19/06/2026
ACHTTIENDE-EEUWSE PRENTEN VAN DE KAPEL IN IN IN BUSSUM
Drie tekeningen, een gravure en een schilderij
Door Eric Bor
Dankzij rondreizende tekenaars hebben we een nauwkeurig beeld van hoe Nederland eruit zag in de achttiende eeuw. Te voet, met een koets of met de trekschuit trokken ze door het hele land om kerken, stadspoorten, kastelen, dorpsgezichten en landschappen vast te leggen. Hun werk werd vaak gepubliceerd in atlassen en wetenschappelijke publicaties. Vijf van hen tekenden in Bussum de kapel waar de Kapelstraat naar vernoemd werd. Deze voormalige rooms-katholieke kapel stond al aangegeven op een landkaart van Naerdincklant uit 1524. In de achttiende eeuw was het gebouw een opslagplaats, maar het leek voor de tekenaars nog een kerk, omdat de kerkklok ’s middags om 12 uur en ’s avonds om 6 uur geluid werd om de boeren en arbeiders op het land duidelijk te maken dat het etenstijd was.
Ongedateerde tekening van Cornelis Pronk (afbeelding 1)
Waarschijnlijk de eerste afbeelding van de kapel in Bussum is van Cornelis Pronk (1691-1775). Hij werd geboren in Amsterdam als zoon van een doopsgezinde korenhandelaar. Hij leerde het vak van tekenaar Jan van Houten en portretschilder Arnold Boonen.
Op locatie maakte Pronk snelle, maar gedetailleerde schetsen. Hij koos vaak een verhoogd standpunt voor een overzichtelijk perspectief. In zijn atelier werkte hij vervolgens de schetsen uit met penseel en inkt of aquarel. De tekeningen waren bedoeld als eindproduct of als basis voor gravures.
We zien op de tekening vanaf de Nieuwstraat, die nog een zandweg was, een zandpad (de huidige Kerkstraat) langs de kapel naar linksachter weglopen. Op de hoek van de Kerkstraat staan een deftige geklede heer en dame te praten, terwijl een eveneens deftig gekleed kind met een stokje naar speelmogelijkheden uitkijkt.
Bron: A.W. Gerlach e.a. Pronk met pen en penseel : Cornelis Pronk (1691-1759) tekent Noord-Holland (Amsterdam 1997); tekening uit Collectie Noord-Hollands Archief
Pentekening van Abraham de Haen uit 1739, in 1757 geëtst door Hendrik Spilman (afbeelding 2)
De Amsterdammer Abraham de Haen (1707-1748), die de Latijnse school bezocht om rechten te gaan studeren, maar bij nader inzien toch liever tekenaar werd, leerde dit vak van Cornelis Pronk. Zijn tekening is vrijwel vanaf hetzelfde punt gemaakt als die van zijn leermeester, maar de haag voor de kapel lijkt bij Pronk lager, hoewel dit ook een perspectivisch verschil kan zijn.
De tekening van De Haen heet ‘Het dorp Bussum in Gooiland in 1739’. We hebben geen afbeelding van deze tekening, maar wel de ingekleurde ets die De Haens leerling Hendrik Spilman (1721-1784) in 1757 maakte van de tekening van zijn leermeester uit 1739. Op deze ets zijn heel wat meer personen getekend: op de akker links is een boer bezig en rechts loopt een boerin met een hooivork over de schouder met een kind aan de hand de Kerkstraat in. Het kind moet grote stappen maken om haar bij te benen. Voor hen uit loopt een heer en verderop in de straat staat nog een (nogal groot afgebeelde) figuur.
Bron: A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel 8, Eerste stuk, 1867; ets uit Collectie Rijksmuseum
Schilderij van Hendrik Spilman uit 1739 (afbeelding 3)
Hendrik Spilman werd in 1721 in Amsterdam geboren en was als kunstenaar vrijwel zijn hele leven als graveur, tekenaar en schilder actief in Haarlem, waar hij ook in 1784 overleed. Hij was lid van het Sint-Lucasgilde in die stad. In 1739 maakte hij het schilderij Kerk te Bussum. Zijn standpunt is precies tegenover het zandpad langs de kapel (nu de Kerkstraat), net voorbij de akker waarop bij De Haen een boer aan het werk is.
Bronnen: A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel 8, Eerste stuk, 1867; schilderij Spilman: Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Uit de nalatenschap van F.J.O. Boijmans / Fotografie: Studio Tromp
Tekening van Hendrik Tavenier uit 1768 (afbeelding 4)
De Haarlemse schilder, tekenaar en behangselschilder Hendrik Tavenier (1734-1807) kreeg zijn opleiding van Jan Augustini. Ook Tavenier was lid van het Sint-Lucasgilde. Hij kende Hendrik Spilman ongetwijfeld en ook diens schilderij uit 1739. Hij maakte zijn tekening vanaf vrijwel dezelfde plek, maar verlevendigde de prent door toevoeging van een passant op een paard-en-wagen en een jongeling die met een theatraal gebaar aandacht vraagt voor zijn vriend die op de rug van een rund zit.
Bron: Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie; tekening uit Collectie Noord-Hollands Archief
Tekening van Anna Catharina Brouwer uit 1795 (afbeelding 5)
De Amsterdamse Anna Catharina Brouwer (1772- ??) tekende de kapel in 1795 vanaf een heel andere plek, namelijk vanaf (wat we nu noemen) de Kerkstraat net voorbij het kruispunt met de Brinklaan. Op de weg zien we een koetsje, een rennende man en een man met een ezel en rechts gaan twee figuren het koren te lijf.
Anna Catharina Brouwer tekende en graveerde tussen 1893 en 1801 veel stads- en dorpsgezichten en topografische platen. Kenmerkend voor haar is, dat de donkere struiken en het donkere koetsje op de voorgrond contrasteren met de veel lichtere afbeelding van het landschap erachter, waardoor een sterke dieptewerking ontstaat.
Bron: Annemieke Heuft, Brouwer, Anna Catharina, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland (2014); ets uit Collectie Noord-Hollands Archief