethem Brothers
De vader van Alexander H. Lethem was Alexander Macknight Lethem (1838 – 1898). Hij trouwde 16 juni 1869 te Londen met Alice Costley Hobbes, dochter van een mousselinefabrikant uit Glasgow. Hij zeilde op 30 mei 1861 met het fregat AZIA in 110 dagen van Amsterdam naar Java voor handel in luchtige mousselinestof, ideaal voor de dames in de tropen.

Op 12 juli 1870 schonk zijn vrouw Alice in Londen het leven aan Alexander Hobbes Lethem, de toekomstige “Bussumer.” Alexander werkte later in Amsterdam als bedrijfsleider bij het familiebedrijf Lethem Brothers & Mellin, opgericht door zijn vader, zijn oom Ebenezer Lethem (1825 – 1874) en L.F.L. Mellin (1840 – 1918). Het was gevestigd aan de Nieuwezijds Voorburgwal 52 in Amsterdam. Mellin promootte o.a. babyvoeding, op te lossen in water en te mengen met koemelk. De bijsluiter beweerde dat dit product het “moederzog” verving. Dokter Jan van Hengel in Hilversum reageerde hierop met: ”Mevrouw, waarom denkt u dat God u tieten gegeven heeft?” Einde Mellin babyvoeding?
De Lethem Brothers stapten over van de luchtige mousselinehandel in de tropen naar een gedegen groothandel in tafelkleden, tapijten en gordijnstoffen in koud Nederland en dat vroeg om opslagruimte. Het magazijn aan de Nieuwezijds Voorburgwal kreeg uitbreiding naar Nieuwezijds Voorburgwal 54 en het achterliggende pand Spuistraat 45, daarna naar Nieuwezijds Voorburgwal 56 en Spuistraat 27 en 28. De Groothandel “Lethem Woningtextiel” kreeg filialen in heel Nederland en nog meer na de fusie met Vergeer in 1969.

Johanna’s ouders naar Bussum
Op 3 mei 1910 verhuisden Johanna’s ouders, de voormalige jaloezieënfabrikant Jan Frederik Kröner en Catharina Kröner – Mellenbergh van hun woning Keizersgracht 343 naar Generaal de la Reylaan 1 in Bussum, om dichtbij Johanna en hun twee kleinkinderen Alexander van 5 en Ernst van 3 jaar te zijn. Jan Frederik was toen 79 jaar en Catharina was 77.

Oma Catharina overleed op 16 februari 1913, 79 jaar oud, en Opa Jan Frederik op 4 juni 1915, 84 jaar, beiden in Bussum. In december 1918 overleed vennoot L.F.L. Mellin. In februari 1925 ging de Handelsmaatschappij Lethem Brothers & Mellin over in de Naamloze Vennootschap Lethem & Mellin.

Alexander Lethem overleed na “smartelijk en geduldig lijden” op 2 maart 1930, 59 jaar oud. Zijn zoon Ernst volgde hem op in de N.V. Lethem & Mellin. Ernst trouwde in Bussum met Maria E. Posthumus. Ook hij overleed jong, namelijk op 24 september 1951, 44 jaar oud. Zijn zoon Alexander was technisch. Hij richtte samen met Koppen een handelsmaatschappij op in technische materialen: N.V. Industrie en handelsmaatschappij Koppen & Lettem. Dappere Oma Johanna E. Lethem-Kröner ondersteunde haar familie waar mogelijk. Zij overleed op 91-jarioge leeftijd en werd bij haar man Alexander Lethem in Bussum begraven.

Bronnen: Persoonsgegevens uit Archief Gooi en Vechtstreek, Stadsarchief Amsterdam en Curiousfox; Bedrijfsontwikkelingen in historische kranten 1888 – 1968. De foto’s uit Valkenburg en Amsterdam zijn bewerkt en ingekleurd door Mark Nap, het Familie Archief

Gerard Hoogendijk

HET BIJZONDERE ORGEL IN DE WILHELMINAKERKIn 1949 ingewijd in de VredekerkIn de kerkdienst ter viering van het honderdjar...
30/05/2026

HET BIJZONDERE ORGEL IN DE WILHELMINAKERK
In 1949 ingewijd in de Vredekerk

In de kerkdienst ter viering van het honderdjarig bestaan van de Wilhelminakerk werd afgelopen zondag 31 mei het boekje ‘Honderd jaar Wilhelminakerk in Bussum’ gepresenteerd. In dit boekje staat een interessante bijdrage van Age Bakker over het orgel van de kerk. Voor onze rubriek schreef hij een ingekorte versie van zijn relaas, die hieronder volgt.

