14/10/2025
De Scan
Het is weer die tijd van het jaar.
De tijd van de scan.
Iedereen denkt dat het na een tijdje makkelijker wordt — dat als je al een paar keer “stabiel” hebt gehoord, de angst vanzelf slijt. Alsof stabiliteit een geruststelling is die blijft hangen, als een warme deken. Maar het is geen deken. Het is dun plastic. Doorzichtig. Je ziet er alles doorheen. Je hoort het suizen van de onzekerheid eronder.
De dagen voor de scan voel ik het in mijn lijf. Alsof mijn hart op een onregelmatige beat tikt en mijn adem net niet diep genoeg komt. Het lijkt soms alsof ik gek word van mezelf, van die constante spanning, terwijl ik weet dat ik het niet verzin.
De mensen om me heen bedoelen het goed.
“Maar het gaat toch goed met je?” zeggen ze, met die blik van opluchting, alsof ze willen dat ik het bevestig.
Ja, het gaat goed. Tenminste, aan de buitenkant. Ik eet, ik werk, ik lach.
Maar vanbinnen is er altijd dat hijgen in mijn nek — dat onzichtbare iets dat me volgt. Een stem die fluistert: Geniet maar, zolang het duurt.
Na de scan begint het wachten. Dat wachten is een foltering op zich. De dagen rekken zich uit, elke seconde wordt een gedachte, elke gedachte een rampscenario. En toch probeer ik te leven. Te doen alsof alles normaal is. Want dat is wat mensen willen zien: normaal.
Maar wat is normaal als je leeft met een tikkende klok waar niemand de tijd van weet?
Wat is normaal als je weet dat er ooit een dag komt waarop iemand tegenover je gaat zitten, diep ademhaalt en zegt: “We kunnen niets meer doen.”
Die gedachte jaagt me meer angst aan dan de ziekte zelf.
En wat het meest verwarrend is — wat je bijna gek maakt — is dat je je soms beter voelt dan ooit. Sterk, energiek, alsof het leven weer van jou is. En juist dan kan het mis zijn. Juist dan kan er slecht nieuws komen. Dat is de ergste mindf**k die er bestaat: dat goed voelen niets zegt. Dat je lijf je kan verraden, terwijl je net dacht dat je het vertrouwen een beetje terug had.
Niemand ziet het echt, dat onzichtbare gevecht tussen hoop en angst.
Niemand begrijpt hoe zwaar het is om telkens opnieuw te moeten geloven dat “stabiel” genoeg is.
Maar ik blijf ademhalen. Elke dag opnieuw.
Want zolang er scans zijn, is er leven.
En zolang er leven is, is er hoop — al voelt het soms als een dun draadje dat elk moment kan knappen.