25/04/2026
Opiniestuk van Heidi Lenaerts in De Morgen, 24/4/2026,
Een kind dat zich niet goed voelt, krijg je niet gemotiveerd om te leren. En dat heeft niets te maken met hoe slim het is.
Heidi Lenaerts: ‘Ouders van jongeren die vastlopen, wéten dat ‘weigeren’ hier het verkeerde werkwoord is.’
Heidi Lenaerts is stem, auteur en moeder van een dochter die een schooljaar miste. Ze reageert vanuit haar eigen ervaringen op de Pano-reportage over ‘schooluitval’. ‘Een kind dat zich niet goed voelt, krijg je niet gemotiveerd om te leren. En dat heeft niets te maken met hoe slim het is.’
Weiger je naar school te gaan als je ’s ochtends met je jas aan en je boekentas naast je helemaal klaar in de zetel zit? Als je drie middelbare scholen na elkaar probeert? Als je op woensdagnamiddag nog bij de logopedist zit om het toch maar te begrijpen? Als je je speeltijden inruilt voor een-op-eenbegeleiding om het allemaal te laten lukken?
Wat als je wel wíl, maar niet kán? En je je middagpauzes doorbrengt op de schooltoiletten omdat je niet weet hoe je je moet gedragen op die veel te drukke speelplaats? Als je hele lijf protesteert nog voor je de schoolpoort bereikt? Als slapen niet meer lukt?
Als je in een klas zit met het gevoel dat twintig paar ogen voortdurend op jou gericht zijn? Misschien kijken ze helemaal niet. Maar in je hoofd doen ze dat wel. En dat hoofd wint altijd.
‘Schoolweigeraar’ is een zeer misleidende term. Alsof het een keuze is. Koppigheid. Luiheid. Alsof je ‘gewoon’ wat harder moet proberen. Dat lees je ook weer in de reacties die nu overal opduiken na de Pano-reportage ‘Niet naar school’, over ‘schooluitval’.
Ouders van jongeren die vastlopen, wéten dat ‘weigeren’ hier het verkeerde werkwoord is. Dat die freeze response, zoals die van mijn dochter op de zetel die dag dat ze uitviel, een échte neurologische stressreactie is. Dat onze kinderen vooral botsen. Op grenzen. Op een systeem dat niet meebeweegt. Op zichzelf. En dwingen heeft zin. Integendeel.
Zogezegde oplossingen
In Engelstalige literatuur groeit de kritiek op de term school refusal, omdat die te sterk suggereert dat het om een bewuste keuze gaat. Onderzoekers benadrukken dat het vaak samenhangt met angst, depressie of overbelasting. Niet met onwil.
En toch verandert er maar weinig. Komen er weinig oplossingen. En blijven we nog te vaak praten over die ‘schoolweigeraars’ en ‘thuiszitters’. Het ene woord te agressief, het andere te passief…
Er zijn zogezegde oplossingen. Op papier. Tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH) bestaat. Scholen zijn verplicht het te organiseren. Met middelen van de overheid. Maar in de praktijk moet je als ouder zelf vaak uitzoeken dat het bestaat. Het aanvragen én blijven aandringen. En wat doe je dan als de school zegt: sorry, maar we krijgen het niet georganiseerd?
Bednet is voor een overprikkeld brein vaak ook geen optie: een klas op tv is even vol en druk. En Bednet is een hulpmiddel, geen oplossing.
Examencommissie dan? Dat is geen onderwijs. Dat is grotendeels zelfstudie. Zonder vaste leerkrachten. Zonder dagelijkse begeleiding. Zonder vangnet. (Of je zorgt daar weer zelf voor.) En richtingen die draaien rond kunst, creatie en praktijk passen nauwelijks in dat systeem.
Dus begin je weer helemaal opnieuw. Met zoeken. Rondbellen. Uitleggen. Op nog een wachtlijst gaan staan. Nog een school of richting uitproberen.
Als ouder word je plots tegelijk onderzoeker en coördinator. En dan is er nog de rest van het gezin. O ja, en ook nog die job… En je wordt er niet rijker van. Integendeel. Het kost je alles tegelijk.
Maar als je geluk (en veel tijd) hebt, vind je een geweldige organisatie zoals School & Ziekzijn. Met vrijwilligers die er alles aan doen er te zijn voor onze kinderen. Of je hebt nog meer tijd en kiest ervoor zelf je kind te onderwijzen.
Emotionele intelligentie
Intussen wisselen dossierbeheerders bij het CLB elkaar af, omdat ook daar de druk te groot is en, net zoals bij onze leerlingen én leerkrachten, de ene na de andere uitvalt. En je hoopt vooral dat je zelf niet uitvalt.
‘Leerachterstand’, zeg je? We blijven maar meten. Het draait almaar meer rond punten en presteren. Alsof dát de maat is voor later. We leiden kinderen op voor examens, niet voor het leven. Dat vraagt andere vaardigheden: kunnen samenwerken, praten met elkaar, omgaan met wat je voelt. Emotionele intelligentie naast die andere.
Wie vandaag vastloopt, moet zich aanpassen. Of valt uit. En dan klinkt het: ‘Vroeger was dat allemaal toch niet’. O jawel. Maar het werd niet gezien. Niet benoemd. Je deed verder. Werd onzichtbaar (zoals ik). Of gepest. Of de klasclown. Je kreeg een klets om de oren. En beet vooral door. Het probleem werd niet opgelost op school, maar verschoven in de tijd.
Kijk rond. Burn-out is geen toeval. Geen trend. Het is de opgestapelde rekening van altijd maar doorgaan. Leren je grenzen te negeren.
Wat vandaag zo zichtbaar wordt bij onze kinderen, zat er altijd al.
Alleen luisteren we nog altijd te weinig. Terwijl cijfers niet liegen én blijven stijgen: steeds meer kinderen blijven om mentale redenen thuis.
Er zijn al scholen die het anders doen. Kleiner. Flexibeler. Met ruimte om even uit te stappen zonder meteen te falen. Waar een pauze geen misbruik is, maar een hulpmiddel. Waar een leerling niet gereduceerd wordt tot wat die niet kan. En niet geweigerd omdat die te druk is.
Daar zie je wat er mogelijk is. Maar zolang dat de uitzonderingen blijven, blijft het systeem zelf buiten schot. We blijven kijken naar wat kinderen níét doen. We blijven het hebben over die leerachterstand en het belang van sociaal contact.
Maar een kind dat zich niet goed voelt, krijg je niet gemotiveerd om te leren. En dat heeft niets te maken met hoe slim het is. En wat is de meerwaarde van sociaal contact als dat staat voor overvolle klassen en speelplaatsen?
Leerlingen en leerkrachten zeggen al lang dat het ‘te veel en te vol’ is.
Wie is hier dan de weigeraar? Het kind of het systeem?