Het orgel in de Wilhelminakerk heeft een interessante historie. Het is een bijzonder instrument, omdat het een van de eerste naoorlogse orgels in Nederland is dat weer volgens de historische ambachtelijke principes uit de rijke Nederlandse en Duitse baroktijd is vervaardigd. Tegelijkertijd werden innovaties toegevoegd, waardoor ook de latere muziek uit de Franse romantiek prachtig klinkt. Oorspronkelijk werd het orgel kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd voor de Vredekerk aan de Huizerweg. Toen deze sloot is het in 1998 verplaatst naar de huidige locatie aan het Wilhelminaplein.

Vredekerk
In 1946 benaderde predikant Willem Lodder van de Vredekerk de jonge orgelbouwer Dirk Andries Flentrop (1910-2003) voor de bouw van een nieuw orgel dat ‘beter in staat is de verheerlijking Gods in de Gemeentezang te begeleiden’. Het bestaande orgel klonk matig en kon ook niet goed tegen de centrale verwarming. Flentrop had naam gemaakt met een orgel op de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1937, dat later in het koor van de Grote Kerk van Naarden werd geplaatst, waar het nog steeds wordt bespeeld. Hij had het vak geleerd in de Zaanse orgelbouwfirma van zijn vader. Een ontmoeting met de befaamde arts-theoloog en organist Albert Schweitzer had grote invloed op hem. Schweitzer verzette zich tegen de fabrieksmatige orgelbouw van die tijd, die vaak blikkerig klinkende orgels opleverde, en adviseerde hem om terug te keren naar de traditionele orgelbouw.

Flentrop trok organist en componist Anthon van der Horst aan als adviseur. Medio 1946 werd het contract getekend voor een groot orgel met drie klavieren en pedaal. Er kwam een vrijstaande speeltafel, met als voordeel dat de organist direct contact heeft met het koor of andere musici. Op 30 mei 1949 werd het orgel ingewijd, de kerk zat stampvol. Van der Horst bespeelde het orgel en het koor zong ‘Die Himmel erzählen die Ehre Gottes’ uit Die Schöpfung van Haydn. Het was duidelijk dat er een bijzonder orgel in de Vredekerk was gekomen en er werden meteen orgelconcerten geprogrammeerd. Befaamde organisten, waaronder een aantal uit het buitenland, gaven er druk bezochte concerten. Vanaf het midden van de jaren zestig liep de belangstelling voor orgelconcerten terug.

Overplaatsing
In 1995 werd de Vredekerk gesloten. Veel kerkgangers pleitten er voor om het unieke orgel voor Bussum te behouden. Al snel werd gedacht aan verplaatsing naar de Wilhelminakerk. Maar daar hing wel een flink prijskaartje aan. Om de kosten te drukken werd hulp gezocht bij een groep vrijwilligers, die de 2.256 houten en metalen pi**en stuk voor stuk oppoetsten en vergaan vilt en leidingen vervingen. Acht Bussumse ‘vutters’ staken er 2500 uur werk in. Op 9 oktober 1998 werd het orgel ingewijd. Het oude orgel werd verkocht aan een kerk in Gouda. Het werd opgehaald in driedelig zwart pak. Uit eerbied voor Gods huis.

