03/09/2026
180 ENTHOUSIASTE BEZOEKERS BIJ AFSCHEIDSCONCERT RIEN DONKERSLOOT
“Het is voor mij een gewoon concert zoals alle andere.”
Het carillon van de Onze Lieve Vrouwetoren heeft net het wijsje en zeven avondslagen laten horen, als Rien Donkersloot de Joriskerk nog even uitloopt voor zijn gebruikelijke loopje door of rond de oude Amersfoortse binnenstad. “Ben je zenuwachtig?” vraag ik (Peter). We staan op de hoek van Zevenhuizen en de Langestraat. “Nee hoor”, lacht hij ontspannen. En dan volgt er zo’n typische relativerende maar ook uitdagende Rien-zin. “Het is voor mij een gewoon concert zoals alle andere.” Ik zet mijn fiets op slot en zie hoe Rien kalm de Nieuwstraat inloopt, richting Muurhuizen. Ik kijk hem na. Al zijn Amersfoortse concertrituelen doet hij vandaag voor het laatst.
Toen de orgelcommissie van de Joriskerk vorig jaar oktober de zomerserie van 2026 plande, had ze niet kunnen bedenken dat het laatste concert ook het afscheidsconcert van Rien zou zijn. Rien zou weer, zoals jaren het gebruik was, een van de laatste concerten spelen. Toen in het voorjaar bleek dat de transfer naar Maassluis een feit was, kreeg woensdag 2 september de status van afscheidsconcert. En dat werd het gisterenavond ook. Met 180 luisteraars natuurlijk het best bezochte concert van de zomerserie. Het koor zat bijna vol aan het begin. De sfeer was tweeledig: vol verwachting voor opnieuw een meesterwerk van Rien, deze keer op alle vier de orgels in de Sint-Joriskerk en met treurnis omdat het zijn laatste concert als titularis zou zijn.
Vanwege de verwachte drukte had beheerder Nic van Trigt ons (Johan en Peter) als concertbarrista’s eenmalig uit onze functie ontheven en een professioneel team van Jorisgastvrouwen ingevlogen. Wij konden ons nu eens eenmalig vrij rondbewegen tussen de toegestroomde orgelliefhebbers. Onder hen familieleden, collega’s, vakgenoten, leerlingen, oud-leerlingen, predikanten van velerlei ligging, fans, bewonderaars en aanbidders, stamgasten.
Het meesterwerk, dat werd het. Het Preludium in C van Georg Böhm spettert vanaf de eerste noot. Zowel de indringende pedaalsolo als het fugathema met daarin enkele opvallende rusten, vragen virtuositeit door een strak en ritmisch tempo. In ruim vier minuten lijkt een totaal concert voorbij te zijn: het is goed zo, we kunnen eigenlijk wel naar huis.
Dat hoeft gelukkig nog niet. Rien improviseert over de melodie Psalm 86 ‘Hoor mij, Heer, wil antwoord zenden, zie mijn bittere ellende.’ In zijn heel eigen stijl, geïnspireerd door de barok en de tekst van de psalm, liet hij nog meer klanken van het koororgel horen. In de tweede variatie maakte hij een mooie grap met de laatste noot van regel 3 (een fis), en de meteen daarop volgende eerste noot van regel 4 (een f). Dat klonk erg leuk, maar was het zo bedoeld of was het een vergissing? We zullen het niet weten, want bij de herhaling van deze regels (regel 7 en 8 van de melodie) deed hij het precies zo. Zo werkt improviseren. De melodie klonk in wisselende stemmen met versieringen en variaties, die leiden naar een climax waar de woorden uit vers 6 ‘Trouw zijt Gij in wat Gij doet, Gij zijt onvoorstelbaar goed’ klonken.
Een warm tussenapplaus klonk terwijl Rien plaats nam achter het Metzler-positief. Met zijn oordoppen nog in (directe positie voor het koororgel vraagt om gehoor bescherming) speelde hij daar van Johann Speth, een tijdgenoot van Böhm, de ‘Partite diverse sopra l’aria detta la Pasquina’. Met een zuivere toon en in subtiele variaties vult deze kamermuziek het koor, al zijn de eerste tonen nog overschaduwd door de nagalm van de climax van Riens improvisatie. Het luisteren naar de stille Gedackt 8’ vergde een nieuw soort concentratie.