Monumentale status
Het Flentrop-orgel speelt inmiddels een kwart eeuw een onmisbare rol in de diensten en wordt veel gebruikt voor andere optredens. Aanvankelijk werden regelmatig concerten gegeven en cantor-organist Piet Philipse leidde jarenlang cantatediensten met zijn ‘Voices’-koor. Het orgel is regelmatig onderhouden en in 2024 werd het orgel gereviseerd door de firma Flentrop met als resultaat een nog mooiere, homogene klankkwaliteit. Het kan met recht een van de mooiste orgels in het Gooi worden genoemd. ‘Het orgel verdient volgens kenners een monumentale status’, zo schreef de krant al in 1998. Dat geldt nog steeds. Het instrument markeert een trendbreuk in de geschiedenis van de Nederlandse orgelbouw: de overgang van de ‘vervalperiode’, waarin alleen fabrieksorgels werden gebouwd, naar de huidige tijd met zijn herwaardering van de ambachtelijke traditionele orgelbouw die zulke mooie orgels in Nederland heeft opgeleverd.

Belangrijkste bronnen: Rogér van Dijk en Hans Fidom, 100 jaar Flentrop orgelbouw, Zaandam, 2004 en Theo Visser, ‘Orgelportret Flentrop-orgel Wilhelminakerk Bussum’, Orgelnieuws, 2013.

Age Bakker

DE WILHELMINAKERK BESTAAT HONDERD JAARZondag 31 mei viering en presentatie boekjeOp zondag 31 mei om 14.00 wordt in een ...
23/05/2026

DE WILHELMINAKERK BESTAAT HONDERD JAAR
Zondag 31 mei viering en presentatie boekje

Op zondag 31 mei om 14.00 wordt in een de kerkdienst het 100-jarig bestaan van de kerk gevierd. Bij die gelegenheid wordt ook het boekje ‘Honderd jaar Wilhelminakerk in Bussum’ gepresenteerd.
Op dinsdag 2 juni om 19.30 uur geeft de auteur van het boekje een lezing over dit onderwerp, eveneens in de Wilhelminakerk. Het boekje is zowel na de kerkdienst op 31 mei als na de lezing op 2 juni verkrijgbaar.
In het boekje komt de geschiedenis van de honderdjarige aan de orde. En niet alleen die van de Wilhelminakerk, maar ook die van andere kerken in Bussum. Want kerken zijn/waren er in Bussum in overvloed, van allerlei geloven en van alle leeftijden. Zo werden er alleen al tussen 1921 en 1931 maar liefst acht kerken in Bussum gebouwd. In die periode nam het aantal nieuwe Bussumers sterk toe. Bussum was ‘booming’ als forenzen- en villadorp.

In dit artikel een paar aardige feiten die de kerk en kerkmensen betreffen.

De beste jaren
De jaren vijftig van de vorige eeuw waren, zeker in kwantitatief opzicht, de beste jaren van de gereformeerde kerken, waartoe ook de Wilhelminakerk behoorde. Zo had de Wilhelminakerk ongeveer 2600 leden, 3 predikanten, 25 ouderlingen, 9 diakenen, 15 collectanten, een zendingscommissie, een evangelisatiecommissie, 2 zondagsscholen, 2 handwerkclubs, een volwassenen- en een jeugdbibliotheek, een verjaardagsfonds, 2 jongelingsverenigingen, een meisjesvereniging, 3 jongens- en 3 meisjesclubs, een mannenvereniging en een kerkkoor.
De zondagse kerkdiensten werden massaal bezocht, zeker als er een landelijk bekende predikant voorging. Zo preekte op zondagmiddag 5 april 1959 de populaire tv-dominee en dichter Okke Jager. De Wilhelminakerk zat met 1000 kerkgangers stampvol. ‘s Morgens was hij al voorgegaan in de (hervormde) Vredekerk en ‘s avonds preekte hij ook nog in de Zuiderkerk. Het rijke protestantse leven!

De toren
De Wilhelminakerk kreeg in 1926 wel een toren, maar geen klok en geen uurwerk. Een luidklok kwam er pas in juni 1937. Tijdens de bezetting werd de luidklok geroofd door de Duitsers: ze lieten de klok domweg naar beneden vallen, wat in het portaal een krater veroorzaakte.
In 1949 kwam er een nieuwe klok. Gemeenteleden hadden daar geld voor ingezameld. Deze nieuwe luidklok met klepel weegt ongeveer 1400 kilo en hangt op een hoogte van ruim 30 meter (150 traptreden) achter de galmgaten. Op de klok staat de volgende tekst te lezen: Door roof verloren / in vree herboren / nodigt tot Hem / mijn bronzen stem / Anno Domini 1949.
Pas in 1961 kwam er een uurwerk en kwamen er wijzerplaten aan de toren.