Het koor stroomde leeg en nam plaats rond het Strubbe-orgel om Rien opnieuw te horen improviseren. Nu op het Luther-lied ‘Nun freut euch, lieben Christen g’mein’. In middentoon gestemd klonken de eerste maten een stap terug in de tijd, renaissance-klanken. Even verderop in de improvisatie was vooral het Duits-neobarokke idioom te herkennen van Distler en Pepping. Speels klonk het, blij en vreugdevol. Ook voor de twee kleinere orgels klonken enthousiaste tussenapplauzen.
En opnieuw deed het publiek een vrijwillige interne verhuizing om een goede luisterpositie voor het Naber-orgel in te kunnen nemen. In het schip waren twee beeldschermen geplaatst om de handen en voeten van Rien en de handen van de registranten Lydia Boer en Koen van Andel weer te geven. En er viel veel te zien. De bekende Toccata in F van Johann Sebastian Bach speelde Rien op zijn allereerste concert in deze kerk, zo’n veertien jaar geleden. Nu programmeerde hij die weer en het overweldigende ritme, en sterke opwaartse beweging van de muziek en het prachtige gebruik van het pedaal in de grondtoon, klonk trefzeker en briljant.
Eerder op de dag van dit concert werd de Zutphense componist en organist Bert Matter begraven en Rien had zijn programma aangepast om hem te herdenken. In Matters Fantasia ‘Une jeune fillette’ met de melodie van het prachtige kerklied ‘Von Gott will ich nicht lassen’ als leidraad, klonk de repetitieve muziek ofwel minimal music die je langzaam in trance brengt. In een strak en snel ritme met een zacht begin werden stemmen bijgetrokken en weer ook ingedrukt door de registranten, tot een orgie van geluid. Het stuk eindigt met een stil en wonderschoon geharmoniseerd koraal. Tranen in mijn ogen.
Tenslotte ondergaan de aanwezigen Regers onstuimige koraaalfantasie over het beroemde lied ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme’. Het programmablad gaf de tekst van de drie coupletten die Reger nauwgezet volgt. Steeds weer verrassend hoe de melodie bovenkomt uit een wolkendek van harmonieën en op andere momenten dominant op de voorgrond treedt. Verbijsterende akkoorden, virtuoze versieringen en spectaculaire harmoniewendingen, onvermoede pedaaltrillers en onvoorstelbaar hardwerkende registranten overmeesterden de luisteraars, die spontaan ‘Bravo’ roepend een langdurig eindapplaus lieten horen. Terecht betrok Rien zijn assistenten Lydia en Koen in het applaus. Zij zijn onmisbare levende setzers en hebben de afgelopen jaren zeer regelmatig registreus bijgestaan.
Twee korte toespraken. Voorzitter Gijs van Bezooijen van de Orgelcommissie en Annet van Goor-Oortgijsen van de beheerscommissie van de Sint-Joriskerk dankten Rien voor zijn grote bijdrage aan de orgelcultuur in Amersfoort gedurende de afgelopen veertien jaar. Gijs van Bezooijen bood namens de orgelcommissie Rien en Lydia Donkersloot een verzorgd ‘nachtje-weg-zonder-orgels aan’. Annet van Goor had voor elk de vier kinderen van Rien en Lydia een kaars meegenomen. Ze zinspeelde daarbij op mogelijke nazaten van de nieuwe Jorisorganist Wibren (die dan misschien ook een keer zo’n kaars krijgen), al is het natuurlijk wat prematuur om nu al Donkersloten met Jonkers-loten te vergelijken.
Beheerder Nic vaan Trigt had ons dan wel ontslagen als koffieschenkers, hij bood ons ook een nieuwe baan aan. We moesten rijkgevulde schalen vol bitterballen en kaassoufflés ronddelen tijdens het zeer druk bezochte napraten in de koffiehoek. Geen probleem. Naast koffie en thee, waren daar deze keer ook bier en wijn.
Als ik (Peter) de kerk uitloop, slaat de toren van de Lange Jan elf keer. Rien is dan nog druk in gesprek met de laatste concertgangers. Zalig de organist die kan communiceren.
[JOHAN van der STEEN & PETER de SNEEP]
Foto’s: Eduard van Maanen
Het volgende orgelconcert in de Sint-Joriskerk is op woensdagavond 18 november. De nieuwe Jorisorganist Wibren Jonkers geeft dan zijn introductieconcert. Het programma wordt later bekendgemaakt. Aanvang 20.00 uur. Entree tien euro, tot 18 jaar vrije toegang. Gratis koffie en thee vooraf en na afloop. Over veertien jaar pas weer bitterballen.