In 2006 is de toren totaal gerestaureerd. Voorheen vielen door het luiden van de klok soms stenen naar beneden. Dat kwam doordat de klok was opgehangen aan een ijzeren staaf die in de muur was gemetseld. Door de trillingen lieten de stenen los. Dit euvel is verholpen door de klok in een ijzeren kooi te hangen. Het is de enige klok in Bussum die dag en nacht zichtbaar de tijd aangeeft en overdag ook nog eens de hele en halve uren slaat.

Akoestiek
De akoestiek van de kerk was vanaf de bouw in 1926 zeer slecht. De dominee moest bijna schreeuwen om achteraan op de gaanderij te worden verstaan. Het verhaal gaat dat er na de dienst een geklutst eitje voor hem klaar stond om zijn schorre keel te smeren.
Na eindeloos getob om daar verbetering in te brengen met behulp van juten zakken en touwbespanning, dacht men er iets op gevonden te hebben. Boven de preekstoel kwam een vooruitstekende schelp, bedoeld om het geluid te versterken. Dit gebeurde inderdaad, maar helaas in omgekeerde zin. Het gevolg was dat de dominee, op de kansel staande, bij wijze van spreken in de kerk een speld kon horen vallen, terwijl de kerkgangers de dominee nog steeds niet konden verstaan De schelp is pas weggebroken bij een latere verbouwing, toen er ook een deugdelijke geluidsinstallatie kwam.

Mocht u het hele verhaal willen lezen of willen horen kom dan 31 mei naar de kerkdienst of 2 juni naar de lezing.

Bronnen: Jaarboekje 1951 van de gereformeerde kerk Bussum; D. van der Stoep e.a. Opnieuw in de houten broek. Baarn 1959. De foto van de Cantorij is verbeterd en ingekleurd door Mark Nap, het Familie Archief.

Klaas Oosterom

Afbraak van de paardenstallen begonnen.Op het voormalige Hocras-terrein is de sloop begonnen van de paardenstallen die b...
21/05/2026

Afbraak van de paardenstallen begonnen.

Op het voormalige Hocras-terrein is de sloop begonnen van de paardenstallen die behoorden bij de draf-en renbaan Cruysbergen. Dit ondanks verwoede pogingen om dit erfgoed te behouden. Op het terrein is de bouw voorzien van onder meer woningen, bedrijfsruimten en mogelijk een school. Diverse erfgoedverenigingen, waaronder de Historische Kring Bussum kwamen in het geweer. Ze deden een beroep op de gemeente om de 130 jaar oude paardenstallen een monumentenstatus te geven, en ze kwamen ook met alternatieve bouwplannen. Daarnaast konden ook onafhankelijke adviezen de gemeente niet op andere gedachten brengen. De omwonenden-buurtgroep Walden klopte aan bij de Raad van State om een via een voorlopige voorziening de afbraak tegen te houden. Maar dat verzoek werd afgewezen. Daarmee werd afbraak onvermijdelijk. Aanvankelijk werd de sloop rond Pasen verwacht maar dat is nu Pinksteren geworden.
De paardenstallen zijn eind negentiende eeuw gebouwd en bleven tot begin twintigste eeuw in gebruik. Het is een van de weinige nog overgebleven renbaanstallen in Nederland.

TV-programma De Erfgenaam over Bussumse affaireDe Presentator van het tv-programma, Ruben Nicolai, gaat komende zondag o...
20/05/2026

TV-programma De Erfgenaam over Bussumse affaire

De Presentator van het tv-programma, Ruben Nicolai, gaat komende zondag opnieuw op zoek naar erfgenamen van vergeten nalatenschappen of voorwerpen. In de uitzending van 24 mei (Eerste Pinksterdag) is onder anderen Mathijs Eweg te gast, vrijwilliger bij de Historische Kring Bussum. Hij helpt meezoeken naar een erfgenaam van een speciaal ontworpen vriendschapskaart die gevonden is in een Kringloopwinkel.

Ruben Nicolai probeert samen met erfrechtspecialist Klaas Zondervan financiële erfenissen op tijd bij de rechtmatige eigenaren te krijgen. Ongeclaimde erfenissen gaan anders na twintig jaar verloren als ze aan de Staat vervallen.

Dit seizoen draait het niet alleen om geld, maar ook om bijzondere objecten met een grote emotionele waarde, zoals kunstwerken en persoonlijke bezittingen uit de oorlog. Het programma wordt dit seizoen steeds op zondagavond uitgezonden: om 21.30 uur op RTL4 en op Videoland. Eerste Pinksterdag kijken dus.

LUILAKIn de vroege ochtend van de zaterdag voor Pinksteren wordt vanouds Luilak gevierd: een niet-christelijk folklorist...
18/05/2026

LUILAK
In de vroege ochtend van de zaterdag voor Pinksteren wordt vanouds Luilak gevierd: een niet-christelijk folkloristisch gebruik in delen van Nederland waarvan over de oorsprong veel theoriën in omloop zijn. De Luilakviering is de laatste tientallen jaren tanende, maar steekt af en toe de kop op. Het is al een heel oude traditie, vooral in Noord-en ZuidHolland, waarbij de slapende bevolking wordt gewekt door 'kwajongens' die op allerlei manieren veel lawaai maken.

Niet zelden ontaardde dat in baldadigheid en vandalisme, zoals het in brand steken van auto-en fietsbanden, het ingooien van ruiten, beschadigen van auto's en zo meer. De autoriteiten hebben steeds van alles geprobeerd om dit soort uitingen in te dammen door iets 'leuks' te organiseren om de luilakvierende jeugd van misstappen af te houden. Op enkele plaatsen, zoals Haarlem, werd Luilak vooraf gegaan door een nachtelijke bloemenmarkt.

Ook Bussum is de jaren door het toneel geweest van Luilak. Verhalenverteller Ton Longayroux heeft daar op onze website beeldend over geschreven. Lees het hier: https://shorturl.at/gmyrS

EEN VILLA AAN DE HERENSTRAAT EN DE SPIEGELSTRAATHuize Ani Colana uit 1877Vrijwel direct na de aanleg van de Oosterspoorl...
16/05/2026

EEN VILLA AAN DE HERENSTRAAT EN DE SPIEGELSTRAAT
Huize Ani Colana uit 1877

Vrijwel direct na de aanleg van de Oosterspoorlijn en station Naarden-Bussum in 1874, werden er in het Spiegel villa’s gebouwd. In 1876 liet de 52-jarige Geertruida Bakels uit Amsterdam, weduwe van Klaas de Leeuw, een villa bouwen op de hoek van de Spiegelstraat en de Herenstraat in Bussum. Het perceel aan de spoorlijn waarop de villa verrees, liep door tot halverwege de Spiegelstraat en was eerder in bezit van Jacob Majoor, de eigenaar van herberg De Rozenboom. Geertruida noemde de villa om een onbekende reden Anni Colana. In mei 1877 betrok ze de villa met haar dochter Anna en haar schoonzoon Nicolaas Vlachos met hun pasgeboren dochter Geertruida. Nicolaas was een Griek, die werkte als controleur van granen en zaadladingen.

Baron Wilhelm Creutz
Al in april 1878 ging de familie terug naar Amsterdam en kwam de villa te koop. De villa werd niet verkocht, maar het lukte wel hem te verhuren aan de 37-jarige baron Eduard Alexander Ferdinand Creutz en zijn 35-jarige jarige echtgenote Jacqueline Thurkow. Zij kwamen uit Vrijenban in Zuid-Holland. Begin 1882 verhuisde dit echtpaar naar Delft en in juni betrok Geertruida Bakels met haar dochter, schoonzoon en inmiddels vier kleinkinderen de villa opnieuw. Ook deze keer duurde het niet lang: in september 1883 vertrok de familie naar Nieuwer Amstel. De villa kwam opnieuw te koop en werd op 7 juli 1884 voor 12.100 gulden gekocht door de 67-jarige koopman in ruste Jan de Groot uit Amsterdam, die er met zijn 61-jarige vrouw Grietje Nieuhuijs ging wonen. In mei 1891 vertrok dit echtpaar naar Purmerend, hun geboortegrond. (Grietje werd geboren in Purmerend en Jan in Beemster.)

Hermann Schowe
De volgende eigenaar was de 48-jarige winkelier Hermann Schowe uit Amsterdam. Hij betrok de villa, die toen het adres Heerenstraat 8 had, in mei 1891 met zijn vrouw Hillegonda Glasius, die drie jaar later overleed. Schowe was bepaald niet onbemiddeld, want in 1897 kocht hij als belegging een dubbele villa met aangrenzend vier percelen bouwgrond aan de Heerenstraat. Hij hertrouwde in 1898 met de 35-jarige Maria van Driesum uit Leeuwarden.
In juli 1899 werd Schowe namens de Liberale Kiesvereniging in de gemeenteraad gekozen. In september 1902 werd hij benoemd tot wethouder en loco-burgemeester. In 1905 werd hij opnieuw in de gemeenteraad gekozen, maar toen wenste de inmiddels 66-jarige Schowe niet meer in aanmerking te komen als wethouder. Ook in 1911 werd Schowe herkozen. In oktober 1913 diende hij echter zijn ontslag in als lid van de gemeenteraad. Op 5 juni 1915 overleed hij.

Familie Wark
In 1917 wilde de weduwe Schowe de villa verlaten. In maart bleek er bij een openbare verkoping in herberg De Rozenboom door notaris Sijtse Scheffelaar Klots geen belangstelling voor de villa te bestaan. Scheffelaar Klots liet daarop namens de weduwe de helft van het terrein aan de Spiegelstraat afsplitsen. Dit werd in vijf percelen aan verschillende eigenaars verkocht. Tegelijk zette hij de te verkopen villa met de resterende tuin korte tijd op naam van kandidaat-notaris H.W. van der Heide. De villa werd vervolgens aangekocht door de ‘N.V. Maatschappij tot Exploitatie van onroerend goed Herwardink’ uit Amsterdam. Deze splitste het terrein opnieuw en verkocht de helft waarop de villa en het erf stonden aan de makelaar Hermann Heinrich Wark uit Amsterdam. De ouders van Wark, die tot dan toe sinds 1910 met vijf kinderen op het adres Ruthardlaan 33 hadden gewoond, betrokken de villa in juli 1917. Hermann voegde zich daar in augustus bij hen. Hij bewoonde een deel van de villa met een eigen ingang. De vorige bewoonster, de weduwe Schowe, overleed op 21 december 1917. In 1919 veranderde het huisnummer van de villa in 16.

Winkels
In 1924 verkocht Wark de villa aan de makelaar Johannes Jozef Vroom en de Amsterdamse koopman Levie Andries uit Amsterdam. Het gezin Wark verhuisde naar Huizerweg 1. Vroom en Andries lieten de villa slopen en splitsten de kavel in 11 percelen, waarop winkelpanden zouden verrijzen. In een fraai gebouw op de hoek van de Heerenstraat en de Spiegelstraat zouden vijf winkels worden ondergebracht, waaronder drogisterij Kwartel, die eerder aan de Brinklaan zat. Dit gebouw werd ontworpen door de architect A. Hooft uit Amsterdam en de eerste winkels erin openden al op 15 februari 1925 hun deuren. Het hoekgebouw en de meeste van de belendende winkels bestaan nog steeds.

Bronnen: persoons- en kadastergegevens uit het Archief Gooi- en Vechtstreek en gegevens uit De Gooi en Eemlander van 1876 t/m 1925. Foto’s bewerkt door Mark Nap, het Familie Album

Eric Bor, met dank aan Olga Minkema.

Adres

Stationsweg 3
Bussum
1404AN

Openingstijden

Maandag 10:30 - 12:00
Woensdag 10:30 - 12:00
Donderdag 10:30 - 12:00

Telefoon

+31648251281

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Historische Kring Bussum nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Organisatie

Stuur een bericht naar Historische Kring Bussum:

Delen